Monthly Archives: February 2015

Naar de stembus

stemmenWel stemmen, niet stemmen op 18 maart. Voor mij een heel dilemma, want ik heb geen flauw idee op wie ik moet stemmen. En als ik vervolgens de resultaten van ons stemgedrag bekijk lijkt het ook allemaal grote onzin.

Aanvankelijk dacht ik dat het goed was om uit protest vooral niet te gaan stemmen. In de krant stond de oproep om dit juist wel te doen. Niet stemmen is wat de heren politici graag willen. Dan hoeven ze weinig te veranderen en kan er gewoon even met wat poppetjes geschoven worden zonder dat dit echt grote veranderingen te weeg brengt. Dit is de Jip&Janneke uitleg van hoe ik het begrepen heb.

Ik moet dus wel gaan stemmen. Bovendien voel ik me bij voorbaat al schuldig als ik niet stem. Het is mijn recht en in heel veel culturen hebben vrouwen dit recht niet. Vervelend blijft alleen dat ik niet weet op wie ik moet stemmen. Ik heb me voorgenomen om wel te gaan en dan als volgt te stemmen: “Ienemienemutten, tien pond grutten, tien pond kaas, ienemienemutten is de baas”. En dat allemaal hardop zodat iedereen kan meegenieten.

Zal ik het durven?

Poepéren

poepéren

Op de afdeling somatiek, waar ik een jaar als zorgcoördinator werkte, hadden wij een cliënt die heel deftig liet weten dat hij moest “poepéren”. Een term die ik in het dagelijks leven nog vaak gebruik als ik een grote boodschap moet doen. Het is besmettelijk, want ook mijn lief noemt het tegenwoordig zo.

Gisteren had ik zo’n moment dat ik ontzettend nodig moest poepéren. Nou en, zal je misschien denken, wat kan mij dat nou schelen. Kijk, dat weet ik ook niet, maar ongetwijfeld heb je het volgende zelf ook wel eens meegemaakt. Ik liep gisteren met een zware boodschappentas richting huis en ja hoor, ik voelde de aandrang. Een poosje kon ik dit negeren, maar op een gegeven moment werd dit toch wat lastig. Met samengeknepen billen probeerde ik steeds sneller te lopen. Moet je eens proberen, dan kom je al snel tot de ontdekking dat die twee niet samengaan.

Door deze hoge nood moest ik ineens denken aan de tijd dat ik als leerling-verzorgende werkte op een pscychogeriatrische afdeling. Die voor dementerenden dus. Daar trof je nog wel eens een drol aan in de gang. Dan had een dementerende in zijn of haar broek gepoepeerd (laat ik maar even in stijl blijven) en vond dit waarschijnlijk wat vies aanvoelen. Wat doe je dan? Je laat je broek zakken en wipt de drol er uit. Zo, weg dat vieze ding en daar ligt ‘ie goed. Als je op een pg-afdeling werkt kan je hier om lachen. Kan je dat niet, dan ben je als verzorgende niet op je plek.

Met samengeknepen billen bedacht ik dat ik dit natuurlijk ook zou kunnen doen, mocht het zover komen dat ik in mijn broek zou poepéren. Zie je het voor je? Ik wel en ik ben blij dat dit me bespaard bleef. Het laatste stukje strompelde ik zo ongeveer naar de voordeur. Daar kreeg ik uiteraard de sleutel niet zo gauw in het slot, maar toen ik eenmaal binnen was haalde ik opgelucht adem. Nu nog naar het toilet. Jas uit en gewoon op de grond gesmeten. Sjaal af en een slinger door de kamer gegeven, daarna als de wiedeweerga naar het toilet om snel mijn grote boodschap te doen. Ik ga niet beeldend uitleggen wat ik daar in de pot neerlegde, maar dit had ik niet in mijn broek willen hebben. Dat weet ik zeker.

Trouwens raar dat we het tegenwoordig over cliënten hebben in de verpleeg- en verzorgingshuizen. Vroeger waren het gewoon bewoners. Dat klinkt veel gezelliger. Niet dat ze dat ook automatisch waren, maar het klinkt wel zo. Waarom er ooit iemand op het idee gekomen is om deze mensen cliënten te gaan noemen is me een raadsel. Misschien past deze status meer bij de term poepéren, wie weet.

Rodekool met stoofvlees

rode kool.1

Mijn aangesneden rode kool ligt verpakt in een krant in de koelkast. Daar moet ‘ie natuurlijk niet te lang blijven liggen. Dit houdt in dat we vandaag weer rode kool aten. Geen straf overigens, niet voor mij en niet voor mijn lief. Deze variant maakte ik zo’n dertien jaar geleden voor het eerst klaar. Geen idee waar ik het recept uit vandaan heb gehaald. Eén ding is zeker, ik heb het niet zelf verzonnen.

Toen mijn jongste dochter een jaar of zestien was kwamen een oom en tante van mij bij ons eten en ik besloot onderstaand recept te maken. Reactie van mijn dochter: “Lusten die mensen dat wel?” Zij vond het zelf maar zo zo, geloof ik. Nu, 11 jaar later denk ik dat ze hier anders over zal denken.


Ingrediënten voor 2 personen.

250 gram runderstoofvlees in dobbelsteentjes gesneden, 2 eetlepels vloeibaar bakmiddel, zout en peper, 1 gesnipperde ui, 1 laurierblad, 1 kruidnagel, wat azijn, 1 eetlepel suiker 350 gram gesneden rode kool (gewoon zelf doen hoor) en 1 dikke plak ontbijtkoek.

Bereiding: Het vlees in het vloeibare bakmiddel bruin bakken. Warmtebron laag, zout en peper over het vlees strooien. De gesnipperde ui, het laurierblad en de kruidnagel toevoegen. Even laten fruiten en daarna een scheutje water er bij doen. Deksel op de pan en,1 uur laten stoven. Dan azijn en suiker toevoegen, eventueel nog een scheutje water er bij en de fijngesneden rodekool op het vlees leggen. Deksel weer op de pan en 3/4 uur laten stoven. Daarna kool en vlees uit de pan nemen. Laurierblad en kruidnagel verwijderen. Het vocht binden met de verkruimelde plak ontbijtkoek en dit over het mengsel kool/vlees verdelen.

Maak er een lekker aardappelpuree bij. Aardappelen koken met een teentje knoflook (dan kan je het zout achterwege laten). Kookvocht opvangen om de puree mee aan te maken. Aardappelen fijnstampen met wat kookvocht, eventueel nog een scheutje melk er bij en er een flinke klont margarine doorheen roeren.

In de bereiding gaat aardig wat tijd zitten, maar tussendoor kan je allerlei andere dingen doen. Ik zou zeggen maak deze variant op je vrije dag en geniet er ‘s avonds lekker van.

Bij pinnen

Ze waren me net voor bij de kassa van de Lidl, zij en haar zus. Zij had best gezien dat ik alleen maar twee mini stolletjes in mijn handen had, maar blijkbaar had zij haast.

Bijpinnen

“Kan ik € 15,00 bij pinnen”, vroeg zij de caissière. Dit bleek niet te kunnen en zij keek behoorlijk zuur. Toen de caissière liet weten dat€ 20,00 wel bij gepind mocht worden keek zij iets vriendelijker.

“Kan ik dan twee briefjes van vijf en één van tien krijgen”, klonk het mokkend uit haar mond. Een nogal domme vraag, vond ik persoonlijk. Ik kreeg gelijk, want de caissière antwoordde verontschuldigend dat ze niet genoeg briefjes van vijf in haar kassa had. De vrouw keek theatraal omhoog, zuchtte eens diep, keek vervolgens naar haar zuster die vriendelijk naar haar glimlachte. “Doe dan maar twee briefjes van tien. Als dat kan tenminste”, klonk het weer uiterst zuur. Daarna bekeek ze mij eens op een manier alsof ik uitkomst moest brengen. Inderdaad had ik al in mijn portemonnee gekeken, en daar zat  een briefje van vijf in, maar meer ook niet. Toen ik niet op haar blik reageerde slaakte zij weer een diepe zucht, keek vervolgens theatraal omhoog en deed daarna haar boodschappen in een tas.

Naast elkaar liepen ze naar buiten. Zij met moedeloos afhangende schouders, haar zus met rechte rug en een doos vol boodschappen.

Recept met rode kool

rode kool

Ik ben veel met voeding bezig. Misschien logisch als je voor gewichtsconsulent leert, want dan word je ook meteen een voedingsdeskundige. Nu niet meteen wegklikken omdat je denkt dat er weer een verhaal komt, dat hoort bij mij. Het recept staat er echt, gewoon hieronder.

Al een groot deel van mijn leven ben geïnteresseerd in voeding en wat dit doet voor je gezondheid. Heerlijk vind ik het om nieuwe recepten uit te proberen.Toen mijn kinderen nog klein waren werd het niet altijd gewaardeerd overigens. Soms was er wel eens iets bij wat echt niet lekker was. Dan zei ik: “We eten het wel gewoon op en daarna maak ik het nooit meer”.

Gisteren aten we rodekoolquiche. Een recept uit de Libelle, geloof ik. Ik ben een ouderwets soort kok, want ik snij de rode kool altijd zelf. Net als alle andere groente, behalve de boerenkool. Die koop ik gesneden.

Dan zit je dus met een rode kool waar je wel vier keer van kan eten. Lastig? Nee hoor, verpak de aangesneden rode kool in een krant en bewaar gewoon in de groentela van de koelkast. Dat gaat prima.

Hier komt het eerste recept:
Rodekoolquiche voor 2 personen (voor meer personen gewoon de hoeveelheid aanpassen)

Ingrediënten: 1 eetlepel vloeibare braadboter of olijfolie

125 gram magere spekreepjes (ja heus, dat mag best een keer)

½ Jonagold appel (de andere helt eet je lekker op) geschild en in blokjes

300 gram rode kool, in fijne reepjes gesneden (gewoon zelf doen)

2 eieren

100 ml crème fraîche (oorspronkelijke recept: slagroom)

85 gram geraspte 30+ kaas (oorspronkelijk: jong belegen geraspt)

1 eetlepel rozemarijn

een kleine taart- of quichevorm

  • Verwarm de oven voor op 200º
  • Bekleed de bakvorm met het deeg
  • Bak de spekreepjes 5 minuten knapperig uit in de vloeibare braadboter of olijfolie
  • Schep de appel er door en bak 1 minuut mee
  • Voeg de rode kool toe en bak op matig vuur 8-10 minuten tot de kool beetgaar is
  • Klop intussen de eieren los, meng de slagroom, kaas, rozemarijn, zout en peper er door.
  • Verdeel de rode kool over de deegbodem
  • Schenk en eimengsel er over heen
  • Bak de quiche in 25-35 minuten goudbruin en gaar.

Oorspronkelijke recept bevat 815 kcal per portie. Mijn aangepaste  = 690 kcal. En dat ik mooi voor de avondmaaltijd.

Als je met z’n tweeën bent kan je vier keer eten van die ene rode kool. Wij eten er meestal maar drie keer van, maar dat komt doordat ik dan ook één keer rode kool eet als de kinderen van mijn lief hier zijn. Om niet altijd op dezelfde manier rode kool te eten heb ik een aantal recepten verzameld en soms wat aangepast.

  • Rodekool met appel in wijn
  • Rodekool met sucadelapjes
  • Rodekoolsalade

Deze recepten volgen nog.

Kinderen

kinderenGisteren besloten mijn lief en ik om naar de school- en gezinsviering van de kerk te gaan. Vorige keer was het echt leuk. De school had de kerkdienst goed voorbereid en de samenwerking met de dominee was goed. Tel daar de Jip-en-janneketaal bij op waardoor ik ook begreep waar het allemaal over ging.

We waren wat laat en de hele kerkzaal zat al vol. Naast me schoof een oudere man de rij in en zei:”Zo vol is het lang niet geweest”. Daar had hij gelijk in. Het is dan ook kien uitgedacht van zo’n kerk, want de school doet mee. En dat betekent dat alle vaders, moeder, broertjes, zusje, oma’s, opa’s, tantes en ooms van die basisschoolkinderen ook in de kerk zitten. Doen ze anders nooit, maar dan wel. Slim van zo’n dominee.

Wij zaten achterin en ik heb in dat ene uur nog nooit zó veel kinderen naar het toilet zien vertrekken. Sommigen gingen wel drie keer achter elkaar. Vast een kleine blaas of een blaasontsteking. Allemaal smoesjes natuurlijk, maar hou je kind maar eens tegen als het beweert dat het bijna in zijn broek plast of poept. Zodra de één ging, vloog de volgende er achteraan. Vast vriendjes van elkaar.

Een paar rijen voor ons zat een moeder die haar uiterste best deed om haar zoontje, van een jaar of vier denk ik, in het gareel te houden. Dit lukte niet, zelfs niet ten dele. Hij liep de rij uit, stukje naar voren, stukje naar achteren en werd door zijn moeder de rij weer ingehaald. Hij kreeg een preek van moeder, waarbij zij zeer boos keek. Daarna kreeg hij een aai over zijn bol en een kus op zijn voorhoofd. Tja, in mijn ogen wat tegenstrijdige berichtgeving. Ze was boos, en ze was niet boos. Wat doe je daarmee als kind? Nou, gewoon onder de stoelen door kruipen en verderop weer omhoog komen om vervolgens naar de wc te gaan. Moeder ontstemd, stond op en ging met hem mee. Daarna moest hij bij haar op schoot. Moeder boos, hield een preek terwijl ze zijn kin vasthield om te voorkomen dat hij zijn hoofd weg draaide. Daarna weer de aai over zijn bol en de kus op zijn voorhoofd. Dit herhaalde zich een aantal keer.

Ik bekeek het hele gebeuren en dacht: “Ik erger me niet, ik verwonder me slechts”. Het gebeurde alleen wel heel erg in mijn gezichtsveld. Dat vond ik toch wat lastig. Bovendien was er op het Liturgisch Centrum een toneelstukje aan de gang van groep 8 van de basisschool waarvan ik niet veel begreep. Het was niet te verstaan en eerlijk gezegd leek het er op dat ze allemaal om beurten hun tekst kwijt waren.

Het jongetje verdween van moeders schoot, kroop weer onder de stoelen door, dook weer ergens op en verdween het gangpad in. Ik keek ‘m na en zag hem naar de pilaar lopen waar hij vervolgens in probeerde te klimmen. Toen was het gedaan met mijn “verwondering”. Ik stond op, liep naar hem toe en vertelde hem dat hij heel gauw terug naar zijn moeder moest gaan. Het jongetje trok een prutlip, maar liep mee. Zeer ontdaan ging hij bij zijn moeder zitten. Waarschijnlijk vertelde hij over die verschrikkelijke enge mevrouw die hem zomaar weg had gestuurd, want zijn moeder keek om zich heen of ze dat secreet ergens zag. Ik trok mijn “engelengezicht” en was me werkelijk van geen kwaad bewust.

Ik heb haar niet meer gezien na afloop. Misschien was ze beledigd omdat ik me ergens mee bemoeid had, dat heeft ze mij dus niet meer kunnen vertellen. Dat is maar goed ook, want dan had ik haar waarschijnlijk verteld dat ik me nergens mee had hoeven bemoeien als zij dat zelf wat beter gedaan had. Tja, soms komt er gewoon een eind aan mijn inlevings- en tolerantievermogen.

Nederland is gek geworden.

Nederland is gek geworden

Er zijn dingen die ik niet begrijp en ik denk dat ik ze ook niet wil begrijpen. Sommige dingen zijn echt zo totaal belachelijk dat ik soms niet weet of ik er om lachen of om huilen moet. Niet te veel over nadenken dan maar? Ik weet niet of dat wel een optie is. Bovendien kan ik mijn denkhoofd toch niet stopzetten. De aan-uitknop is al jaren zoek. Vandaar dat ik schrijf, dat is mijn aan-uitknop.

Gisteravond bracht ik, na de koorrepetitie, mijn boek “In de war” naar het Alzheimercafé. Daar viel ik met mijn neus in de boter van de uitleg over de vernieuwingen in de zorg. Weet je dat alle indicaties, de zorgzwaartepakketten, maar geldig zijn tot eind dit jaar. Tot eind 2015 dus. Dus ook die van je demente moeder, opa, tante of buurvrouw. Waarschijnlijk hebben die een indicatie gekregen tot 2028, maar die geldt na eind 2015 ook niet meer. In Den Haag verwachten ze schijnbaar echt dat iedereen dan genezen is en weer zelfstandig kan wonen. O nee, nu overdrijf ik, want 6 weken voor het aflopen van de indicatie kan je een nieuwe aanvragen. Het liefst doe je dit zelf en geef je goed aan waarom je daar recht op hebt.

Snap ik dit nog? Nee dus.

Gisteren is geen enkele minister geslaagd voor het maken van de rekentoets. Zelfs de oud-wiskundeleraar, Kamerlid Paul van Mennen (D66), had een onvoldoende. Toch wordt de rekentoets ingevoerd. De reden hiervan is dat de Kamerleden zich niet hebben kunnen voorbereiden op de toets. Aha, scholieren mogen dit wel en zullen dus slagen voor een toets waar niemand iets van begrijpt.

Snap ik dit nog? Nee dus.

We hebben onze EU daarmee een veiliger Europa. Onze legers hebben we niet meer nodig, bezuinigen op die flauwekul. Dat werd ons toch voorgehouden? Helaas is het nu onveiliger dan het heel lang geweest is.

Snap ik dit nog? Nee dus.

In Gouda wordt een muur geplaatst tussen de Moskee en het Kinderdagverblijf. Gewoon om te voorkomen dat er bij de gelovigen een zeker mate van opwinding en daarmee dus afleiding van het gebed, ontstaat wanneer zij geconfronteerd worden de onbedekte hoofden, armen en benen van het personeel van het Kinderdagverblijf. Misschien staat er straks nog wel een Kamerlid op die dit te duur vindt en als alternatief het personeel van het Kinderdagverblijf een burka aanbiedt. Je weet maar nooit in dit land van “pappen en nat houden”.

Snap ik dit nog? Nee dus.

Of eigenlijk snap ik het wel, want Nederland is gek geworden. Vraag maar aan professor Smalhout, die heeft er een boek over geschreven.

Kamperen

kamperen

Dit jaar ga ik kamperen? Ja, “ik” ga kamperen van de zomer. In mijn eentje, dat heb je goed gelezen. Natuurlijk zou ik graag met mijn lief samen gaan, maar dat is tijdens de zomervakantie niet aan de orde. Mijn lief gaat met zijn twee kinderen op vakantie. En nee, ik ga deze keer niet mee. Waarschijnlijk had ik dat veel eerder moeten bedenken, maar dat leek aldoor wat egoïstisch. En misschien is het dat ook, dat is dan maar zo.

Maar nu een vraag aan jou. Ben je wel eens op vakantie geweest met je lief en zijn jonge kinderen waarvan je de gebruiksaanwijzing bijna uit je hoofd hebt geleerd? Vervolgens ontdek je dat je elke vorm van privacy kan vergeten in een kleine stacaravan of vakantiehuisje. Weg eigen plek, weg stilte om je heen.

Na drie zomervakanties ben ik tot de conclusie gekomen dat dit niet werkt. Niet voor mij, maar voor de anderen waarschijnlijk net zo min. Tijdens de eerste vakantie verwachtte ik dat mijn stiefkinderen op een camping redelijk hun eigen gang zouden gaan. Dat ze daar vriendjes zouden vinden waar ze heerlijk mee zouden kunnen spelen. Tijdens de tweede vakantie had ik die illusie maar niet eens tevoorschijn gehaald om hem voor de derde vakantie weer op te poetsen en neer te zetten om bij voorbaat vast van te genieten. Want op een bungalowpark in Zeeland, waar een zwembad was en een jeugdhonk waar je van alles kon doen, moest dat toch lukken.

Helaas, mijn stiefkinderen zijn een ander soort kinderen dan ik zelf had toen ze op die leeftijd waren. De één wil de hele dag vermaakt worden. Het maakt niet uit waarmee, als we maar weg gaan en er niet over nagedacht hoeft te worden wat je zelf eventueel nog zou kunnen gaan doen. De ander is het huisje niet uit te branden. “Prima, zo’n andere omgeving, maar ik blijf hier binnen in mijn veilige cocon”, lijkt er gedacht te worden.

Vaak alleen op pad bleek het antwoord niet. Het weer zat niet mee en mijn vervoermiddel was mijn fiets. Met z’n vieren op pad betekende dat er één bij liep met het gezicht op zeven dagen onweer, tot bleek dat er toch ook wel iets leuks was, daarna weer zeven dagen onweer.

Ik trek het boetekleed aan en beken eerlijk dat ik dit niet kan, maar ook niet wil. Ik ben egoïstisch en wil kunnen genieten tijdens mijn vakantie. Geen vakantie-uitgave van twee gebruiksaanwijzingen uit mijn hoofd leren, omdat deze totaal anders blijken te zijn dan de gebruikelijke gebruiksaanwijzingen. Geen rekening houden met nukken, niet roepen: “Ga zelf eens op pad, ga op onderzoek uit in dit park”. Nee, ik ben een grote egoïst en eerlijk gezegd heb ik er ook schoon genoeg van om te doen alsof ik dat niet ben. Het zou anders zijn als het mijn eigen kinderen waren, maar dat zijn het niet, dus ga ik die afweging niet eens maken.

Ik ga kamperen, neem mijn boeken, mijn wandelschoenen, fiets en tekenspullen mee en weet zeker dat ik me prima zal vermaken. Mijn lief gaat met zijn twee kinderen naar een andere plek. Neemt ze op sleeptouw om ze toch wat van de omgeving te laten zien, neemt alle nukken voor lief en weet van te voren dat hij ze naar het zwembad zal moeten sturen om voor zichzelf een beetje privacy te hebben.

Misschien vallen jullie nu allemaal met een hele hoop kritiek over me heen. Doe maar, ik verander toch niet meer van gedachten. En weet je? Mijn lief staat achter mij, begrijpt het zelfs.

De val

31-01-2015 (1) “Zal ik wel, zal ik niet?”, was mijn overpeinzing gisterochtend. Ik stond op het punt om naar Sneek te rijden voor een wandeltocht van 15 km. De weersvoorspelling was goed, dus waarom ook eigenlijk niet? Terwijl ik mijn spullen bij elkaar pakte en het lunchpakketje in mijn tas deed stond mijn lief de ramen van mijn auto al schoon te krabben. ‘Oeps, mijn fototoestel ligt nog boven. Even pakken’, dacht ik. Al met al duurde het even voordat ik bij de auto was en op de stoep glibberde ik nog bijna onderuit. Ondertussen waren mijn ramen al helemaal schoon. Lief, zo’n lief. “Mijn gsm”, zei ik tegen hem, “die moet ook mee. Stel je voor dat ik uitglij en een been breek. Dan moet ik jou en 112 kunnen bellen.” Na een half uurtje arriveerde ik bij de startlocatie in Sneek. Een restaurant, vlak bij het spoor. Inschrijven, betalen en eerst nog een lekker kopje koffie voordat ik startte. En dan, zoals altijd, nog een bezoekje aan het toilet. Ik miste het opstapje, struikelde en lag ineens languit in de gang. Alles nog heel, alleen mijn pink had een ontvelling, het topje kreeg een kleine bloeduitstorting en onder mijn nagel bloedde het. Terwijl ik weer overeind kwam en constateerde dat mijn knie wat zeer deed, denderde de barvrouw de gang in. Geschrokken door het lawaai was ze meteen mijn kant op komen rennen. “Niks aan de hand hoor”, verzekerde ik haar. “Ik zag het opstapje over het hoofd.” Na het bezoek aan het toilet besloot ik toch even een pleister te vragen voor mijn pink. Het bloedde, was wat gevoelloos en het eerste wat ik dacht was: “Dat wordt lastig pianospelen”. De barvrouw kon geen EHBO trommel vinden dus dook ze in haar eigen tas. Ze heeft vast jonge kinderen, want ik kreeg van haar een mooie roze met wit geruite pleister. 31-01-2015 (3)31-01-2015 (4) 31-01-2015 (9)Van mijn knie had ik geen last, die pijn trok gelukkig snel weg. Mijn pink bleef wel wat lang gevoelloos, maar ook dat verdween. Onderweg was het af en toe wel wat glibberig, maar vallen deed ik niet, Ook niet toen ik in De Stadsherberg een sanitaire stop hield. En gelukkig ook niet toen ik door een zeer blubberig gebied tussen de Schotse Hooglanders doorliep. De modderspetters zaten tot aan mijn knieholtes, zag ik later. Ondanks de wat ongelukkige start, werd het een mooi tochtje waarbij ik weer heel wat gedachten heb kunnen ordenen. En het pianospelen? Dat ging gelukkig ook nog prima!