Monthly Archives: October 2014

Energie

Moet je voor de lol eens doen, zo rond het middaguur door het centrum lopen. Het wemelt er van de schooljeugd, je weet wel, die van het voortgezet onderwijs. Ze staan in de rij bij de supermarkt, bakker en slager. Eenmaal uit die rijen hangen ze rond en houden ze alle denkbare banken bezet. Het wordt pas weer rustig als de school weer begint.

De schooljeugd van tegenwoordig eet geen brood meer, maar snackt. Ze zitten massaal aan de vette hap. Ze smullen van ‘een broodje bal’, saucijzenbroodjes, familieverpakkingen donuts, gezinszakken chips en weet ik wat nog meer. Héél energierijk, vooral door het vetgehalte. Dat moet dat lijf weer allemaal wegwerken. Ze hebben geen idee hoeveel werk hun lichaam hier voor moet verzetten.

En wat drinkt de schooljeugd?  Liters cola. Weet je hoeveel suiker daar in zit? In no time heb je minstens 10 theelepels suiker naar binnen. Hup, gaat je alvleesklier aan het werk om insuline aan te maken, want je hebt een enorme piek in je bloedsuikerspiegel. Je lever zet al die suiker om in vet. Ja, in vet en dat wordt opgeslagen in je vetweefsel. Dus buiten al dat vet uit die vette hap wordt die suiker ook nog eens omgezet in vet.

Drinken ze geen cola, dan is het wel een energiedrankje. Dit bestaat ook al uit veel suiker en ze bruisen dan ook van de energie. Ze stuiteren, worden ontiegelijk druk en daar is dan ook alles mee gezegd. En een kort lontje, dat krijgen ze er ook van. Of ze worden gewoon overmoedig, zo zou je het misschien ook kunnen noemen.

Maar goed, ze krijgen dus op hun manier een hoop energie naar binnen. Doen ze daar iets mee? Ik heb werkelijk geen idee, want als ik na het middaguur door het centrum loop zie ik overal lege verpakkingen en blikjes zwerven. Het liefst zo dicht mogelijk in de buurt van een afvalbak. Ze hadden al die beschikbare energie wel eens kunnen gebruiken om de troep achter hun kont op te ruimen.

Het wordt tijd dat de schooljeugd weer gewoon brood gaat eten, melk gaat drinken en vooral veel groenten en fruit gaat eten. Daar zit ook energie in, maar ook nog eens allerlei nuttige voedingsstoffen die iets goeds doen voor je lichaam. Daar krijg je pas energie van en dan niet van dat soort tijdelijke energie. Van vette hap, cola en energiedrankjes word je uiteindelijk alleen maar heel moe. Je mist de nodige vitamines en mineralen om je nog fit te voelen.

O, maar nu snap ik het pas. Vandaar dat ze de troep niet achter hun kont opruimen. Als het tijd is om naar school te gaan zijn ze alweer moe.

En ja, ik generaliseer. Er is ongetwijfeld een categorie schooljeugd die zich hier niet in herkent. Die hoeven niet meteen in de hoogste boom te klimmen, die zijn gewoon goed bezig.

 

 

Een kooppie

Lekker tochtje was dat gisteren. Wel eens gehoord van Kalenberg of Vlodderbrug? Nee? Geeft niet hoor, ik tot voor kort ook niet. Het zijn startpunten van het Waterreijk Wandelroutenetwerk. Heerlijk, wandelen en even weg van de “huiswerk toestanden”, je weet wel: Zucht………………………………….

Mijn navigatiesysteem had ik ingesteld op Kalenberg, maar bij Vlodderbrug zag ik ook een grote P voor dit netwerk. Weet je wat? Ik start gewoon hier, dacht ik.  Een kleine kilometer liep ik nog over asfalt, daarna verdween ik het natuurgebied in. Heerlijk rustig, ik kwam vrijwel geen mens tegen. Slechts twee tegenliggers. Zij liepen de route in tegengestelde richting. Ja, of ik, dat kan natuurlijk ook.

Af en toe ging mijn fantasie met me aan de loop en bedacht ik thrillerachtige scenario. Dat krijg je als je te veel thrillers leest. Ik zag mezelf al gekneveld en halfdood achtergelaten.

IMG_3390

Waterreijk, de naam zegt het al, het is een waterrijk gebied. Hier en daar was het op de graspaden ook wat drassig en sopte ik er vrolijk op los. Mijn linkervoet leek wel wat nat te worden en ja hoor, voor de derde keer was de zool van mijn schoen aan het loslaten. Bij de auto aangekomen bekeek ik de schade eens goed en besloot dat ik hem niet meer zou laten repareren. Dat had ik al twee keer gedaan en iedere keer kwam het probleem terug. Ik besloot mezelf op een paar nieuwe wandelschoenen te trakteren.

Vandaag meteen mijn besluit uitgevoerd en vanmiddag stapte ik bij Intersport naar binnen. Wandelschoenen in soorten en maten en vooral in verschillende prijsklassen. Duur, duurder, duurst. Geen haar op mijn hoofd die er over dacht om meer dan € 100,00 uit te geven. Helaas, veel keus bleef er daardoor niet over. Ik had de verkoper al gauw overtuigd dat ik echt niet meer uit ging geven dan ik van plan was en hij hield op met zijn verkooppraatjes. Ik paste twee paar wandelschoenen van eigen merk, beiden € 89,95. Hij zei er al bij dat het eigenlijk niet echt wandelschoenen waren. “Stom”, dacht ik, “zet ze er dan ook niet tussen.” Ze zaten niet fijn en Ik baalde, want de andere merken waren allemaal duurder. De verkoper haalde een paar New Balance schoenen tevoorschijn en ik was al verkocht voordat ik ze aangepast had. Maar ja € 109, 95 was boven het door mij zelf bedachte budget, zodat ik hier niets van liet merken. Het waren van die schoenen waar ik vijf keer achter elkaar de Vierdaagse van Nijmegen op gelopen had. Schoenen die niet stuk te krijgen waren en uiteindelijk alleen aan de binnenkant versleten waren.

“Goed”, ik zal ze even passen. Kijken of dit bevalt”, liet ik de verkoper weten. Met gespeelde twijfelachtigheid vroeg ik nog een paar in een grotere maat. Die werden het al zo niet, want daar ‘zwommen’ mijn voeten in. “Mag ik die vorige nog een keer passen?”, vroeg ik. Natuurlijk mocht dat en de verkoper liet weten dat hij op deze schoenen wel een leuke korting mocht geven. Kijk, nu werd het interessant. Op de New Balance schoenen liep ik de winkel door. Ze zaten gewoon perfect. Ik had ook niet anders verwacht. Alsof ze voor mijn voeten gemaakt waren.

“20% Korting kan ik geven, dat wordt dan ongeveer € 88,00”, liet de verkoper weten. Ik liep nog een rondje, bekeek mezelf in de passpiegel en zei:  “Ja, deze worden het. Ze zitten als gegoten”.

En zo betaalde ik € 87,96 voor een paar schoenen die normaal veel duurder zijn. “Toch wel gek dat ik die korting zomaar kreeg”, dacht ik nog even. Maar………..mooi kooppie, nietwaar?

 

Zucht………………………

Het is zaterdag, mijn stiefzoon zit aan tafel met zijn huiswerk. Het huiswerk wat op de laptop gemaakt moet worden duurt eindeloos. Alleen huiswerk? Na het middageten zit hij weer aan zijn huiswerk. Met  boek en schrift deze keer. Hij kijkt voor zich uit, kauwt op zijn pen, krabt op zijn hoofd, kijkt voor zich uit, etc., etc.

“Lukt het niet?”, vraagt mijn lief aan hem. Nee, het lukt niet. Hij snapt er niks van, weet niet hoe hij het doen moet en mijn lief slaat aan het uitleggen. Vrouwelijke, mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden moeten in het Duits allemaal met een hoofdletter geschreven worden. Zet er de, het of een voor en je weet of het een zelfstandig naamwoord is. “Goh, dat zei de juf ook al”, zegt mijn stiefzoon met een verveeld gezicht.

En ik: Zucht…………………………………., ik ga naar boven. Kabouterillustraties tekenen, want nog niet elk verhaal heeft er één.

Het wordt zondag en mijn stiefzoon zit aan tafel met zijn huiswerk. Weer met boek en schrift. En weer kijkt hij voor zich uit, kauwt op zijn pen, krabt op zijn hoofd, kijkt voor zich uit, etc., etc.

“Ik snap wiskunde niet”, zegt hij. “Wat snap je er niet aan?”, vraagt mijn lief en gaat bij hem zitten om het uit te leggen.

En ik: Zucht……………………………………………., ik ga doen wat ik toch al van plan was. Wandelen:  9,7  Km via het Waterreijk wandelroutenetwerk.  Op naar Kalenberg, maar uiteindelijk wordt het  Vlodderbrug en ga ik het natuurgebied in voor een tocht van 10,4 km. Twee uur lang kom ik vrijwel niemand tegen. Zucht……………………………….., maar nu van tevredenheid.

Mijn stoute schoenen

Vorige week trok ik de stoute schoenen aan en vertrok met mijn boek “In de war”, naar de plaatselijke bibliotheek. Het was een hele stap, want ik heb er moeite mee om mezelf en mijn talenten onder de aandacht te brengen. Hartstikke stom natuurlijk, want naamsbekendheid heb ik niet.

Al lopend, tja vandaar die stoute schoenen natuurlijk, overdacht ik wat er allemaal door de medewerker van de bibliotheek gezegd zou kunnen worden. Het varieerde van “Goh, wat leuk” tot “Wat verbeeldt u zich wel”. Ook al hartstikke stom natuurlijk.

De bibliotheekmedewerkster nam mijn boekje aan, legde er een briefje op met mijn telefoonnummer en liet weten dat er naar gekeken zou worden. “U wordt er wel over teruggebeld”. Hmm, eerlijk gezegd had ik stiekem op iets meer enthousiasme gehoopt.

Er ging een week overheen. Nog steeds had ik niks gehoord en ondertussen raakte het in een vergeethoek. Tot ik een email kreeg. Niks telefoontje dus, gewoon een email, want ik ben lid van de bieb, dus zijn mijn gegevens bekend. Aangezien mijn boek geen aanstootgevende taal bevatte en er niks ongeoorloofds in stond was besloten om mijn boek in de uitleen te doen. Eind november ligt het in één van de kasten. Gewoon een zakelijke mededeling, maar wel een hele leuke. Meteen roffelde ik de trap af om mijn lief te laten delen in mijn blijdschap.

Direct  daarna nam ik het besluit  om het boek ook in de Purmerendse bibliotheek aan te bieden. De verhalen spelen zich allemaal daar in een verpleeghuis af. Leuk toch als men er dan ook over kan lezen. De eerstvolgende keer dat ik naar één van mijn kinderen ga trek ik dus weer de stoute schoenen aan en neem het boek mee. Om meteen maar door te pakken besloot ik toen ook maar om het in de Beverwijkse bieb aan te bieden. Daar ben ik geboren, altijd leuk als er dan een boek van je op de plank staat.

En nu is het bijna zover dat ik mijn kinderboek naar een uitgever ga sturen. Het eerste deel van de kabouteravonturen is af. Ik kan ze natuurlijk blijven lezen, voorlezen, herlezen en herschrijven, maar daar moet ook een keer een eind aan komen. Ze zijn leuk en ook deze stoute schoenen trek ik aan. Misschien krijg ik wel heel veel afwijzingen, net als iedere onbekende schrijven, en ben ik na iedere afwijzing een illusie armer. Geen ondenkbaar scenario, maar ik zet het door, net zo lang tot ik een uitgever vindt de uitdaging aan wil gaan. En ondertussen schrijf ik verder, want er zitten nog héél veel kabouteravonturen in mijn hoofd die er zo langzamerhand uit moeten.

Die stoute schoenen……………………het houdt wat. Zo heb ik ze aan, zo staan ze weer in een hoekje van de kast. Het komt en gaat bij vlagen en soms zou ik willen dat ik altijd die stoute schoenen aan had. Dat voorkomt een hoop getwijfel en laat ik eerlijk zijn, in twijfelen aan mezelf ben ik goed en iedere keer denk ik: “En nu is het afgelopen. Kom maar op met die stoute schoenen!”

Gelukkig twijfelt mijn lief geen moment aan mijn talenten!!

 

 

Mag dat dan?

Zijn moeder moet naar het toilet en gelukkig is er één in de aangrenzende badkamer. “Doe de deur maar niet op slot”, zegt hij

Het duurt en het duurt………………Hij weet dat alles langzamer gaat bij oude mensen, maar dit spant de kroon. Als hij om de hoek van de deur kijkt, ziet hij dat zijn moeder op de stoel naast het toilet is gaan zitten.

“Ben je al klaar”, vraagt hij haar. Ja hoor, zijn moeder is al lang klaar en had de ene zetel voor de andere omgeruild. “Waarom kom je er dan niet  uit?”

“O, mag dat dan?”, zegt zijn moeder.

Boos en ontevreden

Hij had flink de pest in, zo te zien.

Samen met zijn moeder stond hij achter mij. De caissière moest nog komen en het hekje was nog dicht. “Ik wil doorlopen”, mopperde het vijfjarige jongetje. Zijn moeder legde vriendelijk uit dat dit niet kon. Ik draaide me om en liet weten dat het hekje dicht was, dat ik ook niet door kon lopen. Het leverde me een boze blik op van het kereltje.

“Doe dat nou niet!”, hoorde ik de moeder zeggen. Ik kon het niet nalaten en keek over mijn schouder om te zien wat er aan de hand was. Het boze jongetje had alle Milka repen door elkaar gegooid. Van zijn moeder moest hij ze weer netjes neerleggen. Met een ontevreden blik legde hij alles weer goed. Behalve één, die liet hij dwars liggen. “Kom op zeg, die ook hoor”, zei zijn moeder. Onwillig deed hij wat er van hem gevraagd werd.

“Wil je deze misschien”, hoorde ik de moeder uiterst vriendelijk aan haar zoontje vragen en ze liet hem een zakje snoep zien uit het schap bij de kassa.

Beloning voor goed gedrag? Of zat het de moeder dwars dat ze zich aan haar zoon had geërgerd en was het een goedmakertje? Heerlijk toch, in de schoolvakanties met je kind boodschappen doen?

 

De reservering

Met z’n drieën zitten we aan een tafeltje bij het raam en kijken naar de loslopende honden op het strand. Hun baasjes lopen langs de vloedlijn en ouders met kinderen maken een strandwandeling. We zitten hier prima, mijn ouders en ik en we hebben besloten dat dit de locatie voor de High Tea wordt vanwege mijn moeder haar tachtigste verjaardag.

Voor haar achterkleinkinderen is er een kleine speelhoek vlak bij de bar. En als ze te druk worden is er altijd het strand waar ze even kunnen uitwaaien. Ja, onder toezicht natuurlijk, maar dat vind ik geen punt, want ik vind het altijd wel prettig om even te kunnen ontsnappen aan de drukte van zo’n feest. Al die mensen, zelfs al is het mijn eigen familie, kunnen me soms ineens benauwen.

We bestellen een lunch en mijn vader laat weten dat hij een HigthTea wil reserveren. “Ik zal zó iemand naar u toe sturen”, zegt de ober met zijn vriendelijke, opgeplakte, glimlach. Het is niet druk in het strandpaviljoen, dus erg lang zal dat niet duren, verwacht ik. De lunch wordt door een serveerster gebracht en wij genieten van de uitsmijter en het kopje thee. Af en toe kijk ik richting bar om te zien of er al iemand aanstalten maakt om naar ons toe te komen. Maar nee, alleen de ober staat een beetje voor zich uit te kijken. Zo zoetjes aan komen er steeds meer mensen naar binnen. De ober en de twee serveersters krijgen het ineens druk. Wij zijn al lang klaar met onze lunch en wachten nog steeds tot iemand die de High Tea met ons gaat doornemen.

Onze borden worden weggehaald en mijn vader brengt het onderwerp ter sprake bij de serveerster. Zij vindt het prima, maar mag dit niet zelf. “Ik mag alleen reserveringen onder de vijftien personen doen, maar de manager is er toevallig. Ze komt zo bij u”, laat ze weten.

Drie toiletbezoeken later, want ja, we gaan om beurten. Je weet tenslotte maar nooit. Zo’n manager zou zomaar ineens bij ons tafeltje kunnen staan en dan zitten wij allemaal op het toilet.

Langzaam maar zeker raak ik hier toch wel geïrriteerd door. Als het alleen om mijzelf ging was ik opgestaan en had ik gezegd: “Weet je wat? Ik ga wel ergens anders een High Tea reserveren!” Maar ja, het is een leuke tent op een leuke locatie en het gaat hier niet alleen om mij. Snappen doe ik het niet hoor. Als je toch voor bijna dertig man een reservering kan doen, dan laat je de mensen toch niet tot in den treure wachten?

Mijn vader besluit te gaan betalen en meteen maar weer eens naar die manager te vragen. Ja hoor……………je raadt het al: De manager was al weer weg en mijn vader kreeg een visitekaartje mee.  Of hij telefonisch wil reserveren. Ze hebben daar speciaal een kantoor voor. Dat hadden ze toch ook meteen kunnen zeggen!!

Dwarsliggerij, onwil of onbegrip?

“Er staat een tas die hier niet hoort en volgens mij is hij van jou”, zei mijn lief tegen zijn dochter van elf, die aan tafel een tekening zat te maken voor haar stiefvader. Volgens mij was de onderliggende boodschap:  “Ruim je tas eens even op!”

Terwijl ik in de keuken met het eten bezig was zag ik haar opstaan, door het raam in de bijkeuken kijken en even staan peinzen. Ze draaide zich weer om en ging weer verder met tekenen.

“Waarom breng je die tas niet naar je kamer?”, vroeg ik haar. Ze keek me stomverbaasd aan en zweeg. ”
“Ja”, zei mijn lief. Ruim die tas eerst eens even op”.

Toen ze weer beneden kwam ging ze zwijgend aan tafel verder met haar tekenwerk. Mijn interpretatie van de situatie was dat ze het maar grote onzin vond dat ze die tas moest opruimen. Er zaten bibliotheekboeken in, die hadden ze weg willen brengen, maar de brievenbus bij de bibliotheek bleek gesloten te zijn. Ze had de tas in de bijkeuken geparkeerd, had haar jas en schoenen uitgetrokken en was aan het tekenen geslagen.

“Vindt je het maar onzin dat je die tas moet opruimen, of begreep je papa niet?”, vroeg ik haar. Weer geen reactie, zwijgend stond ze me aan te kijken, tot ik aangaf dat ik toch echt wel antwoord verwachtte. Pas toen liet ze weten dat ze de opmerking van haar vader niet begrepen had omdat hij er niet bij verteld had wanneer ze de tas dan op moest ruimen.

Voortaan zeggen we in zo’n situatie dus: “Je tas staat hier en die die hoort hier niet. Ruim hem nu even op.”

Ik voel me soms net een pedagogisch medewerker in plaats van een stiefmoeder. Bovendien knaagde er ergens iets aan mijn hersencellen dat zei: “Je maakt het haar wel gemakkelijk door haar de woorden bijna in de mond te leggen dat ze haar vader niet begrepen had. Op deze manier kan ze zich daar mooi achter verschuilen.”

Toch denk ik dat ze de opmerking echt niet begreep. Dit is me namelijk in de afgelopen drie jaar al vaker opgevallen. En soms word ik hier zó ontzettend moe van.

 

 

Het hert

 

Na jaren niet getekend te hebben besloot ik weer eens een poging te wagen. Ik ben er helemaal tevreden mee. Nu nog een lijstje er om heen en dan kan het aan de muur.

Stapje voor stapje vorderde het. Niet langer dan een half uur per keer werkte ik verder aan de tekening. Gewoon omdat ik bang was dat ik de boel zou verknoeien en gummen maakt een tekening niet mooier. Opnieuw beginnen leek me helemaal verschrikkelijk. Daar moest ik echt niet aan denken. Alleen de schets van het hert heb ik een paar keer gemaakt voordat het naar mijn zin was. Verhoudingen die aanvankelijk niet klopten, poten die niet wilden worden zoals ik ze op de foto zag.

Uiteindelijk is dit het resultaat van twee foto’s. Daarmee heb ik voor het eerst niet iets in zijn geheel nagetekend, maar ben ik zelf gaan combineren. Dit bleek leuk om te doen.

Nu op naar het volgende project. Portretten, iets wat ik altijd al graag tekende.

IMG_3363

Het moderne gezin, deel 2

Daar stonden ze, voor de volle kerkgemeente, op het Liturgisch centrum. Voor niet ingewijden: Dit is het verhoogde deel, vóór in de kerk, waar de dominee zijn preek houdt. Vader, moeder met baby op haar arm en hun vijfjarige zoontje. Het wachten was op hun spruit van drie, die nog bij de kinderopvang was.

Het duurde even en de dominee vroeg de organist om zo lang maar wat te spelen. Lastig, want dit was niet in de liturgie ingebouwd. Eindelijk was het gezin compleet en kon de doop beginnen. Nou ja, dat dachten wij maar ook dit nam de nodige tijd in beslag. De twee zoontjes werden wat vervelend, wilden niet bij hun vader blijven staan en besloten over het Liturgisch centrum heen en weer te gaan lopen. De dominee greep in stelde voor om even op de rand van het Liturgisch centrum te gaan zitten. Ieder aan een kant van de dominee leek de rust gekeerd en hij stelde voor om te gaan bidden. Daar moest eerst nog even over gepraat worden, want het span was niet van plan om zomaar mee te gaan werken.

De doop kon beginnen. De oudste van de twee jongetjes wist wat dopen was. “Dan wordt er water over de baby heen gegooid”, liet hij weten. Het doopvont vond hij lijken op een aquarium. Leuk gevonden en de dominee bevestigde dit, maar liet wel weten dat er geen visjes in rondzwommen. Tot zover wat het nog leuk en werd er hier en daar om gegrinnikt.

De jongetjes waren niet te houden. Renden heen en weer over het Liturgisch Centrum. Ze zagen hun vader en moeder op het beeldscherm. Dat was leuk. “Hé, mama!” En dat niet één keer, nee dit ging een poosje zo door. Uiteindelijk klommen ze over elkaar heen op de stoel die achter de preekstoel staat. Het hele doopgebeuren ging aan hen voorbij.

Greep er dan helemaal niemand in? De vader heeft een poging gedaan, maar de jongetjes wurmden zich los en holden weer vrolijk achter elkaar aan over het Liturgisch Centrum.

Na de doopplechtigheid, waarvan ik me af vraag wat er deze keer plechtig aan was, liep de oma van de jongetjes naar voren en plukte de jongste van het Liturgisch Centrum af. “Dat had ze eerder moeten doen”, hoorde ik hier en daar om me heen.

Het liefst was ik halverwege de doopplechtigheid opgestaan en weggelopen. De aanwezigheid van mijn twee stiefkinderen weerhield me hiervan. Achteraf denk ik dat ik mijn impuls gewoon had moeten volgen en vind ik het jammer dat ik, net als al die andere kerkgangers, met stomheid geslagen bleef zitten.

In het moderne gezin houd je je kind te vriend. Mogen ze alles doen wat ze willen en laat je het aan een ander over om daar paal en perk aan te stellen. Helaas lieten alle anderen, inclusief ik zelf, verstek gaan. Toch jammer………………………………………