Voorlezen uit eigen werk

Met klamme handen zag ik dat de wijzers van de klok al bijna 13.00 uur aanwezen. Om 13.30 uur moest ik bij de basisschool zijn. Even overwoog ik om gewoon niet te gaan en te doen alsof ik het vergeten was.

Wat is dat toch altijd voor iets idioots. Of ik nu piano ga spelen voor publiek of, zoals nu, uit eigen werk ga voorlezen, op het laatste moment krabbel ik het liefst terug. Stel dat die verhalen helemaal niet zo leuk blijken te zijn? Onzin natuurlijk, want de avonturen van kabouter Pim zijn gewoon wel leuk.

Bij de school aangekomen waren mijn twijfels verdwenen. Nadat mij uitgelegd hoe ze het georganiseerd hadden bleef ik in het lokaal zitten. De “juffenstoel” had ik aan de kant gezet. Een laag stoeltje leek me beter.

De eerste groep van twaalf kleuters arriveerde. De juf liet de kinderen vertellen wat hun naam was. Uiteraard kon ik die niet allemaal onthouden en liet ik dit de kinderen weten. Dat vonden ze gelukkig niet erg en toen ze allemaal zaten ging de juf tussen de kinderen in zitten en luisterde gezellig mee.

Het voorlezen verliep met de nodige onderbrekingen, want ja, als kabouter Pim een rood jasje aan blijkt te hebben is er altijd wel een kind dat roept: “Ik heb ook een rode jas”.  En toen kabouter Pim een paar groene schoenen zag,  bleek één van de kinderen ook groene schoenen aan te hebben.  Toen kabouter Pim in het verhaal struikelde was er die ochtend een jongen gevallen op het schoolplan en had nu een grote pleister op zijn knie.  Ik leerde snel en ik zorgde er voor dat er, tijdens het voorlezen, gedoseerd ruimte voor interactie was.

De tweede groep was een jaar ouder. De juf bleef niet, want er was een kindje in de klas met een stokje in zijn oor. Dat moest verholpen worden. Het duurde hierdoor even voordat ik kon voorlezen, want het stokje moest uitgebreid besproken worden. Deze groep bleek de uitprobeer groep. Eén van de jongetjes legde zijn voeten op tafel. Het meisje aan de overkant volgde zijn voorbeeld. Vriendelijk verzocht ik de kinderen om de voeten van de tafel af te halen. Ze waren heel gehoorzaam en de voeten verdwenen weer op de grond. Opgelucht las ik verder. Vanuit mijn ooghoeken zag ik nu alle voeten, op één paar na, op de tafel verschijnen. Tja, dat kon ik natuurlijk niet goedvinden. Ik deed mijn armen over elkaar en zweeg. De kinderen keken me verwachtingsvol aan, want wat zou er nu gebeuren?

“Dit vind ik niet leuk. Voeten horen niet op tafel. Jullie halen ze er af en dan lees ik verder. Ja, of jullie laten je voeten op tafel, maar dan lees ik niet meer voor. Jullie mogen kiezen”, zei ik.

De kinderen riepen in koor dat ik voor moest lezen en goddank verdwenen de alle voeten van de tafel en dat bleef de rest van de tijd ook zo.

De andere twee groepen hadden niet van die grappenmakers, maar toch was ik blij dat het voorlees uur om was. Zo’n groep kleuters vergt een hoop geduld en energie, maar de verhalen vonden ze leuk en spannend. Het liefst wilden ze alle verhalen horen.

En nu? Ik schrap en herschrijf weer verder, want tijdens het voorlezen kwam ik hier en daar wat dingen tegen die op een andere manier zouden kunnen: Met een kortere zin, meer beelden of wat uitgebreider.  Al met al leverde het me weer een hoop werk op, maar het is ontzettend leuk om die avonturen op papier te zetten.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s