Monthly Archives: October 2014

Leeg

Met z’n drieën gingen ze naar beneden. Zijzelf achter haar rollator, haar zoon naast haar en daarnaast een vrouw.  Wie dat was wist ze zo gauw niet. Het was vast wel goed, want ze was met haar zoon meegekomen.

“Ik moet straks wel even naar de wc”, zei ze tegen haar zoon. Hij vond het prima en liet weten dat er beneden vast wel een toilet was.

In de lift klapte ze het stoeltje naar beneden en tegen de tijd dat ze goed zat, gingen de deuren open en waren ze op de begane grond.  Ze stond weer op, pakte haar rollator vast en liep met haar zoon en de vrouw mee. “Kijk, daar is het toilet”, en haar zoon wees naar de deur tegenover de lift.  Verbaasd keek ze hem aan en zei: “Ik ga niet naar de wc, want dan ben ik zo leeg”.

Kabouter Pim

Wat een avonturen beleeft kabouter Pim en ze ontstaan terwijl ik zit te schrijven. Van te voren bedenk ik het verhaal en al schrijvend wordt het anders dan ik dacht. Zou dit vaker het geval zijn bij schrijvers? In interviews lees ik wel eens dat schrijvers het verhaal “laten gebeuren”. Dat het boek zichzelf schrijft.

Ik ben best een beetje zenuwachtig voor morgen, want ik ga op een basisschool, aan wat groepjes kleuters, uit eigen werk voorlezen. Kleuters zijn eerlijk in hun reacties en als het verhaal ze niet boeit zal dat duidelijk te merken zijn.

De afgelopen dagen heb ik de verhalen aan mezelf voorgelezen. Al lezend ontdekte ik wat niet mooi liep of niet klopte en wijzigde toch weer het een en ander. Schrijven is toch een kwestie van schrappen, herschrijven, weer schrappen, aan een ander laten lezen, het aan mezelf voorlezen, weer aan een ander laten lezen, schrappen en herschrijven. Die ander is mijn lief. Hij leest met plezier ieder gewijzigde verhaal en heeft hier commentaarop, of niet. En wat fijn is………….hij vist er de taalfouten uit die ik over het hoofd heb gezien.

Nu liggen er acht uitgeprinte verhalen klaar en ik vraag me af hoe het voelt als ik ze voorlees. Zou daar hetzelfde gevoel bij horen als toen ik voor het eerst voor publiek het kerkorgel bespeelde? Of zoals ik me voelde toen ik in de hal van het ziekenhuis een sopraan begeleidde op de vleugel. Jongens, wat hadden we daar een hoop tijd in gestoken om dit op een mooie manier ten gehore te brengen.

IMG_3331

Misschien voelt het ook wel hetzelfde als die keren dat ik, tijdens een vakantie in Frankrijk, in een kathedraal het kerkorgel na zat te tekenen. Mensen bleven achter me staan en fluisterden elkaar iets toe. Vaak in het Frans en daar versta ik echt helemaal niets van. Maar soms ook in het Nederlands. Storen deed het me niet, ik was te veel verdiept in wat ik aan het doen was. De tekening hangt nog steeds aan de muur en is van woning naar woning meeverhuisd.

 

 

IMG_3299IMG_3329

Het hert, wat ik nu onder handen heb, vordert maar langzaam. Ik heb al zo lang niet meer getekend dat ik er, per keer, een kwartiertje aan werk omdat ik veel te bang ben dat ik er iets aan verknoei. Gummen kan, maar wordt het mooier? Vaak niet. Dus heel voorzichtig ga ik hierbij te werk. Het is nog steeds niet af, maar het wordt wel al wat, zoals je kan zien.

En misschien voelt het ook wel zoals die keer dat ik, in een blokfluit ensemble, mijn eigen variaties op een lied stond mee te fluiten. Mijn hart bonkte in mijn keel en ik had het gevoel dat iedereen aan mijn gezicht kon zien dat ik degene was die de muziek had uitgeschreven. En uiteraard was ik bang dat ‘men’het niet mooi zou vinden. Flauwekul eigenlijk, al dat getwijfel aan mijn eigen kunnen.

Wat is dit allemaal lang geleden zeg! Het voelt goed dat ik mijn creativiteit steeds meer terugwin en daar tijd in steek. Waarom verdwenen die dingen geruisloos uit mijn leven? Alleen het pianospelen bleef. Ach, waarschijnlijk was het tijdgebrek. Nu probeer ik mijn creativiteit te verdelen. Een boek schrijven is echter andere koek. Het is gewoon hard werken en gaat tegenwoordig voor. Als ik dat niet serieus neem verzandt het in: “Ach, ik doe maar wat. Ik schrijf af en toe even een verhaaltje over een kabouter. Dat vind ik nou eenmaal leuk, laat mij maar lekker.”

Dat is nu precies niet wat ik wil, want ik wil dat de avonturen van kabouter Pim over een poosje in de boekhandel ligt en dat ouders dit hun kinderen voorlezen. En ja, natuurlijk, ik wil het ook aan mijn kleinkinderen voorlezen. Daar twijfel je toch zeker niet aan?

 

Files in het centrum

Heb je dat wel eens gedaan, boodschappen tijdens de pauze van het voortgezet onderwijs? Hier in Emmeloord weet je niet wat je ziet. Er ontstaan files bij de slager, de bakker, de Jumbo en op donderdag staat er ook een file bij de broodkraam op de markt.

Ik ging lopend naar de bibliotheek. Dat is niet heel ver, maar een kwartiertje ben ik dan toch wel onderweg. Gezellig even struinen tussen de boeken, want daar heb ik er niet zo veel van en uiteindelijk de bieb verlaten met een stapeltje dvd’s. Drie voor onszelf, en ééntje voor mijn stiefkinderen. Altijd handig als ze het weekend bij ons zijn. Vanuit de bieb liep ik het centrum in. Eerst even langs de groenteboer om andijvie te kopen en daarna zag ik vanuit de verte een samenscholing van scholieren. Rijen dik stonden ze bij de keurslager om daar hun lunch te kopen. Broodjes bal gehakt en zo, maar er zat vast wel een verdwaalde scholier tussen die iets gezonds op zijn brood wilde.

Op naar bakker Bart, want ons brood was op. Tegenwoordig haal ik daar drie broden voor€ 5,75. Niet duur en echt lekker brood. We hebben allerlei soorten geprobeerd en zijn blijven hangen bij “Bart’s donker”. Je raadt het al, ook hier stonden de scholieren in rijen van drie om saucijzenbroodjes, croissantjes en andere vette broodjes te kopen.

Naar de Jumbo hoefde ik niet, maar ik nam er toch even een kijkje. Bij de Jumbo mogen de scholieren maar met z’n vieren tegelijk naar binnen. Daar is iedereen blij mee, want er staan altijd hele volksstammen. Vanaf het hekje tot aan de stoeprand is het denk ik een meter of 12, 13 en daar staat dan een file van scholieren. Allemaal in de rij voor de vette snacks, gezinszakken chips, pakken Marsen, Donuts en zo.

Verbijsterd bekijk ik dit en bedenk, zoals vaker,  dat ik beter een ander tijdstip kan uitkiezen om mijn boodschappen te doen. Het is maar goed dat ik geen caissière ben, want ik zou onmiddellijk iedereen gaan voorlichten over hun manier van eten. Al die vette happen bevatten veel energie, veel calorieën dus, maar verder zitten er weinig goede voedingsstoffen in. Het levert je lijf niks op, behalve een hoop suiker en vet. Het resultaat is dat je er niet fit van wordt, nee, sterker nog, je wordt moe van al die vette happen.

Ik vroeg me af of dit vroeger ook al zo was. Deden ze dat, toen ik naar het voortgezet onderwijs ging ook al? Volgens mij had iedereen z’n zakje brood mee. Eens per week stond er een frietkraam voor de school, maar daar heb ik niet zoveel leerlingen bij zien staan als hier bij de slager, de bakker en de Jumbo.

Was dit in de tijd dat mijn kinderen naar het voortgezet onderwijs ook gangbaar, vraag ik me vervolgens af. Ik heb werkelijk geen idee. Ze namen brood mee en ik neem aan dat ze dat ook op aten. De schoolkantine was toen wel al in opmars. Ook daar verkochten ze lekkere vette snacks. Daar kwam verandering in toen ik de opleiding voor verpleegkundige deed, zo’n 8 jaar geleden. Toen werden er ook vacuüm verpakte appelpartjes, met schil verkocht. Mijn leeftijdgenoten en ik hadden ons pakje brood mee van huis genomen. De jongelui uit onze klas echter, kochten hun lunch in de schoolkantine. Ook die vacuümverpakte appel, want die kostte maar € 1,00. Geen geld dus. Dat ik een kilo appels kocht voor € 1,59 deed niet ter zake. Dat deden alleen ouderwetse mensen, zoals die oudere vrouwen die bij ze in de klas zaten.

Zou de hedendaagse jeugd nog wel eens gewoon brood meenemen naar school. Je weet wel, van die boterhammen waar gejodeerd zout aan is toegevoegd. Jodium heb je nodig voor een goede schildklierwerking. Je moet er minstens vier op een dag eten om voldoende jodium binnen te krijgen en geen groeiachterstand op te lopen. Dat weten ze vast niet. En ach, groeiachterstand? Ze lijden tegenwoordig bijna allemaal aan overgewicht.

Een garnaal heeft ook een hoofd.

Vroeger, als kind, was ik al redelijk eigenwijs of dwars. Steevast zei mijn oma dan tegen mijn moeder: “Tja, een garnaal heeft ook een hoofd”. Mijn kleinzoon is ook zo’n typetje. Eigenwijs, een beetje dwars en verder slaat hij in dat garnalenhoofd van hem van alles op.

Ineens had hij een bult op zijn rug. Niet gewoon een klein bultje, nee, meteen een flinke. Die bult zat er ook ineens. Zo was de bult er niet en zo was ‘ie er wel. Hij met papa naar de dokter, waar een vervanger zat. Volgens hem, of haar, was het gewoon een vetbult. Het deed namelijk geen pijn en hij had zich niet ergens aan gestoten. “Zie het maar even aan en als het groter wordt moet u terug komen”, werd er gezegd.

Een aantal dagen later zat de bult er nog, maar kreeg hij ook rode vlekjes in en rond zijn mond en aan zijn handen. Ook hier had hij geen last van, maar toch ging hij met zijn mama naar de dokter. De vlekjes bleken de “mond-hand-voetziekte” te zijn. Daar is niks tegen te doen en het gaat vanzelf over. Het is wel heel besmettelijk, dus hij zal het wel in de peuterspeelzaal opgelopen hebben. De bult werd, deze keer door de eigen huisarts, ook weer bekeken. Hij vertrouwde het niet en wilde er toch een echo van laten maken.

Er werd een afspraak gemaakt en daar ging mijn kleinzoon, met zijn mama, naar de poli. Hij bekeek daar de boel eens even, zag het bed en de apparatuur en besloot dat zijn mama daar op moest liggen. “Nee”, legde zijn mama uit, “deze keer moet jij op het bed want de dokter gaat even naar de bult op je rug kijken”.  Er werd wat gel op de bult gedaan en het apparaatje, de transducer, ging over de bult heen. Mijn kleinzoon bekeek de beelden op de monitor en zei heel triomfantelijk: “Hé, een nieuwe baby”.

Hij legde legde de link tussen zijn eigen onderzoek met de echo’s die gemaakt werden tijdens de zwangerschappen van zijn mama. Zijn zusje is nu vijf maanden en de laatste echo die gemaakt werd was bij twintig weken zwangerschap. Dat is dus krap tien maanden geleden. Dit heeft hij opgeslagen in zijn garnalenhoofd, kon de link leggen naar dit onderzoek, trok weliswaar een verkeerde conclusie, maar daar is hij dan ook twee jaar en vijf maanden voor.

Wat zal het druk zijn in dat koppie van hem. Misschien moet ik hem later wel de truc van de ladekast aanleren. Je weet wel, zo’n kast in je hersenen waarin je alles op kan bergen wat je op dat moment niet nodig hebt. Dat ruimt lekker op en heb je niet zo’n chaos in je hoofd.

Tradities

Nederland heeft last van een enorm dilemma. Althans, zo begreep ik dat uit het journaal. In de krant had ik ook al zoiets gelezen, maar toen parkeerde ik het even in een van mijn gedachtenlaadjes.

Door dit dilemma gaan wij ons ineens bemoeien met andermans traditie. Zelf willen wij die bemoeizucht niet en gaan massaal op onze achterste benen staan als dit wel gebeurt. We delen elke link op onze social media, zodra we er een tegen het lijf lopen. Jahaa, ik heb het over onze Sinterklaastraditie.

En dan nu de traditie van een andere bevolkinsgroep. Die van de moslims.  Die vieren hun offerfeest op  4 oktober. Juist ja, op dierendag dus. De dag dat wij onze huisdieren verwennen met allerlei lekker en ze een strikje om doen, of zo.

Aan de moslimgemeenschap is nu de oproep gedaan om het offeren van een dier achterwege te laten en in plaats daarvan een geldbedrag te doneren aan familieleden in hun thuisland, die daardoor een dier kunnen offeren. Aan de armen of aan de vluchtelingen is ook een mogelijkheid.  Er zijn al moslims die dit doen, maar in het journaal begreep ik dat dit eigenlijk niet kan. Het enige juiste op die dag is gewoon het offeren van een dier.

Zouden de moslims nu massaal allerlei links gaan delen op de social media? Of gaan ze een oproep doen aan ons om op die dag de dieren gewoon niet te verwennen met lekkers, of met een strik?

Gewoon allemaal van die vragen die ik mezelf dan stel. Waarom kan het offerfeest niet los gezien worden van dierendag? Is dat moeilijk als je van dieren houdt? Als dat het geval is moet je dan ook vegetarier worden?

Wij willen graag onze Sinterklaastraditie in ere houden, ongeacht of anderen dat zien als een vorm van discrimineren. Laten wij anderen dan ook hun tradtitie laten behouden. Het is misschien appels met peren vergelijken, maar toch…………