Monthly Archives: December 2014

Kerststress

kerststress

Hebben jullie ook zo’n last van kerststress gehad doordat de populaire receptenwebsite van AH uit de lucht ging? Smartphone op het aanrecht, pannen op het gas (of elektra natuurlijk), verdwijnt je recept. Je moest nog van alles, maar wàt kon je niet meer bekijken. Lekker handig! Hoe vertel je dat de gasten?

Ik zie het voor me en eerlijk gezegd zou de situatie niet misstaan in een vrolijke kerstfilm. Overkwam het mij? Nou nee, ik heb niet eens een smartphone dus zou ik mijn laptop op het aanrecht moeten zetten. Wat is er trouwens mis met koken uit een kookboek, of van een recept uit één van die bladen die bij de supermarkten liggen. Die verdwijnen niet ineens tijdens het koken. Lijkt me toch een veilige gedachte. Trouwens, ik snap al helemaal niet waarom iedereen van die ingewikkelde recepten gaat klaarmaken tijdens die dagen. Nog geen stress genoeg?

Wij hebben dit jaar prima gegeten zonder dat we daar uren voor in de keuken stonden. Toegegeven, ik heb wel een nieuw recept uitgeprobeerd: Duivels warm vlees. Twee dagen lang stond het gemarineerd in de koelkast. Aanbraden en een uurtje sudderen op de dag zelf. Uit deTelegraaf, waar alle overigens iedere dag een heerlijk recept in staat. Verder hielden wij het heel gewoon, maar wel met stoofpeertjes. Ook al heel gewoon, want die eten we iedere kerst.

Vroeger, in een vorig leven toen mijn kinderen nog klein waren, probeerde ik wel eens een nieuw recept uit. Gewoon, bam……………..tijdens de kerstdagen. Niet eerst even uitproberen van te voren. Welnee, ik schotelde het mijn gezin en de oma’s en opa’s gewoon voor. Het pakte meestal goed uit, of iedereen deed alsof hij het lekker vond, dat kan ook natuurlijk. Nu zou het niet meer in mijn hoofd opkomen. Wat dat betreft ben ik wat voorzichtiger geworden. Ik zag, ook al in de Telegraaf, een heerlijk recept voor witlof met blauwschimmelkaas, maar besloot me er toch maar niet aan te wagen.

Recept gemarineerde varkensfricandau, ook wel Duivels warm vlees voor 4 personen:

1 kg varkensfricandeau

12 eetlepels azijn

12 eetlepes ketjap

12 eetlepels ketchup

3 mespuntjes sambal

1 zakje nassikruiden

1 klein uitje, gesnipperd

Het vlees twee dagen gemarineerd in de koelkast. Aanbraden, de marinade erbij schenken en een uurtje laten stoven.

Het is toch wat, doe ik de spellingscontrole er overheen, wil deze de varkensfricandeau veranderen in kalfsfricandeau. Pfffff………., ik weet toch zeker zelf wel wat ik gemaakt heb.

Advertisements

Oud & Nieuw

oliebollen

Oudejaarsavond, voor velen een speciale avond, terwijl ik die avond net zo lief als alle andere avonden doorbreng. Gewoon een beetje lezen of borduren terwijl mijn lief achter het orgel kruipt. Soms iets op tv kijken of naar de dvd die ik bij de bieb heb geleend. De conferences vind ik niet altijd leuk, behalve die van volgend jaar,  want dan wordt deze door Herman Finkers gedaan.

Dit jaar moet het anders, want de kinderen van mijn lief zijn bij ons. Hoe deed ik dat vroeger met mijn eigen kinderen? Tja, dat vierden we gewoon. We aten oliebollen, deden een spelletje, soms waren opa en oma er ook die avond en soms waren we met z’n allen bij hen. Ik had al wat plannetjes bedacht voor die avond toen ik me ineens realiseerde dat ik me weer eens verantwoordelijk voelde voor het slagen van hiervan. Streng sprak ik mezelf toe: “Wilma, het moet anders, je bent niet overal verantwoordelijk voor”.

Met mijn lief in overleg en vrijdagavond vroegen wij de kinderen of ze zelf ideeën hadden voor oudejaarsavond. Er werd aanvankelijk wat schaapachtig gekeken, maar uiteindelijk leek een spelletje doen wel leuk. Ja, en oliebollen eten, vuurwerk afsteken en verder………………………………, ja wat nu eigenlijk verder. Ik opperde dat ze daar de zaterdag over na konden denken en hun ideeën op een briefje zouden schrijven, zodat we al onze plannen naast elkaar konden leggen.

“En, hebben jullie je plannen nog op een briefje gezet?”, vroeg ik ‘s zaterdags na het avondeten. Ik kreeg wat stomverbaasde blikken en nee, natuurlijk hadden ze dat niet gedaan. Toch wel wat jammer, vond ik en ik liet ze weten dat het me wel wat tegenviel. Half en half had ik dit al verwacht, maar ha, hopen is nooit verkeerd, zelfs niet als het tegen beter weten in is. “Weet je wat ik jammer vind?”, vroeg ik ze. Dat wisten ze niet en ik legde uit dat het leek alsof ze vonden dat alleen hun vader en ik verantwoordelijk waren voor het invullen van die avond. Daarna vertelde ik wat ik die avond zou doen als zij er niet waren. “Dat lijkt me voor jullie geen leuk soort avond”, zei ik terwijl mijn lief het met een geamuseerd gezicht aanhoorde, maar gelukkig af en toe ook een duit in het zakje deed. We lieten ze weten dat wij wel al wat plannetjes hadden, maar dat we toch ook vonden dat zij ook hun best moesten doen om er wat van te maken.

Zo zaten we na het avondeten om de tafel om alsnog op te schrijven wat hun ideeën waren:
Een film kijken  en gelukkig had ik al gezien dat er een leuke Kuifje film komt op een Belgische zender. Als ze dat niks vonden dan konden ze natuurlijk een andere oplossing zoeken. Na veel denkwerk en hints bedachten ze dat ze dan in de bibliotheek een dvd konden lenen. Maanden achter elkaar zocht ik daar dvd’s voor ze uit zonder dat ze er zelf maar over na hoefden te denken. Bij mij was inmiddels de knop om dat ik dat soort dingen niet meer zou gaan doen. Ze zijn elf en twaalf, en kunnen best eens zelf ergens over na gaan denken.

Een film dus. En een spelletje doen, maar wat voor spelletje. Er passeerden wat spellen de revue, maar sjoelen leek ze toch ook wel wat. Zo vulden we op voorhand al een groot deel van de avond in en ik denk dat het goed is dat ze meedenken over hoe je iets gezellig en leuk houdt. Is het onverhoopt eens niet gezellig dan vraag ik tegenwoordig of ze zelf kunnen bedenken hoe dit komt. Al pratend ontdekken ze dan vaak wel hun eigen aandeel in de sfeer, maar het is nog altijd een soort worsteling waar we in zitten. Tante Wilma is leuk, maar niet als ze moppert. Dat mag mama, dat mag papa, maar stiefmoeders en -vaders horen alleen maar gezellig, aardig en leuk te zijn. Dat het niet zo werkt weten ze inmiddels wel, maar lastig blijft het.

In plaats van al maar achteraf ergens over te mopperen stellen mijn lief en ik ze tegenwoordig de vraag wat hun bijdrage wordt aan het gezellig houden van een dag, een bezoek, een avond of een heel weekend. Ze moeten er nog een beetje aan wennen, maar ik denk dat, door ze dat stuk verantwoording te geven, ze uiteindelijk zullen begrijpen dat hun wereldje leuker wordt als ze daar zelf ook een aandeel in hebben.

Voor al mijn lezers: Fijne kerstdagen een een goed en gezond 2015 gewenst.oudejaarsavond

Bezuinigingen in de zorg zijn lood om oud ijzer.

De verpleegzorg thuis wordt met ingang van 1 januari 2015 ondergebracht bij de zorgverzekeraars. De vraag wat dit voor de verzekeringspremies in 2016 gaat betekenen had ik al gesteld. Maar wat houdt dit nu precies in voor verzorgenden en verpleegkundigen die werkzaam zijn in de thuiszorg?

Ziektekostenverzekeraars gaan straks beslissen of cliënten recht hebben op verpleegzorg thuis. Je maakt mij namelijk niet wijs dat die specifieke zorg zomaar ineens betaald kan worden uit het potje van deze verzekeraars. Staatssecretaris Van Rijn heeft bovendien al aangekondigd dat men straks niet meer bij de overheid hoeft aan te kloppen. Met andere woorden: “Zoek het allemaal lekker zelf uit!”

Net als bij huishoudelijke hulp zal er eerst gekeken worden naar wat familie kan doen voor zo iemand. Is er geen familie, dan wordt er gezocht in het sociale netwerk en als dat er niet is zijn de buren aan de beurt. Laatst hoorde ik al van iemand aan wie verzocht werd om dagelijks bij zijn moeder langs te gaan. Kon dat niet, dan had zijn moeder toch echt een probleem. De man heeft een fulltime baan waar hij een stukje voor reizen moet, zijn moeder woont ook niet in zijn directe woonomgeving. Kortom, niet alleen zijn moeder heeft een probleem, hij zelf ook.

Als de ziektekostenverzekeraars stoppen met het vergoeden van een deel van de verpleegzorg thuis dan zullen thuiszorgorganisaties personeel moeten ontslaan. Nog meer mensen die recht op een uitkering hebben. Op deze manier zijn de bezuinigingsmaatregelen van Den Haag toch echt lood om oud ijzer. Er wordt bezuinigd op de zorgkosten, maar aan de andere kant komen er weer meer uitkeringsgerechtenden bij. Die mogen dan, met behoud van hun uitkering wel hetzelfde werk blijven doen hoor. Zij gaan dan de mantelzorgers, die compleet overbelast raken, ondersteunen.

Florence Nightingale

Het lijkt er sterk op dat de mening over het werken in de zorg nog steeds detzelfde is: “Werk je in de ouderenzorg, dan doe je dat vanuit je hart. Je hebt echt alles voor de cliënten over en het maakt niet uit hoe hard je moet werken om alles rond te breien. Je bent gewoon een Florence Nightingale”.

Ik ben het hier helemaal niet mee eens. Werken in de ouderenzorg is gewoon een baan. Je doet het met liefde, maar het mag geen “liefdewerk oud papier” worden. Ooit is er nog eens sprake geweest van het verdwijnen van de ORT en daar had ik ook al een ongezouten mening over: “Als ik niet betaald wil worden voor mijn werk, was ik wel vrijwilliger geworden.”

Ik baal van de bezuinigingstrucs van de overheid. Ik baal ook van alle onzinnige kosten die soms gemaakt worden in de zorg. Levensrekkende behandelingen bij patiënten die weten dat ze dood gaan. Ja, ik weet het, ik heb makkelijk praten want ik heb geen levensbedreigende ziekte, maar wie weet wordt ik binnen afzienbare tijd wel doodgereden. Er zijn genoeg verhalen van mensen die zo’n levensrekkende behandeling hebben ondergaan en achteraf van mening waren dat ze er beter niet aan hadden kunnen beginnen. Dat stukje leven wat ze er bij kregen was vaak niet bepaald van kwaliteit te noemen.

Kwetsbare ouderen die vrijwel de hele dag in bed verblijven krijgen voor de zoveelste keer op rij een antibioticakuur omdat ze wéér een longontsteking hebben. Niet zo verwonderlijk, want liggen werkt het krijgen van zo’n ontsteking in de hand. Na de kuur knappen ze weer op, maar zijn ze weer verder achterop geraakt. Zo takelen ze langzaam maar zeker af en als er dan echt niets meer aan te doen is worden ze, op verzoek, in het ziekenhuis opgenomen. Hup!…………………..infuusje met vocht, infuusje met antibiotica, dat werkt sneller als het direct in je bloed terecht komt. En hup……….weer terug naar huis waar je de dagen in bed doorbrengt. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die pas onderbroken wordt door ‘de dood’.

Ouderen die weken, soms maanden revalideren of gereactiveerd worden. Bergen geld gaan er in om. Hoe vaak ik niet meegemaakt heb dat er twee weken na het ontslag alsnog een rouwkaart op de afdeling werd bezorgd. Gewoon vaak! Samen met een collega sprak ik soms hardop uit wat de meesten misschien alleen maar dachten: “Wat denk je dat dit allemaal gekost heeft?!

Ik zie jullie dit hoofdschuddend lezen en hoor jullie zeggen: “Moeten we onze ouderen dan maar laten creperen?” Nee, dat hoeft niet, maar misschien moeten wij zo reëel zijn om onze ouderen en ongeneeslijk zieken het recht op sterven te geven. Is het niet duizend maal mooier om er met elkaar voor te zorgen dat dit zo waardig en respectvol mogelijk gebeurt?

Ongerust

Ongerust

Zijn huiskamer lijkt wel een uitdragerij. Overal staat apparatuur en dan niet zo maar iets, nee, het zou zomaar een tijdmachine kunnen zijn of zo. Het lijkt wel of daar en uitvinder aan het werk is.

Hij is al flink op leeftijd en verveelt zich nooit, want alle dagen zit hij te prutsen. Ik bedoel dat niet oneerbiedig hoor, ik weet er gewoon geen ander woord voor. Meestal heeft hij ook nog een peuk tussen zijn vingers, terwijl hij intussen met een soort priegelwerk bezig is. Kijk, dat is misschien een beter woord: “priegelen”.

Kerstversiering heeft hij niet, daar is ook geen plaats voor in de kamer. Er staat alleen een klein houten kerstboompje in de hoek van de vensterbank en er branden een paar lichtjes in.

Altijd als ik langs loop kijk ik naar binnen en de afgelopen dagen viel het me op dat hij al een paar dagen niet thuis leek. Misschien was hij boodschappen aan het doen of zo. Vreemd was alleen wel dat zijn slaapkamergordijnen niet helemaal gesloten waren en de lampjes in het kerstboompje wel branden.

Gek genoeg maakte ik me toch een beetje ongerust. Maar deed ik daar iets mee? Nee, sorry, het valt jullie misschien tegen, maar ik deed daar niets mee.

Gisteravond kwam ik thuis nadat ik iemand geïnterviewd over het belang van buurtvertegenwoordigers. Daar wordt begin volgend jaar een start mee gemaakt. Door knelpunten te signaleren en daar een oplossing voor aan te dragen levert men een bijdrage aan de leefbaarheid in de wijken. Door de bezuinigingen in de zorg vallen veel ouderen straks tussen wal en schip en mogelijke eenzaamheid zal sneller gesignaleerd worden.
Met dit verhaal in mijn achterhoofd liep ik, met mijn boodschappentas in de hand, richting huis. Bij het naderen van het huis van de ‘uitvinder’ besloot ik dat ik, als hij weer niet in de kamer zat, aan zou bellen. Ik was zelfs van plan om bij zijn buurvrouw aan te bellen wanneer hij niet open zou doen.
Hij zat weer gewoon op zijn oude vertrouwde plek, peuk tussen de vingers en prutsend aan het apparaat. Ik keek naar binnen, hij keek naar buiten en voor het eerst zwaaiden we naar elkaar. Hij glimlachte en ik glimlachte vriendelijk terug.

Misschien bel ik volgende keer wel aan, want eigenlijk ben ik ontzettend nieuwsgierig naar wat hij nu eigenlijk aan het doen is.

Onzichtbaar

sinaasappels

Er stond een flinke rij bij de kassa. Daar baalde ik wat van, want ik had alleen maar een net perssinaasappels om af te rekenen.

Voor mij stond een oudere heer, ja echt een heer. Hij had een hoed op en een keurige lange winterjas aan. Nadat hij betaald had liep hij met de boodschappenwagen naar de uitgang. Ik betaalde mijn sinaasappels en liep achter hem toen hij bijna struikelde en net niet met zijn neus tussen de boodschappen terecht kwam.

Hij keek naar beneden en zocht de vloer af naar oneffenheden. Toen hij mijn voeten zag ging zijn blik omhoog en zei: “Ik struikelde alweer over iets onzichtbaars”.

Jezelf zijn

Heel wat keren in mijn leven dacht ik: “Ja, nu ben ik wie ik ben of altijd al had moeten zijn”. Net zoveel keren bedacht ik dat het anders moest.

Herken je het? Het gevoel dat je eindelijk dicht bij je zelf bent en dat het vlak daarna weer tussen je vingers doorglipt. Mijn hele leven heb ik hier last van gehad. Nu denk ik weer: “Ja, ik ben bijna mezelf, maar net niet altijd. Dat brengen omstandigheden soms met zich mee. Dan pas ik noodgedwongen aan en speel een rol, maar ik blijf in die rol wel steeds dicht bij mezelf.

Wat een geluk dat ik gisteren de televisie aan had staan en de reclame van Tena Lady zag. Nu pas weet ik hoe ik mezelf kan zijn. Door Tena Lady te gebruiken. Dan pas ben je altijd en overal jezelf.

Ik had werkelijk geen idee dat het zo simpel zou zijn.

Hoezo, zorgen moet je niet maken, zorgen moet je doen?

Ondanks dat ik in oktober mijn baan heb opgezegd, maak ik mij zorgen over ‘de zorg’. De vraag waar dit allemaal naar toe moet, komt onwillekeurig naar boven drijven. Geen AWBZ meer, maar de Wet Langdurige zorg, de huishoudelijke hulp die uit de WMO betaald moet worden en tot slot de thuiszorg, verpleging thuis, die overgeheveld wordt naar de ziektekostenverzekering. Bij dat laatste vraag ik me direct af hoe hoog onze premie in 2016 gaat worden?

Van de ene dag op de andere dag was ik er voor mezelf uit: “Kom, ik zeg mijn baan op en zet een stap extra bij het leren voor gewichtsconsulent. Des te eerder ben ik klaar en kan ik mijn eigen praktijk beginnen.” Om niet helemaal uit het zorgcircuit te raken ben ik flexwerk gaan doen, als verpleegkundige in de thuiszorg, die straks dus uit de ziektekostenverzekering betaald moet worden. Veel werk levert het niet op en vind ik dat erg? Mijn antwoord is wat dubbel, want aan de ene kant vind ik het helemaal niet erg, aan de andere kant vind ik het vervelend dat ik daardoor vrij weinig inkomsten heb. Vindt mijn lief dit erg? Nee, hij ziet dat ik beter in mijn vel zit en geld is er wel. Zeker in de spaarpot die ik de afgelopen drie jaar heb opgebouwd.

De weinige keren dat ik een korte dienst werkte kwam ik bij vreemde mensen thuis. Soms hadden mensen hun achterdeur niet op slot en werd ik geacht via die deur naar binnen te gaan. Het voelde wat vreemd en zelf zou ik dit niet willen. Bij anderen moest ik een sleutelcode invoeren en kon daarna zo maar naar binnen. Een rare gewaarwording. Wat mij opviel is dat ik vrij veel tijd kreeg bij de cliënten. Bij een enkele zomaar anderhalf uur, die besteedde ik aan het douchen van de cliënt en zorgen dat het ontbijt op tafel stond. In het verzorgingshuis had ik daar, met een beetje geluk, een half uur voor. Verder viel mij op dat de mappen er zo keurig uitzagen. Bijna alsof ze nieuw waren en alles was makkelijk terug te vinden. Misschien kom ik ooit nog een keer bij deze cliënten, misschien ook niet. Het geeft mij rust, want ik ben alleen verantwoordelijk voor wat ik op dat moment doe. Dat gevoel is nieuw en prettig.

De tijd die ik normaal in werk stopte is gevuld met andere bezigheden. Leren, tekenen, schrijven en vrijwilligerswerk. Het verdient niks, maar het levert een hoop andere dingen op. Als lid van de redactie van een wijkkrant interview ik mensen waar ik vervolgens een artikel van schrijf. Op deze manier zie ik heel wat verschillende mensen. Door gesprekken te voeren met ze oefen ik meteen de gesprekstechnieken die ik leer in mijn opleiding. Zo snijdt het mes mooi aan twee kanten.

En toch, al heb ik weinig meer met ‘de zorg’ te maken, ik maak me wel zorgen. Raken mantelzorgers niet overbelast en hoe zit het met de professionals die hun baan kwijtraken? Zij mogen, met behoud van hun uitkering de mantelzorgers ontlasten. Een rare gang van zaken. Er klopt gewoon helemaal niks van.

Al verdien ik dan tegenwoordig niet veel, ik ben blij dat ik uit de hectiek van het bezuinigen ben gestapt. Zo hier en daar hoor ik nog wel het één en ander, ook toen ik laatst iemand interviewde. Niet iets waar je direct blij en vrolijk van wordt. Een baan die boventallig raakt, verplicht solliciteren op een andere functie en daar dan de ‘talententest’ voor moeten maken.

Nee, zorgen moet je niet maken, zorgen moet je gewoon doen. Jammer dat Den Haag er niet bij vertelt hoe dat gedaan kan worden met zoveel minder budget.

Schuldgevoel

Twee jaar geleden en net als nu bijna Kerst. Ik woonde sinds 11 maanden bij mijn lief en zijn twee kinderen en had besloten om de kerstboom te versieren in het weekend dat mijn stiefkinderen bij hun moeder waren. Ergens diep in mij zat een gevoel dat ik het eigenlijk met hen samen zou moeten doen, maar ik had er de puf niet meer voor. Het was gewoon vaak niet leuk, maar wel moeilijk.

Mijn lief was het er volkomen mee eens en zie: “Natuurlijk doe jij dat op je eigen manier”. Ik versierde de kerstboom al jaren alleen en vond dat heerlijk om te doen. Tevreden met het resultaat en tevreden met mezelf rommelden we het weekend door. Heerlijk rustig zonder dat deze rust voortdurend onderbroken werd door mijn twee stiefkinderen.

De berg commentaar die mijn lief kreeg van hun moeder was niet van de lucht. Op zijn zachts uitgedrukt was het toch voor de kinderen echt niet leuk dat ze mij niet hadden mogen helpen. Mijn schuldgevoel kroop uit zijn hoekje en ik zat er behoorlijk mee in mijn maag. Mijn lief nam het voor me op en stond er nog steeds achter dat ik de kerstboom alleen had versierd.

Wat schetst mijn verbazing in de twee jaren na die eerste kerst. In het huis van de moeder van mijn stiefkinderen wordt de kerstboom versierd in het weekend dat ze bij ons zijn. Zelf is ze de kritiek waarschijnlijk al lang vergeten, maar bij mij komt dit naar boven op het moment dat ik dit hoor. Ik word er niet meer boos door, maar was ook dit keer wel weer verbaasd. Ik ben blij dat ik ook de tweede kerst gewoon de boom zelf heb versierd, het ook dit jaar op dezelfde manier doe en me niet heb laten leiden door schuldgevoelens of angst.

Ooit las ik: Schuldgevoelens kunnen als stoorzender optreden bij de intuïtie.

En: Wanneer angst beslissingen voor je neemt zal het goede beslissingen nemen, maar alleen omwille van zichzelf en niet omwille van jou.

Een beetje vreemd

Hij leek een beetje een zonderling, zoals hij daar aan tafel zat. Zijn bewegingen waren wat houterig en onzeker.

De laatste rust in de tocht van 26,5 km bij Ruinen, was in een theehuis midden in het bos. Een leuke plek en twee jaar geleden liep ik hier ook naar binnen, maar moest toen de sneeuw van mijn schoenen stampen. Ik vroeg om een koffie verkeerd, die vervolgens speciaal voor me gemaakt werd en ik kreeg ‘m in een kartonnen bekertje aangereikt. Het was niet helemaal naar de serveerster haar zin en ze pakte nog een kannetje warme melk: “Als u er een paar slokjes van heeft gedronken kan u de rest nog met wat meer melk aanvullen”, zei ze. Ik zocht een rustig plekje uit en keek om me heen.

Aan een lange tafel zaten links twee vrouwen die, aan het gesprek te horen, bij elkaar hoorden. Rechts aan diezelfde tafel zat een man die wat houterig bewoog. Hij keek, met schokkerige bewegingen om zich heen. De vrouw met het donkere lange haar deed een flirtpoging naar de man, die hier nauwelijks op reageerde. De vrouw met het blonde haar probeerde hem bij het gesprek te betrekken. Het zag er allemaal wat doelloos uit, want veel zei hij niet.

“Wij gaan weer. Kom je ook, dan lopen we het laatste stuk met z’n drieën”, zei de vrouw met het donkere haar. Hij had zijn koffie nog niet op en liet weten dat hij nog even bleef zitten. “Je wil natuurlijk nog een pilsje”, deed de blonde een duit in het zakje. “Dat hebben ze hier niet”, zei de wat zonderlinge figuur. De vrouwen trokken hun jas aan, de vrouw met het donkere haar gaf de man een knipoog, daarna liepen zij samen het theehuis uit.

“Ik blijf hier nog vijf minuten zitten en dan ga ik ook”, hoorde ik de man duidelijk zeggen. En inderdaad vertrok hij exact vijf minuten later.

Hand in hand

Voor me uit liep een al wat ouder stel. Begin zeventig, schatte ik en ze liepen gezellig hand in hand. 

Bij het stoplicht moesten we wachten en toen het eindelijk ‘groen’ werd liep het stel samen naar de overkant. Even verderop haperde hij en struikelde bijna. Zij hield zijn hand stevig vast, zodat hij niet viel.

“Kijk nou wat je doet”, zei hij, “ik lag bijna op de grond!” Zij reageerde niet, hield zijn hand nog steeds vast en wat langzamer nu, liepen zij verder. Ik liep het stel voorbij en zag dat zij wat gegeneerd naar me keek. Er ontstond wat gekibbel en ik bedacht dat het misschien toch minder gezellig was dan het leek.