Kabouter Pim

Wat een avonturen beleeft kabouter Pim en ze ontstaan terwijl ik zit te schrijven. Van te voren bedenk ik het verhaal en al schrijvend wordt het anders dan ik dacht. Zou dit vaker het geval zijn bij schrijvers? In interviews lees ik wel eens dat schrijvers het verhaal “laten gebeuren”. Dat het boek zichzelf schrijft.

Ik ben best een beetje zenuwachtig voor morgen, want ik ga op een basisschool, aan wat groepjes kleuters, uit eigen werk voorlezen. Kleuters zijn eerlijk in hun reacties en als het verhaal ze niet boeit zal dat duidelijk te merken zijn.

De afgelopen dagen heb ik de verhalen aan mezelf voorgelezen. Al lezend ontdekte ik wat niet mooi liep of niet klopte en wijzigde toch weer het een en ander. Schrijven is toch een kwestie van schrappen, herschrijven, weer schrappen, aan een ander laten lezen, het aan mezelf voorlezen, weer aan een ander laten lezen, schrappen en herschrijven. Die ander is mijn lief. Hij leest met plezier ieder gewijzigde verhaal en heeft hier commentaarop, of niet. En wat fijn is………….hij vist er de taalfouten uit die ik over het hoofd heb gezien.

Nu liggen er acht uitgeprinte verhalen klaar en ik vraag me af hoe het voelt als ik ze voorlees. Zou daar hetzelfde gevoel bij horen als toen ik voor het eerst voor publiek het kerkorgel bespeelde? Of zoals ik me voelde toen ik in de hal van het ziekenhuis een sopraan begeleidde op de vleugel. Jongens, wat hadden we daar een hoop tijd in gestoken om dit op een mooie manier ten gehore te brengen.

IMG_3331

Misschien voelt het ook wel hetzelfde als die keren dat ik, tijdens een vakantie in Frankrijk, in een kathedraal het kerkorgel na zat te tekenen. Mensen bleven achter me staan en fluisterden elkaar iets toe. Vaak in het Frans en daar versta ik echt helemaal niets van. Maar soms ook in het Nederlands. Storen deed het me niet, ik was te veel verdiept in wat ik aan het doen was. De tekening hangt nog steeds aan de muur en is van woning naar woning meeverhuisd.

 

 

IMG_3299IMG_3329

Het hert, wat ik nu onder handen heb, vordert maar langzaam. Ik heb al zo lang niet meer getekend dat ik er, per keer, een kwartiertje aan werk omdat ik veel te bang ben dat ik er iets aan verknoei. Gummen kan, maar wordt het mooier? Vaak niet. Dus heel voorzichtig ga ik hierbij te werk. Het is nog steeds niet af, maar het wordt wel al wat, zoals je kan zien.

En misschien voelt het ook wel zoals die keer dat ik, in een blokfluit ensemble, mijn eigen variaties op een lied stond mee te fluiten. Mijn hart bonkte in mijn keel en ik had het gevoel dat iedereen aan mijn gezicht kon zien dat ik degene was die de muziek had uitgeschreven. En uiteraard was ik bang dat ‘men’het niet mooi zou vinden. Flauwekul eigenlijk, al dat getwijfel aan mijn eigen kunnen.

Wat is dit allemaal lang geleden zeg! Het voelt goed dat ik mijn creativiteit steeds meer terugwin en daar tijd in steek. Waarom verdwenen die dingen geruisloos uit mijn leven? Alleen het pianospelen bleef. Ach, waarschijnlijk was het tijdgebrek. Nu probeer ik mijn creativiteit te verdelen. Een boek schrijven is echter andere koek. Het is gewoon hard werken en gaat tegenwoordig voor. Als ik dat niet serieus neem verzandt het in: “Ach, ik doe maar wat. Ik schrijf af en toe even een verhaaltje over een kabouter. Dat vind ik nou eenmaal leuk, laat mij maar lekker.”

Dat is nu precies niet wat ik wil, want ik wil dat de avonturen van kabouter Pim over een poosje in de boekhandel ligt en dat ouders dit hun kinderen voorlezen. En ja, natuurlijk, ik wil het ook aan mijn kleinkinderen voorlezen. Daar twijfel je toch zeker niet aan?

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s