Monthly Archives: September 2014

Samen delen

Mooi voorbeeld ben ik.  Neem het afgelopen weekend, terwijl ik leer voor gewichtsconsulente, at ik vrijdagochtend een gebakje. Moet toch kunnen? Geeft toch niet? Ik hoor het je denken. Maar zaterdag was er iemand jarig en nam ik een stukje vlaai terwijl ik ’s middags bij de HEMA zwichtte voor de aanbieding die tussen 16.00 en 18.00 uur geldt: Een kleintje koffie met een klein gebakje. Zondagochtend nam ik een plakje cake en zondagmiddag, op een terrasje in Stavoren, at ik nog een stuk aardbeienkwarktaart met slagroom. ’s Avonds werd mij door mijn lief nog een lekkere maaltijd voorgeschoteld en vervolgens kon ik geen pap meer zeggen.

Gisteren ben ik op de weegschaal gaan staan en concludeerde ik dat ik nog geen ons was aangekomen. Zou de voedingssupplementen aanbieder op het obesitas evenement dan toch gelijk hebben? Zit het gewoon in je genen of je dik wordt of niet? Ik zie nog zijn bedenkelijke gezicht bij mijn vraag: “Dus mensen met overgewicht kunnen hier eigenlijk zelf niet zo veel aan doen? Of bedoel je dat het in je genen zit of je wel of niet op tijd kan stoppen met eten?” Hij vond het duidelijk geen leuke vraag en gaf er uiteindelijk ook helemaal geen antwoord op. Blij met de volgende belangstellende begon hij zijn verkooppraatje weer van voren af aan..

Ik begreep het verhaal van die voedingssupplementen wel, want deze waren speciaal samengesteld voor mensen die een maagverkleining hebben ondergaan. Dan kan je gewoon bijna niets meer eten. Mini porties worden nog goed verdragen. “De eerste keer dat je, na zo’n operatie iets gaat eten, denk je dat je dood gaat. Ik voelde me echt hondsberoerd, kreeg hartkloppingen en dacht minstens dat ik een hartaanval kreeg”, vertelde de ervaringsdeskundige, een kok. Iemand die, vanwege zijn beroep, de hele dag met eten in de weer is. Als hij nu samen met zijn vrouw eet,  en dit komt door zijn vak niet heel vaak voor, doen ze de hele avond over het avondeten. Een klein hapje als voorgerecht: “Eén garnaal”, zoals hij zelf zei. Daarna een ander klein hapje, “nog een garnaal”, net zo lang tot ze na al die kleine hapjes aan het nagerecht toe zijn. Uiteraard is dat ook een klein hapje.

Als je zo weinig kan eten, kan het niet anders dan dat je allerlei essentiële voedingsstoffen mist. Vandaar die voedingssupplementen. Heus hoor, het verhaal was mij compleet duidelijk.

De ervaringsdeskundige, de kok dus, had leuke tips. Hij heeft een boek geschreven waarin recepten staan voor mensen die een maagverkleining hebben ondergaan. Eén van die recepten zag er als volgt uit: “Heb je trek in een tosti, zoek dan eerst iemand die ook trek heeft in een tosti. Je krijgt namelijk zo’n hele tosti niet meer op, dus deel je hem met een ander.” Meteen bedacht ik dat je dit natuurlijk ook kan doen met een patatje ‘met’. Zoek iemand die daar ook trek in heeft en deel dit met hem of haar. Deze tactiek kan je natuurlijk ook toepassen als je aan het lijnen bent. Wie weet voorkom je dan het “jojo effect” waar veel lijners last van hebben.

Wat ik ook een leuke, praktische tip vond, voor degene die lijnt maar een gezin heeft met opgroeiende kinderen die de oren van je hoofd eten is de volgende: “Zorg dat iedereen eerst zijn bord vol schept en neem zelf als laatste. Loop dan nog even terug naar de keuken om voor iedereen een glas water in te schenken. Eet langzaam en ga desnoods tussendoor ook nog even de keuken in om alvast het nagerecht in de schaaltjes te doen. Op die manier doe je net zo lang over je eigen kleine portie eten als de rest over zijn volle bord en toch eet je niet te veel.”

Het was een leerzame avond, waarbij vooral is blijven hangen dat je vooral geen maagbandje of maagverkleining moet willen. Je kan beter gewoon zorgen dat je niet te dik wordt. En laten we eerlijk wezen. Ik mag misschien niet in gewicht zijn aangekomen na het weekend, ik ben er van overtuigd dat, wanneer ik alle dagen aan het gebak ga, ik vanzelf ook dik word.

Onderduiken

Heb je het ook gelezen in de krant? Er is een illegale-actiegroep, die kinderen die uit huis geplaatst zijn, of dreigen te worden,  verstopt voor jeugdzorg. Die kinderen gaan van opvangadres naar opvangadres en zijn ondergedoken.  Een georganiseerd netwerk dus en ik moest bij al die kreten denken aan de Tweede Wereldoorlog.

Jeugdzorg is bezorgd, want kinderen krijgen zo niet de zorg en het onderwijs waar ze recht op hebben. Dat klinkt vrij logisch. Die kinderen krijgen nu onderwijs in het huis waar ze opgevangen worden. Zijn dat dan leerkrachten, of doen ze maar wat?

Eén van die kinderen, een jongen van tien, is geïnterviewd. Hij is uit huis geplaatst en al diverse malen uit de tehuizen weggelopen. Hij heeft de droom om ooit DJ te worden. Het is een lang verhaal en het eigenlijke interview is maar kort. Hij wil terug naar zijn moeder, wil niet in een tehuis wonen. Hij kan precies vertellen wie hem daar pijn doet en gemeen is. “Heeft hij het dan over de andere kinderen of over de volwassenen daar?”, is het eerste wat ik denk. Dit wordt voor het gemak even niet vermeld.

Hij wil vrij zijn en een normaal leven. Dat zijn grote woorden voor een jongetje van tien. Kan of wil hij zich niet aanpassen aan de schoolstructuur? Wil hij zelf bepalen hoe laat hij naar bed gaat en wat hij voor televisie programma’s bekijkt? Komt hij te pas en te onpas wel of niet thuis rond etenstijd? Volgens zijn moeder is het een zeer wijs kind. Ze verbaasde zich zelf vaak over zijn uitspraken. Zijn moeder gaat akkoord met het onderduiken, want deze ondergrondse beweging heeft haar laten weten dat dit beter voor haar zoon is.

Weet je wat ik in het hele interview mis? Kan je het al raden? Ik mis in dit hele verhaal wat de reden is voor zijn uithuisplaatsing. Het is zo’n wijs kind, maar wat is er dan met deze jongen dat hij niet bij zijn moeder mag blijven wonen. Of, wat is er met die moeder dat haar zoon niet bij haar mag blijven? En waar is zijn vader in dit hele verhaal? Dat zijn toch dingen die ik me af ga vragen bij het lezen van dit krantenartikel. Jullie ook? Het verhaal heeft maar één kant, die van de ondergrondse beweging die kinderen laat onderduiken. Een verhaal heeft altijd meer kanten en soms heeft iedereen een beetje gelijk als je het geheel bekijkt.

Ook ik had ooit te maken met bureau Jeugdzorg. Het viel niet mee, om als alleenstaande moeder drie pubers op te voeden. Toen er later een stiefvader bij kwam was het helemaal niet eenvoudig meer. Vergelijk het met koorddansen. Je kan aan alle kanten naar beneden donderen en dat heb ik ook een aantal keer gedaan. Heel vervelend voor iedereen. Je weet nooit of je een juiste beslissing neemt. Op het moment dat je zo’n beslissing neemt lijkt het een goede te zijn. Dat is wat ik mezelf voor ogen hou, want achteraf praten of, zoals veel mensen doen, langs de zijlijn een duit in het zakje doen is makkelijk. Achteraf heb je veel meer informatie en degene langs die overbekende zijlijn zien alleen wat zichtbaar is en vaak ook nog alleen wat ze zelf willen zien.

Ik doe geen duit in het zakje vanaf die zijlijn, ik heb alleen heel veel vraagtekens na het lezen van dit artikel, wat vandaag in de Stentor staat.

 

 

 

 

Het hert

Het was druk in mijn hoofd. Misschien had ik moeten gaan wandelen om weer ruimte te creëren, maar dat deed ik niet, want ik zou gaan leren. Ga d’r maar aan staan: Leren met een vol hoofd.

Hoe ontstaat zo’n drukte nu toch iedere keer? Had het te maken met de kerkdienst die ik bijgewoond had? Wie zal het zeggen. Er waren twee mensen overleden en over hen werd iets verteld. Allemaal goede dingen, want over de doden niets dan goeds. Beide vrouwen waren liefdevol  en hadden voor iedereen plaats in hun hart. Ze waren belangstellend naar iedereen. Beiden waren al flink op leeftijd en woonden in een verzorgings- of verpleeghuis. Ik vroeg me op dat moment af of deze beide dames geen negatieve eigenschappen hadden. Direct daarna vroeg ik me af wat er over mij gezegd zou worden als ik eenmaal overleden ben. Worden dan al mijn goede kanten benadrukt of zal men gewoon zeggen: “Ze was nogal eigenwijs, een dwarsligger die het vaak nodig vond om de vinger op de zere plek te leggen. Een beetje lastig mens eigenlijk”.

Ik ging dus niet wandelen maar besloot mijn tekenwerk te pakken. Je weet wel, dat hert wat ik van plan was te gaan tekenen. Het schoot nog steeds niet erg op, want tekenen is nog altijd de sluitpost bij alles wat ik doe.  Jammer, want eigenlijk kan ik dat best goed. Gewoon alleen met potlood. Aquarelleren heb ik geprobeerd, maar dat werd niks. Net zoals Acrylverf overigens. Gewoon met potlood dus, variërend in hardheid van HB tot B8. Daar kan ik wat mee. Opmerkelijk genoeg werd het daarna rustiger in mijn hoofd en heb ik alsnog zitten leren. Goed dat ik het weet, dan kan ik als het stortregent gewoon gaan zitten tekenen in plaats van me drijfnat laten worden tijdens het lopen. Tenminste, ik hoop dat het zo simpel werkt.

IMG_3299

Het is nog lang niet af, alleen dit hert staat op papier. Nu de omgeving nog. Dat vind ik het lastigste deel.

Het komt wel, niet vandaag, want vandaag ga ik een dagje uit. Naar mijn jongste dochter en daarna rij ik door naar mijn ouders.

Snoep als medicijn

Het is langer donker ’s morgens en dat is merkbaar. Afgelopen week moest ik een cliënt wakker maken, die normaal gesproken ligt te wachten tot er iemand komt. Zij sprak wat onduidelijk zodat ik regelmatig vroeg wat zij precies zei. Gelukkig konden we er samen om lachen.

“Ik heb de laatste tijd een erge droge mond en droge lippen. Dan denk ik, u kent mij wel zo’n beetje, meteen dat ik iets ernstigs mankeer”, vertelde zij mij toen ze een beetje goed wakker geworden was. Uiteraard vroeg ik haar of die droge mond alleen ’s morgens was, maar nee, ze had er de hele dag last van. Ze dronk ook te weinig, wist ze zelf al aan te geven en vroeg me hoeveel vocht ze eigenlijk naar binnen moest werken op een dag. Ik legde haar uit dat haar droge mond daar waarschijnlijk niet door veroorzaakt werd, maar dat ze op haar leeftijd toch wel anderhalve liter vocht nodig had. “O, maar dat red ik echt niet hoor. Ik drink nooit zo heel erg veel”, was haar reactie. Gelukkig heb ik dan altijd wat simpele adviezen achter de hand en ik stelde voor dat ze, wanneer ze een kop koffie of thee nam er meteen een glas water bij zou drinken. “En de soep en het toetje tellen gewoon mee.”  Kijk dat zet nog eens zoden aan de dijk.

Maar toen die droge mond. “Het hoort een beetje bij het ouder worden”, legde ik haar uit. “De slijmvliezen drogen  uit en dan is een droge mond daar het gevolg van. U zou zo af en toe een snoepje moeten nemen. De hersenen registreren zo’n snoepje direct  en geven het seintje af dat er speeksel geproduceerd moet worden.” Dit bleek een lastig advies, want zij was geen snoeper. Nooit geweest ook. “Dan moet u op uw oude dag toch maar gaan snoepen”, zei ik haar. “Gewoon bij de koffie dat glas water èn een snoepje. Een simpele ingreep en twee vliegen in één klap. Ze zou er aan proberen te denken en het voor de zekerheid nog aan de dokter vragen.

De volgende dag hoorde ik van haar dat, wat de verpleeghuisarts had gezegd, precies overeen kwam met met wat ik had gezegd. Hij had voor de zekerheid nog een medicijn gestopt omdat dit als bijwerking een droge mond kon geven, maar het advies om af en toe een snoepje te nemen had hij ook gegeven. Ze was er helemaal verbaasd over.

Ach tja, als ik advies geef weet ik wel waar ik het over heb, anders kan ik het net zo goed achterwege laten.

Het boodschappenlijstje

Vandaag zag ik een vodje papier liggen in de gang op de begane grond. Ik bedacht me niet en raapte het op om in de afvalbak te gooien, tot ik zag dat het een sappelesie was. Ja, een sappelesie, je leest het goed. Zo noemde mijn zoon, toen hij drie was, het boodschappenlijstje waarmee we samen boodschappen gingen doen.

Het bleek een wat wonderlijk lijstje te zijn, want ik las:

1 fles Sevenup

Nog wat anders

1 rol pepermunt

Nog wat anders

Een half brood

Nog wat anders

Wat lekkers

Nog wat anders

Nog wat anders

Nog wat anders.

Ik had geen idee van wie dit boodschappenlijstje kon zijn en raadpleegde mijn collega’s. Er werden wat suggesties gedaan en de meeste kwamen met elkaar overeen, dus ging ik op zoek naar de bewuste bewoner. Ik trof haar aan tafel met wat mede bewoners, liet haar het lijstje zien en vroeg of dit van haar was. Dat bleek inderdaad het geval. Ze pakte het aan, scheurde het in kleine snippertjes, want ze had alles al in huis.

“Dan hebt u van alles en nog wat in huis”, zei ik tegen haar. Ze knikte bevestigend. “Kan ik nog wat anders voor u doen?” vroeg ik haar, voordat ik weer verder ging met mijn werk.

Eten en zo

Al jaren ben ik gefascineerd door wat voeding met je lijf doet. We proppen met z’n allen het nodige naar binnen, daar vinden allerlei processen plaats en uiteindelijk poepen we wat het lichaam niet kan gebruiken weer uit. Dit lijkt me een korte maar duidelijke uitleg.

Sinds een paar maanden volg ik de opleiding tot gewichtsconsulente. Zelfstudie bij de LOI en bij het behalen van het diploma kan ik me aansluiten bij de BGN, wat staat voor Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten Nederland. Voor het voeren van een praktijk niet geheel onbelangrijk, want cliënten kunnen alleen dan de kosten voor een deel declareren bij hun ziektekostenverzekering.

Gelukkig vind ik leren leuk, want het vereist de nodige discipline om aan zelfstudie te doen en ik heb me aangemeld voor mijn eerste examen. Spannend en meteen een stevige stok achter de deur.

Laatst leerde ik iets over de stofwisseling waarbij ik bestormd werd door allerhande (nee, geen koekjes) gedachten. Ieder mens heeft een grondstofwisseling en die is ook nog eens bij iedereen anders. Dat heeft te maken met je lichaamsgrootte en lichaamssamenstelling. In een groot lichaam vinden meer stofwisselingsreacties plaats dan in een klein lichaam. Dat grote lichaam vraagt gewoon om meer energie om in balans te blijven. Uiteraard is de stofwisseling bij een man groter dan bij een vrouw. Hij heeft minder vetmassa, dus ook meer behoefte aan energie. Stofwisseling vindt plaats in de actieve celmassa, ofwel de vetvrije massa. Dat betekent dus dat in de vetmassa geen stofwisseling plaats vindt. Tot zo ver logisch!

Mijn denkhoofd sloeg aan het werk en vroeg zich af of dikke mensen dan altijd al dik waren geweest doordat er minder stofwisselingsprocessen in hun lichaam plaatsvinden. Of hebben zij lange tijd te veel en verkeerd gegeten, daardoor die vetmassa gekweekt en is die stofwisseling daardoor sterk minder geworden. Ik vrees dat het laatste klopt, uitzonderingen daargelaten natuurlijk, want ik wil niet de hele dikke mensheid tegen me in het harnas jagen.

Eten en zo.1

Maar laten we eerlijk zijn, mensen met overgewicht hebben een grotere vetvoorraad, dus veel reserves. Hierdoor is hun energiebehoefte lager. Maar hoe kan het dan dat ik juist vaak dikke mensen grote hoeveelheden voedsel zie wegwerken? En dan vaak zo’n vette hap, of grote gevulde koeken, marsen, Magnums en hele grote sorbets. Als hun energiebehoefte lager is hebben ze dat helemaal niet nodig. Mensen met overgewicht bewegen vaak ook minder waardoor die energiebehoefte ook lager is. Doordat zij minder bewegen zal er ook minder spieropbouw zijn en ook daardoor is die energiebehoefte lager.

Eten en zo)

Wat zouden zij moeten doen? Om te beginnen moeten zij gezonder gaan eten en junkfood laten staan. Halfvolle of magere producten gebruiken en geen vette vleeswaren of volvette kaas op brood doen. Niet meer die gevulde koek of mars tussendoor, maar iets wat gezonder is. Voor mijn part een volkoren boterham met magere smeerkaas en plakjes komkommer. En bewegen natuurlijk. Wat dacht je daarvan? Die vetvoorraad moet weggewerkt worden. Verbranden dus, die handel. Aan het werk met dat lijf.

Vertwijfeld vraag ik me af of ik straks, in mijn eigen praktijk, mensen ga voorlichten over dingen die ze zelf al weten. Hebben zij dan misschien ook een stevige stok achter de deur nodig in de vorm van een gewichtsconsulente.

En kijk, zojuist heb ik mijn eerste, gratis, voorlichting gegeven. Ik kan het, daar twijfel ik niet aan.

Een gezellige zondagmiddag

In Lage Vuursche heb ik een bankje gevonden om mijn lunch op te eten. Van de 25 km heb ik er 14 km op zitten. Waarschijnlijk ziet het er raar uit, dat ik daar op een bankje zit, omringd door allerlei restaurantjes.  De terrasjes zitten vol gezinnen met kinderen, oudere echtparen en jongelui.

Ik zit prima zo en kijk om me heen. Verderop loopt een echtpaar. Hij duwt de rolstoel voort waarin een oudere kopie van zijn vrouw zit. Hebben zij het, met z’n drieën, naar de zin? Als ik het zo bekijk denk ik van niet. Geen van allen kijkt echt vrolijk. Jammer, want het is prachtig weer en de omgeving is schitterend. Ze komen dichterbij mijn bankje en hij moet de rolstoel langs een boom manoeuvreren. “Kijk je uit! Je rijdt me bijna tegen die boom”, hoor ik de vrouw in de rolstoel zeggen. Volgens hem valt het wel mee en week hij op tijd uit naar rechts. “Ik zag toch zelf dat je me bijna tegen die boom duwde”, zegt ze weer. Haar jongere kopie, negeert alles en zegt: “Kijk mam, allemaal gezellige terrasjes. We gaan lekker een pannekoek eten”. De vrouw in de rolstoel kijkt zuur. Er kan geen lachje af. Ze passeren mij, de vrouw in de rolstoel kijkt langs me, de man achter de rolstoel kijkt me wat gegeneerd aan en zijn vrouw loopt met haar neus in de lucht, zonder op of om te kijken, door.

Toch gezellig, zo met z’n drieën een zondagmiddag op pad. Ik ben blij dat ik alleen ben.

En ik eet mijn koekje

En ik eet mijn koekje.2jpg

Er zijn perioden dat ik als een rasechte fanaticus een boek lees. Het boek brandt in mijn handen en moet ‘uit’.  Het boek “Insluiper”, van Tania Carver was zo’n boek. Mijn lief had het mee op vakantie en pakte het iedere vrije minuut om er weer in verder te kunnen lezen.  Hij waarschuwde me al, toen ik in het boek begon, dat ik het moeilijk weg zou kunnen leggen.

En inderdaad, ik bleef lezen. Het was een thriller waarin iemand vanwege haar studie onderzoek deed naar de mate waarin de mens manipuleerbaar is. Zij ging zelfs zo ver dat zij dit ging uitproberen. Zo liet zij anderen afschuwelijke misdaden plegen die door haar uitgedacht waren. En ja hoor, het boek moest ‘uit’, want ik wilde weten hoe het afliep.

En ik eet mijn koekje.1jpg

Nu lees ik het boek “De bibliothecaresse van Auschwitz”van Antonio Iturbe.  Auschwitz, dus waargebeurd. De bibliothecaresse heeft de oorlog overleefd en het boek is gebaseerd op haar verhaal. Dat er in de Tweede Wereldoorlog gruwelijkheden plaatsvonden waar wij met ons verstand niet bij kunnen, weet ik. Wat er in Auschwitz gebeurde is nog véél en véél gruwelijker. Het gekke is echter dat ik, terwijl ik dit boek lees, me nauwelijks voor kan stellen dat zoiets heeft bestaan. Als ik dan ook nog bedenk dat “Insluiper” bijna realistischer voor mij is dan dit boek verklaar ik mezelf voor gek. Terwijl ik lees dat kinderen bij de keuken bedelen om een aardappelschil, omdat dit voor hen een lekkernij is, eet ik mijn koekje. Het is onmenselijk en ik help er natuurlijk helemaal niemand mee als ik bij de koffie aardappelschillen ga zitten eten. Het zet mij echter wel aan het denken.

In Nederland hebben we een crisis achter de rug. Ik heb hier niet veel van gemerkt, en met mij velen niet. Er zijn ongetwijfeld mensen die van een minimum inkomen moeten rondkomen, maar het gros lijkt onder de crisis niet te hebben geleden. De crisis is nog niet voorbij, maar volgens de peilingen wel op z’n retour. Wat houdt het woord ‘crisis’ tegenwoordig in? Betekent dit dat je niet direct je televisie kan vervangen als deze het begeeft? Of dat je een tweedehands auto koopt in plaats van een nieuwe? Dat je niet€199,00 uitgeeft voor een paar laarzen, maar € 99,00. Dat je vlees in de supermarkt koopt in plaats van bij de slager? Dan leef ik waarschijnlijk al mijn hele leven in een crisis, want ik heb nog nooit zoveel geld voor een paar laarzen uitgegeven en een nieuwe auto heb ik ook al nooit bezeten. Vlees koop ik al jaren in de supermarkt. Slechts heel af en toe koop ik een lekker stukje vlees bij de slager en proef dan ook echt wel het verschil.  Is dat crisis? Hoe noemde ze dan de Hongerwinter aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Of de tijd dat ik klein was? Mijn ouders gingen echt niet elk jaar met mij en mijn broer op vakantie. Daar was geen geld voor. Tegenwoordig is het vrij normaal dat je een keer of vier per jaar gaat. En dan het liefst naar een warm land als het hier koud is.

Tja, en ondanks dat het me aan het denken zet eet ik toch mijn koekje terwijl ik afschuwelijke dingen lees in het boek “De bibliothecaresse van Auschwitz”. Bevatten wat daar gebeurde kan ik toch niet, ook niet als ik het koekje achterwege laat.

Help!! Een Spin!!

Paniekerig vroeg mijn collega, toen ik bij cliënt nummer vier van vandaag binnenkwam, of ik van spinnen hield. Ach, houden van is een groot woord, maar bang ben ik ook niet echt. Mijn motto is altijd: “Ik ben groter dan die spin, dus misschien is hij wel banger voor mij dan ik voor hem”.

Er bleek, bij een cliënt op de begane grond, een spin in de gootsteen te zitten. Mijn collega had een glas over het beestje gezet en was bang dat hij nu een langzame verstikkingsdood zou sterven: “En dan ben ik een moordenaar!”,  riep zij. Persoonlijk denk ik dat het wel meevalt met haar hoor. Zij heeft zich nog niet als Jihadstrijder bij de IS aangesloten, dus zó ernstig kon het niet zijn. Ik vroeg aan de cliënt, die ik zou gaan helpen met wassen en kleden of ik eerst de spin mocht redden. Mijn werkzaamheden liepen toch al uit vandaag, want vanmorgen moest ik de overdracht doen en daar is qua tijd in de planning geen rekening mee gehouden. Bovendien wilde de eerste cliënt waar ik kwam graag een nectarine en zij kon deze niet zelf schoonmaken. Gisteravond had men daar geen tijd voor en ik dacht: “Ach, ik loop nu toch al uit, dus ontpit en schil ik de nectarine toch even”. Zo liepen mijn werkzaamheden al gauw een minuut of twintig uit. Tel daar de reddingsactie bij op, dan heb je al snel een half uur vertraging. Ik leek de NS wel vandaag.T

Terwijl ik naar beneden liep bedacht ik dat ik al vaker spinnen heb gevangen voor bange collega’s en eerlijk gezegd moest ik daar nu nog om lachen.

Daar zat de spin, met zijn poten onder zich gevouwen, onder het glas zitten. Op zoek naar een stukje papier stuitte ik op een ansichtkaart. “Mooi”, dacht ik, “deze is ook wel bruikbaar”. Om te beginnen zette ik het raam vast open en liep terug naar de gootsteen. De bewoonster van het appartement stond, in haar nachthemd, in de deuropening van de slaapkamer te kijken wat ik aan het doen was. Ook zij bleek bang voor spinnen. Ik schoof de ansichtkaart onder het glas. De spin werd meteen nerveus, trappelde met al zijn poten en stond daardoor netjes op de kaart. Met het geheel liep ik naar het raam, liet de spin vrij en zei hem nog even gedag.

Ik heb mijn goede daad weer gedaan voor vandaag en dacht dat ik de rest van de dag wel achterover zou mogen leunen. Laat dat nu niet het geval zijn. En waarom keek ik daar nu niet gek van op?

 

Het is jouw leven, hoor.

We zijn alweer aan de terugreis begonnen en hebben net heerlijk een bord nasi gegeten. Het is druk in het restaurant van de boot. Rumoerig druk, zodat we naar buiten gaan. We vinden nog een plekje op het bovendek.

Naast ons zit een stel wat vreselijk de slappe lach krijgt. Soms werkt zoiets aanstekelijk,  maar nu niet. Ik heb het koud op het bovendek en stel voor om een verdieping lager te gaan zitten. Daar heb je beschutting van de boot zelf. Ondanks de drukte vinden we een plekje. Naast mijn lief zit een vrouw met kort grijs haar en naast mij zit een nogal forse man met een zonnebril op. Naast hem ligt een vrouw op de bank, haar hoofd in zijn schoot.

“Het blijft jouw leven hoor. Je moet zelf kiezen, dat kan ik niet voor je doen. Ik weet hoe moeilijk het is. Maar kinderen zijn solidair naar hun ouders. Voor hen blijf jij altijd hun vader. Ik zie het aan mijn eigen kinderen. Hun vader kan geen kwaad doen.”

Het blijft even stil, maar dan hoor hem antwoorden. Hij heeft het over geldproblemen. Eerlijk gezegd vind ik het wat raar dat je zo’n intiem gesprek voert met al die mensen om je heen en ik voel de ongemakkelijkheid van de man naast me. Hij wil hier helemaal niet over praten, maar zij gaat maar door.

“Ik kan me daar gewoon voor afsluiten hoor. ’s Avonds liggen wij naast elkaar in bed en ga ik gewoon slapen. Hij zal me heus niet verkrachten. Maar ik snap dat het voor jou moeilijker is. Maar nogmaals hoor, het is jouw leven en jij moet zelf kiezen.”

De ongemakkelijkheid bij de man naast me lijkt alleen maar groter te worden en ik stel mijn lief voor om binnen een kop koffie te gaan drinken.