Monthly Archives: November 2014

Geslaagd

Een week of twee geleden deed ik examen voor de modules “Voedingsleer” en Product- en Levensmiddelenleer”. Ik had als een gek zitten leren, vooral op de verschillende soorten vitamines en hun werking. Stampwerk was het en ik haalde regelmatig van alles door elkaar.

Ik had nog een uurtje tijd over voordat ik naar Zwolle moest vertrekken. Lastig, en ik had weinig rust in mijn kont. Lezen lukte niet, leren wilde ik niet meer, dus besloot ik aan het portret verder te werken. Uiteraard lukte dat ook niet, dus veel te vroeg ging ik op pad. Navigatiesysteem aan, want in Zwolle ken ik heg nog steg. Veel te vroeg kwam ik aan en even overwoog ik om een stukje te gaan wandelen. Toch maar niet gedaan, want ik zou zo maar kunnen verdwalen en dan te laat komen voor het examen. Dat zou net iets voor mij zijn. Dat verdwalen dan, want ik heb een richtinggevoel van lik me vestje. Het is nog net niet zo erg dat ik in mijn eigen huis verdwaal.

Daar stond ik dan, ruim een half uur te vroeg, bij de balie om me aan te melden. Tot mijn stomme verbazing kreeg ik meteen het examenreglement, een wachtwoord en een inlogcode. Daarna werd me een rekenmachine overhandigd, waardoor de schrik me om het hart sloeg. Voor de inzendopgaven  moest ik regelmatig berekenen hoeveel kcal iets bevatte en of de koolhydraten, vetten en eiwitten in de goede verhouding tot elkaar stonden. Nooit bedacht dat er rekenopgaven in het examen zouden voorkomen. Een beetje een tegenvaller dus. Tegenover die tegenvaller bleek een hele grote meevaller te staan: Ik mocht direct met het examen beginnen.

Daar zat ik dan, achter een computer met een stuk of 7 andere mensen die ook examen deden. Niet eens allemaal voor hetzelfde examen, dus afkijken had geen zin. Dat mocht ook niet, stond in het reglement. Met ijskoude handen en klotsende oksels van de zenuwen toetste ik het wachtwoord en de inlogcode in. Ik had een uur de tijd en ging door de opgaven heen. Geen rekenopgaven zag ik al gauw, een aantal meerkeuze vragen en een heleboel open vragen. Over al die vitamines die ik in mijn hoofd gestampt had werd maar één vraag gesteld en gelukkig wist ik het antwoord. Na twintig minuten was ik klaar en keek het hele examen nog een keer door en wijzigde nog een antwoord. Dat moet je dus nooit doen, neem dat van mij aan, want in de auto bedacht ik dat het eerste antwoord goed was. Lekker dan, mijn eerste fout had ik ontdekt.

Thuis heb ik het hele examen gedeleet en bewust niet in mijn lessen gekeken of ik alles wel goed had gedaan. Twee dagen later had ik bericht dat ik geslaagd was met een zeven. Mooi zo, want dan kan ik nu verder met de module “Begeleiden en motiveren”. Dat is leuk, want al die gesprekstechnieken die ik moet leren, oefen ik op mijn lief. De ene keer laat ik heel overdreven een stilte vallen in het gesprek. Gewoon om te zien wanneer zo’n stilte ongemakkelijk wordt. De andere keer moedig ik mijn lief overdreven aan om door te praten. En dat over de meest onzinnige onderwerpen en als hij het zat is geeft hij me midden in een oefengesprek ineens een zoen.

Het bijkomend voordeel van deze lessen is dat ik ineens weer nieuwe mogelijkheden zie in de omgang met mijn stiefkinderen. Da’s toch mooi meegenomen en dan nu nog kijken of dat gaat werken.

Advertisements

Aardappelen

Geduldig wacht ik op mijn beurt. Twee, wat oudere, dames zijn nog voor mij. Uit ervaring weet ik dat dit nog even kan gaan duren. 

” Wat voor salade is dat?”, wil de dame weten die aan de beurt is. Het blijkt onze befaamde poldersalade te zijn. Of de saus dan wel op yoghurtbasis is. Gelukkig wel en de groentenman pakt een bakje, schept de salade er in en meteen zegt de vrouw: ” Niet zo veel hoor, ik ben maar alleen”. De weegschaal geeft 85 gram aan, maar er moet nog meer uit het bakje. Ze weet uiteindelijk niet hoe lang ze dit goed kan houden in de koelkast. ” U moet altijd rekenen op een dag of drie. Straks vindt u het zo lekker dat u weer terug moet” , zegt de groentenman. Het maakt geen indruk, want volgens haar is het bakje nog steeds te vol. Uiteindelijk verlaat ze de zaak met een bakje salade van 65 gram.

aardappel

” Vier kilo van die aardappelen”,  wijst de volgende dame. De groentenman zucht, bijna onmerkbaar, maar mij valt het op. Hij laat haar weten dat er buiten zakken van vijf kilo staan. Die blijkt ze niet te willen, want ze wil alleen kleine aardappelen en gewoon vier kilo. ” Ik eet maar 100 gram per dag, dus vijf kilo is veel te veel”, laat ze mopperig weten. De groentenman begint, met rood hoofd, de aardappelen te sorteren en vertelt haar dat het prettiger is wanneer zij deze bestelling ‘s morgens even telefonisch doorgeeft. Dan zetten zij de zak voor haar klaar. ” Dit is gewoon niet zo’n handig moment, het is druk op dit tijdstip”, laat hij haar weten.

” U bent de enige die hier moeilijk over doet. Die anderen doen dit altijd gewoon. En het maakt helemaal niet uit op welk tijdstip ik kom, want het is nooit een goed moment. Maar u bent de enige die zo moeilijk doet hoor”, moppert ze verder. De groentenman probeert haar te sussen en zegt dat hij het vervelend vindt dat zij nu moet wachten. ” Dat geeft niet hoor, ik heb alle tijd”, is haar reactie.

Bij de groentenman komt het stoom zo langzamerhand uit zijn oren, maar hij blijft vriendelijk en kijkt verontschuldigend mijn kan uit. ” Als ik ‘s morgens mijn bestelling doorgeef moet ik ‘m zeker precies om vier uur ophalen?” , klinkt het kijvend naast me. Dat blijkt niet te hoeven, dat kan gewoon de hele dag. ” Nou, als het allemaal zo moeilijk is ga ik ze voortaan wel ergens anders halen”, moppert ze weer verder.

Ze rekent af en doet dan nog een duit in het zakje: ” U lijkt wel gestrest. U kan beter eens  een beetje rustig aan doen”.

Onbekend, dus niet vertrouwd

“O, jullie hebben een nieuwe klok”, was het eerste wat mijn stiefzoon zei toen hij binnenkwam. “Wel een mooie. Waar is de andere klok? Was je klaar met het gebimbam?”, vroeg hij zijn vader.

Ik vroeg hem waarom hij dat wilde weten. Zoals gewoonlijk bij zo’n vraag van mijn kant, keek hij lichtelijk ontstemd, haalde zijn schouders op en zei: “Weet ik niet, zomaar”.

Natuurlijk was die vraag niet zomaar en de volgende dag, toen we met z’n vieren aan tafel zaten legde ik hem mijn theorie voor: “Jij vindt deze klok best mooi, maar toch zit je er mee dat de oude klok er niet meer is. Die klok ken je al je hele leven en hoort bij vroeger toen papa en mama nog bij elkaar waren. In de afgelopen drie jaar hebben we veel meubels vervangen voor iets wat van papa en mij samen is. Bij mama en haar vriend woon je ook tussen spullen die je niet kent. Het meeste is van mama’s vriend en ik denk dat je dat bij elkaar allemaal lastig vindt. Maar zo werkt het wel in deze wereld. Mensen willen graag spullen in hun huis die van hun samen zijn. Toen ik hier kwam wonen had ik, op wat kleine dingetjes na, helemaal niets meegenomen. Ik woonde tussen de spullen van papa en jullie moeder. Dat vond ik ook moeilijk, maar ik heb niet meteen alles willen veranderen.  Dat leek me niet fijn tegenover jullie.
Gelukkig heb jij wel je kamer met daarin je eigen dingen. Spullen die je al heel lang hebt, behalve die stoel die je van mij gekregen hebt. Die is nieuw.”

Mijn stiefzoon luisterde naar mijn theorie en gaf toe dat het inderdaad was waar hij het soms moeilijk mee heeft.

“Je had misschien beter gewoon kunnen zeggen dat je de klok mooi vindt, maar dat je het toch lastig vindt dat de oude klok weg is”, zei ik hem. Dat is voor ons wel zo duidelijk en dan kunnen we er meteen over praten. “En weet je, we kunnen de klok gewoon bewaren hoor. Misschien wil jij hem later wel als je zelf een huis hebt. Het zou ook kunnen dat je de klok dan al lang niet meer belangrijk vindt.

 

 

Herdenken

Gisteren werden de slachtoffers van de ramp met de MH17 herdacht. Misschien hebben jullie allemaal gekeken. Ik niet! Vandaag bestonden de eerste pagina’s van de Telegraaf enkel en alleen uit beelden en woorden over deze herdenking. En eerlijk gezegd kan ik er helemaal niets mee.

Ik las een klein stukje waarin een deel van de woorden van een dertienjarig meisje werden herhaald. Haar moeder is omgekomen bij die ramp. Direct kwamen de waterlanders en ben ik gestopt met lezen. Ook hier kan ik niets mee en ik vraag me af hoeveel dertienjarige meisjes er rondlopen zonder moeder. Niet omgekomen bij een ramp, maar gewoon overleden na een ziekbed, omgekomen bij een verkeersongeval of gewoon domweg weggelopen omdat zij niet meer gelukkig was bij haar echtgenoot en kinderen, of, wie weet, opgenomen in een verslavingskliniek omdat zij ergens van moet afkicken. Ja ja, ik weet het, de vergelijkingen gaan aan alle kanten mank. Maar toch………..

Waarom kan ik er hier niets mee? Misschien omdat ik nog geen verliezen geleden heb? Hoewel, ik heb het verlies van twee huwelijken  en mezelf kwijtraken telt volgens mij ook. Vooral jezelf kwijtraken. Hangt gewoon samen met die huwelijken, maar misschien ook omdat ik me teveel verdiepte in de gevoelens van die ander en vooral niet in die van mezelf. Nadat je ontdekt hebt dat je niet meer weet wie jezelf bent ontstaat een rouwproces en daarna het proces om jezelf weer terug te vinden. Soms moet je jezelf weer helemaal opnieuw uitvinden.

Trouwens, die twee mislukte huwelijken leverde ook rouwprocessen op,  zelfs al was ik beide keren degene die de knoop doorhakte. Vooral de tweede keer vroeg ik me regelmatig af  of ik wel geschikt was voor een huwelijk. Uiteindelijk heb ik het mislukken niet kunnen voorkomen. In deze fase blijkt dat ik wel degelijk geschikt ben voor een huwelijk. Dit huwelijk voelt als een warme mantel: “Jezelf kunnen zijn en toch samen. Het kan dus echt”.

Maar waarom kan ik nog meer niets met dat massale herdenken? Nou, gewoon omdat ik er van overtuigd ben dat ik me in mezelf terugtrek als iets pijn doet. Dat is bij verlies niet anders. Ik wil dan geen medelijden, medeleven of opbeurende woorden. Net als een man trek ik mij terug in mijn hol.

En nu begrijp ik het pas. Dat is ook de reden dat ik met speciale gebeurtenissen ook niet een massa mensen om me heen verzamel. Vandaar!

Mijn geboortedag

Er zijn zo van die dingen waar ik niet echt goed in ben. Eén daarvan is het vieren van een verjaardag. Dat is niet echt mijn ding. Volgens mij zit dat niet in mijn genen, want mijn ouders vieren, zeker elke vijf jaar, hun verjaardag groots. Tja, ik dus niet.

Verjaardagscadeautje

Met de post kwamen een hoop kaarten, maar ook een grote enveloppe waarop stond “Oma Phillipson”. Hé, dat ben ik, dacht ik. Zo kreeg ik per post een mooi plakwerkje en een ‘ingekleurde’ kleurplaat. Wat een leuke verrassing!

Al wandelend heb ik vandaag mijn geboortedag gevierd. Ik liep de Peperbustocht in Zwolle. Heerlijk, een tocht van 25 km. Het was even spannend, want ik had mijn nieuwe wandelschoenen aan. Veel had ik er nog niet op gelopen en ik moest wel even aan ze wennen. Zij ook misschien wel aan mij, want het is een heel verschil of je in de winkel staat te pronken of aan iemands voeten aan het werk moet.

Nu hoor ik jullie denken: “Liep je alleen?” Ja, ik liep inderdaad alleen. Mijn lief z’n kinderen waren dit weekend bij ons. Meestal ga ik dan een dag alleen op pad en nu dus op mijn eigen geboortedag. Mijn lief heeft daar alle begrip voor. Hij had trouwens toch niet mee gewild hoor. Wandelen is leuk, maar 25 km vindt hij wat veel van het goede. Weet je wat zo fijn is aan mijn lief en mij? Wij zijn thuis bij elkaar. Mijn lief bij mij en ik bij mijn lief. De omstandigheden zijn niet altijd even makkelijk, maar dat weegt niet op tegen het thuis zijn bij elkaar.

Wandelen, die automatische beweging waardoor je hoofd weer lekker leeg raakt. Nou ja, leeg? Er ging, zoals altijd, van alles door me heen en ik had zelfs mijn leerwerk meegenomen. Vitamines en mineralen. Er zijn er nogal wat van en ik haal de boel af en toe lelijk door elkaar. Gisteren kaartjes gemaakt zodat mijn lief me per kaartje kan overhoren. Vandaag twee keer tien minuten zitten leren tijdens mijn rustmomenten op een bankje. Langer kon bijna niet, want dan kreeg ik het gewoon domweg koud. Tijdens het officiële rustmoment kwam er niets van. In een kantine van een voetbalvereniging, gevuld met ik weet niet hoeveel medewandelaars, bleek het geen doen. Geeft niet, alle beetjes helpen.

Op mijn geboortedag overdacht ik mijn leven. Niet alles natuurlijk, daar is 25 km te kort voor. Maar veel passeerde de revu en waar ik blij mee ben is dat ik weer ben gaan tekenen. Twintig jaar geleden had ik het daar druk mee. Ik volgde een tekencursus bij de LOI, gewoon om wat meer teken technieken  te leren. En weet je, een jaar of vijftien geleden volgde ik een vijfdaagse aquarelworkshop. En eerlijk gezegd vond ik het niks. In het atelier stond een piano en al gauw verruilde ik tijdens de les de kwast voor de piano. Was het aquarelleren echt niks, of lag het er aan dat ik het in een groep deed?  Achteraf denk ik dat inderdaad dat laatste de oorzaak was dat ik me er niet in kon vinden. Ik ben gewoon geen groepsmens, rommel het liefst wat in mijn eentje en dat gaat me prima af.

Tegenwoordig kan ik mijn werk op facebook delen. Dat was er vroeger niet bij, maar ik was wel eigenwijs genoeg om zelf een expositie in de bibliotheek te regelen.  Daar dacht ik aan terug en heb het besluit genomen om een facebookpagina te openen voor mijn tekenwerk. Uiteindelijk heb ik nog wel wat oud werk liggen. Potlood-, houtskool- en pentekeningen en zelfs een verdwaalde aquarel. Maar eerst even dat examen waar ik al die vitamines en mineralen voor in mijn hoofd stamp. Daarna zal ik er wel eens goed voor gaan zitten.

Ook de gedachte om bij de zaak, waar ik mijn borduurwerkenen in liet lijsten, te gaan onderhandelen of ik zo nu en dan eens een teken- of schilderwerk op mag  hangen sloop naar binnen. Nee heb ik, ja kan ik krijgen. En nooit geschoten is altijd mis. Lijkt me geweldig. Net zo geweldig als mijn manuscript dat bij een uitgever ligt. Het mag dan nog een maand of drie duren voordat ik wat hoor, maar het ligt er. En al wandelend borrelde er een vervolgverhaal naar boven. Kabouter Pim logeert inmiddels met Elise bij Jordy, maar daar was ook alles mee gezegd. Nu weet ik hoe het verder gaat lopen, maar dat verklap ik mooi niet.

Zo zie je maar weer. Op mijn eigen geboortedag werden nieuwe ideeën geboren.

 

 

 

 

 

Zucht…………………………………(deel 2)

Sinds kort scheiden wij weer ons plastic afval. Voorheen deden wij dat ook, maar sinds we verhuisd zijn was daar een beetje de klad in gekomen.

“Het plastic van de Donald Duck moet in de tas die naast de doos voor het oud papier staat”,  hoor ik mijn lief tegen zijn dochter zeggen. Om te voorkomen dat de boodschap niet overkomt herhaalt hij het nog een keer.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat mijn stiefdochter het plastic gewoon in de pedaalemmer doet. “Volgens mij zei je vader iets anders over het plastic hoor”,  zeg ik haar.

“O ja, het moest in de tas naast de doos voor het papier”, liet ze mij weten.

Zucht…………………………………………………!

Schrijnend

Ik bekeek het tafereel bij de viskraam en bombardeerde de jongen meteen tot vluchteling. Donker getint, een jaar of 13 en hij sprak vrijwel geen Nederlands.

“Wat voor kleur moet de vis dan zijn?”, vroeg de verkoper. De jongen wees naar een zilverkleurige vis. Zo één met huid en de kop er ook nog aan. Hij voelde er met zijn handen aan, kneep in de vis en knikte. “Bedoel je die?” De jongen haalde zijn schouders op, kneep nog een keer in de vis en knikte. Hij haalde wat muntgeld uit zijn zak terwijl de visverkoper de vis in een stuk papier rolde.

Zal zijn moeder ’s avonds de vis fileren? Een vies werkje en ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken. Ik eet wel vis, maar koop gewoon gefileerde vis. De moeder van die jongen weet niet anders en doet dit haar hele leven al zo. Het is ook vele male goedkoper en veel geld zullen ze niet hebben. Wat hebben wij het dan rijk en wat een schrijnend tafereel als ik het afzet tegen de file bij de Jumbo. Daar staan zijn Nederlandse leeftijdgenoten te wachten tot ze naar binnen mogen om hun dagelijkse vette hap te kopen.

Parkeergeld

Parkeergeld

 “Goh, moet je hier tegenwoordig ook al betalen voor het parkeren? Dat was vroeger niet. Mooi dat ik niet betaal, er komt nu toch nog geen politie langs, daar is het nog veel te vroeg voor”, zei mijn lief.

Hij had de woorden nog niet uitgesproken of er kwam een politieauto het parkeerterein op rijden.

De politieauto reed een rondje om het standbeeld van Michiel Adriaanszoon de Ruyter en verdween weer. “Mooi”, zei mijn lief, “dan hoeven we niet te betalen, want die komt voorlopig niet meer terug”.