Monthly Archives: June 2014

Normandië – Herinneringen

Zoals je weet hebben we een poosje geleden in Normandië gekampeerd. Ik ontkwam er niet aan dat daarbij allerlei herinneringen naar boven kwamen.

Zo’n twintig jaar geleden kampeerde ik daar met mijn ex-echtgenoot en onze kinderen. We hadden een camping geboekt aan de oceaan, aan de rand van het kleine dorpje St. Germain sur Ay. Wat me nog bijstaat is dat we daar, op één dag na, drie weken lang heerlijk zonnig weer hadden. De camping bestond uit grote, door heggetjes afgeschermde plekken en de paden tussen de kampeerplekken bestonden uit wit grind. Het zonlicht werd daar behoorlijk door weerkaatst, waardoor het allemaal heel licht was. Het waaide er vrijwel altijd, behalve die ene dag dat het regende.

IMG_2843

Er was eigenlijk maar één ontgoocheling en dat was het strand. Dat was namelijk niet zoals wij dat in Nederland gewend zijn. Die teleurstelling kan ik nog zó opdiepen uit mijn geheugen. We liepen daar, met de kinderen, het duinpad af naar het strand. Wat troffen we daar aan? Een hele grote natte vlakte van hard nat zand, bezaaid met zeewier. Het rook er onfris en als je op je handdoek ging zitten sprongen de zandvlooien om je heen. Het was eb en om bij de oceaan te komen moesten we zeker een km lopen. Het verschil tussen eb en vloed is daar enorm groot, want ik herinner me ook van een keer dat er geen strand was. Vanuit het duinpad kwamen we bij de rotspartij en daarachter was direct het water. Het zeewier slingerde zich direct om je benen heen zodra je het water in ging. Vreselijk vies natuurlijk en de kinderen wilden er dus duidelijk niet in. Ik zelf overigens ook niet, want ook ik vond het onbeschrijfelijk vies. Doordat het zand altijd nat en hard was kon je er wel goed kastelen op bouwen. Ook klapperen met een hard balletje ging daar prima.

IMG_2844 Deze vakantie zijn we op de fiets naar dit dorpje gegaan. Heel even vroeg ik me af wat mijn echtgenoot met al mijn eerdere vakantieherinneringen moest. Zou hij dat vervelend vinden? De enige manier om daar achter te komen was het hem te vragen. Hij vond het geen probleem. We zijn niet op de camping gaan kijken, maar door het dorpje naar het strand gefietst. Mijn herinnering klopte precies met wat ik daar nu aantrof. Het was eb en ik zag datzelfde harde natte strand, bezaaid met zeewier en het stonk er nog steeds. Er reden wat tractoren over het strand, waarschijnlijk om vissersboten naar het water te brengen.

In het dorpje herkende ik de mini supermarkt, maar verder leek alles ruimer opgezet. In mijn herinnering was het straatje smaller, maar misschien stonden er toen wel kraampjes omdat er markt was. Dat weet ik niet meer.

IMG_2845

Het plein met de draaimolen herkende ook en meteen vloog er een laatje open in mijn hersenladekast: Kermis! En wat voor één, een minikermis was er twintig jaar geleden en mijn zoon, die toen dertien was, mocht daar met de ouders van een vriendje mee naar toe. Niks mis mee zou je zeggen. Nee hoor, behalve dan dat het vriendje van Franse afkomst was en geen woord Nederlands sprak. Hoe die twee het voor elkaar hebben gekregen om dit met elkaar af te spreken weet ik nog steeds niet. Volgens mij mocht mijn zoon ook eten bij het vriendje in de stacaravan en zijn wij, nadat we gegeten hadden met onze twee dochters ook naar de kermis gegaan. We kwamen, naar Franse begrippen, veel te vroeg, want er was nog geen enkele attractie open zodat ik me vertwijfeld afvroeg naar welke kermis mijn zoon dan was.

We hebben er vast wel een poosje rondgelopen en zijn toen weer terug naar de camping gegaan. Zoonlief kwam maar niet thuis, zodat ik hoe langer hoe ongeruster werd. Uiteindelijk was het al helemaal donker en nog steeds was hij er niet. Wat verfoeide ik mezelf dat wij niet even kennis waren gaan maken met de ouders van het vriendje, zodat we in ieder geval wisten met wie hij mee was. Mobiele telefoons waren er nog niet, dus elkaar bellen was er niet bij.

In het donker en in de kou, want ’s avonds koelde het flink af, bleef ik in mijn eentje voor de tent zitten. Natuurlijk had ik een gaslampje aan, wat denk je nu? Mijn ex-echtgenoot vond waarschijnlijk dat ik beter binnen kon gaan zitten, maar ik had het gevoel dat ik dan opgaf. Een niet te beredeneren gevoel waar ik aan toegaf, dus bleek ik zitten waar ik zat. Eindelijk, na elven kwam mijn zoon thuis. De kermis bleek pas om 21.00 uur te zijn gestart en hij had zich prima vermaakt.

Zelfs nu begrijp ik nog steeds niet dat ik niet even kennis ben gaan maken met de ouders van dat vriendje. Dat was toch een kleine moeite geweest en met handen en voeten hadden ook wij, want ook ik spreek geen Frans, best een afspraak kunnen maken over het tijdstip van thuiskomen. In ieder geval had ik dan geweten hoe laat het zou worden en had ik niet met al die ongerustheid in mijn lijf, in het donker en in de kou voor de tent hoeven blijven zitten.

 

Advertisements

Is het weg dan?

Hij is al een paar dagen zijn ondergebit kwijt. Niet dat hij dit erg vindt, want het doet hem pijn in de mond. Zodra je hem het ondergebit aangeeft begint hij te protesteren. Als je het ondergebit in zijn mond doet haalt hij het er meteen weer uit. 

Ik heb hem op de rand van het bed geholpen en hij zit nog bij te komen. “Ik ben zo vreselijk moe” is het eerste wat hij zegt. Ik kruip over de vloer om onder het bed te kijken. Iets wat mijn collega’s ook al hebben gedaan, maar je weet maar nooit. Misschien achter de gordijnen, die tot op de grond hangen. Nee hoor, het gebit is nergens zodat ik zucht en aan hem vraag: “Waar is uw ondergebit toch gebleven?” Verschrikt kijkt hij me aan, voelt in zijn mond en zegt: “Is het weg dan?” Meteen daarna tilt hij zijn kussen op en verplaatst drie zakdoeken. Dan zucht hij: “Ik ben zo vreselijk moe” en gaat weer in bed liggen.

Normandië – Emoties

We zijn, met z’n tweeën, acht dagen naar Normandië geweest. Sterker nog, we hebben daar gekampeerd. En dan niet in een caravan, maar in een heuse tent die we van mijn jongste dochter te leen hadden. Geweldig, want wij blijken allebei “echte kampeerders” te zijn. Heerlijk, dat gepruts op één gaspit, dagelijks onze boodschappen doen omdat we alleen een koelbox met koelelementen bij ons hadden. We hebben genoten van deze dagen samen.

Niet zo heel lang geleden gingen de vakantiedagen van mijn echtgenoot op aan heel veel schoolvakanties van zijn kinderen. Door wat “opoffering” van mijn kant, wat vervolgens inhoudt dat hij niet meer alle dagen van zo’n vakantie vrij hoeft te nemen, blijven er wat meer vrije dagen voor ons samen over. Jaarlijks negen dagen is echter toch wel het maximale voorlopig. Ik ben overigens niet altijd heel nobel als het om dat soort “opofferingen” gaat, want regelmatig heb ik het er best moeilijk mee als ik een vrije dag gebonden ben door mijn stiefkinderen. Daar kan ik maar beter gewoon eerlijk over zijn, anders denken jullie dat ik een soort super stiefmoeder ben en dat is gewoon niet zo.

Normandië betekent uiteraard dat we de landingsstranden gingen bezoeken. “Moet dat nu echt in je vakantie?” denk je misschien. Ja, dat moest inderdaad. We waren namelijk op vakantie in het deel van Frankrijk waar in juni 1944 de bevrijding van Europa is begonnen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Ik heb op school geleerd over de Tweede Wereldoorlog, maar dat bleef toch sterk beperkt tot wat er in ons eigen land èn in de concentratiekampen gebeurde. Helemaal begrijpen hoe dat allemaal kon deed ik toen al niet. En tijdens onze bezoeken aan de landingsstranden bleek dat ik het nog steeds niet begrijp. Een Wereldoorlog, een oorlog dus waarin de hele wereld verwikkeld was. Het is niet te bevatten en toch was het zo.

De dag na aankomst op de camping gingen we naar St. Mere eglise. Het is inmiddels een schitterend dorp, maar de geschiedenis liegt er niet om. We bezochten daar het Airborne museum Airborne-Museum. Indrukwekkend, vooral de beelden van D Day zelf. Niet de beelden zoals je ze in de film ‘The longest Day’ zag, nee gewoon de ongeromantiseerde beelden van een verschrikkelijk slagveld. Jonge Amerikanen die voor onze vrijheid kwamen vechten en werkelijk dachten dat ze met gemak de vijand konden verslaan. Fluitje van een cent. Of beter gezegd ‘piece of cake’, misschien is dat wel de uitdrukking die ze gebruikten.

Wat ik niet verwachtte was dat ik daar heel emotioneel onder zou worden. De laatste filmbeelden die ik zag waren die van vrouwen bij de vele kruisen van gesneuvelde soldaten. Ik kreeg een dikke keel en voordat ik het wist stond ik te huilen. Idioot vond ik het, want ik heb heel die oorlog niet meegemaakt, ken ook niemand die daar gesneuveld is en toch huilde ik. Was het alleen verdriet vanwege al die levens die daar eindigden? Op de eerste dag al 3.000 van de 150.000 die aan deze invasie meededen. Nee, het was verdriet, boosheid èn ook nog eens machteloosheid. Hoe kon één man het voor elkaar krijgen dat heel de wereld in oorlog was. Had hij er ooit over nagedacht hoe hij, als hij alles had veroverd, moest gaan regeren? Waarschijnlijk niet.

En nu, in deze tijd? Afghanistan, Irak, Syrié, de ISIS strijders, Rusland, de Oekraïne. Het houdt gewoon nooit op. Ook daar moest ik om huilen.

IMG_2850

Ook tijdens ons bezoek aan een van de Amerikaanse begraafplaatsen werd ik door soortgelijke gevoelens overvallen. Al die kruisen, bijna 10.000, waarbij er zoveel gesneuvelden lagen die nog maar net of niet eens voet aan land gezet hadden. Het was om kippenvel van te krijgen.

 

Op de begraafplaats voor Duitse soldaten, waar veel minder bezoekers rondliepen, waar alles somber was en de kruizen zwart waren, had ik hier geen last van. Ik bleek ineens heel haatdragend te zijn en kon alleen maar denken: “Jullie waren begonnen hoor. Jullie bedachten ook die concentratiekampen”. Is dat fout, moet ik vergevingsgezinder zijn. Vast wel, maar ik bleek het niet te zijn. Zeker niet toen ik bij de uitgang een collectebus zag waarin geld gedoneerd kon worden voor het onderhoud van deze begraafplaats en nadat ik in het infocentrum allerlei folders zag liggen waarin propaganda gemaakt werd voor het Duitse Jeugdwerk voor vrede. In elke folder zat een cheque waarmee je geld over kon maken om dit goede doel te steunen. Natuurlijk ben ik het helemaal met je eens als je zegt dat dit toch mooi werk is. Dat is ook zo, maar ik kon toch niet nalaten te denken dat ze zelf begonnen waren aan al die waanzin. Ik weet ook dat niet iedere Duitser hier achter stond, maar ze zijn ook nooit met z’n allen massaal tegen die waanzin in gegaan.

Uiteraard vroeg ik me af hoe ik gehandeld zou hebben als ik in die tijd geleefd had. En nee, zeker weet ik dat niet, maar ik denk dat ik me, met mijn eigenwijsheid, bij het verzet zou hebben aangesloten. Maar, ik zeg er bewust bij dat ik dat niet zeker weet en ook hopelijk nooit te weten zal komen want:  “Dit mag nooit meer gebeuren en het herdenken van de oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog mag nooit verdwijnen. Zelfs niet al is die roep er af en toe wel of vindt men dat het herdenken anders moet. Dat we alle oorlogsslachtoffers, ook van de huidige oorlogen, op die dag moeten herdenken. Dat moet ieder dan maar in stilte voor zichzelf doen. Deze soldaten hebben hun leven gegeven waardoor wij nu in vrede kunnen leven. Ik kwam daar ook tot de conclusie dat ik er spijt van heb dat ik mijn stem voor het Europese parlement verloren heb laten gaan omdat ik niet wist op wie ik stemmen moest. Ik mag stemmen, heb het recht om te stemmen en daarmee ook de plicht om te stemmen. Stom, maar die vergissing kan ik niet meer rechtzetten.

 

 

Muggen en zo

Voor vandaag had ik een wandeltocht gepland in de buurt van St. Jans Klooster. Daar kan je via het wandelroutenetwerk  waterreijk ontzettende mooie tochten maken. Helaas, op het moment dat ik de deur uit zou gaan begon het te regenen, en niet zo zuinig ook. Gelukkig is mijn echtgenoot niet voor één gat te vangen en bekeek “buienradar” en zag dat het in  Zuid-West Friesland droog was,  of al gauw zou worden. Oké, dan een andere wandeltocht, want wandelen wilde ik.

Mijn stiefkinderen zijn het Pinksterweekend bij ons en dan wil ik een dag weg, gewoon even alleen er op uit. Dat gevoel heb ik al vanaf het begin en is niet over nu ze bij hun moeder wonen. Ik kan voor mezelf nog wel eens moeilijk doen over dit gevoel, want eigenlijk vind ik dat ik er zo’n weekend gewoon moet zijn voor die twee. Gebleken is dat dit niet werkt, want dan hol ik mezelf en mijn eigen behoeften finaal voorbij.

Ik heb heel wat artikelen over het stiefouderschap gelezen en het advies wat in elk artikel terugkwam is: “Laat je niet teveel in de ouderrol duwen”. Meestal betrof het de stiefmoeders, waarvoor dit waarschijnlijk een giga valkuil is. Het was vanaf het begin dan ook niet de bedoeling dat ik die moederrol zou vervullen. Helaas verliep dit toch wel wat anders dan gedacht, want toen ze nog bij ons woonden was ik gewoon vaker thuis. Bovendien was ik ook altijd eerder thuis dan hun vader en krijg je vanzelf die moederrol. Dat werd me vaak niet in dank afgenomen. Ik, de stiefmoeder, was er meer voor het gemak en het leuke. Het gemak omdat er voor ze gezorgd werd en het leuke omdat ik regelmatig degene was die wat activiteiten verzon. Maar ja, ik bleek helaas ook een stiefmoeder te zijn die eisen stelde en dat doe ik nog steeds. Dit wordt ook nu nog steeds niet leuk gevonden. Menig boze blik wordt mijn kant uit geworpen en ik doe meestal maar gewoon alsof ik die blikken niet zie. Vandaar mijn drang om tijdens zo’n weekend een dag voor mezelf te reserveren. Is dat verkeerd? Is dat slecht? Ik heb werkelijk geen flauw idee, maar het voorkomt dat ik totaal in mezelf gekeerd raak tijdens zo’n weekend.

IMG_2769_1

Zo liep ik liep vandaag in Elfbergen, een bos bij Oudemirdum, een witte paaltjesroute van 6 km. Die route kwam ik spontaan tegen, nadat ik al 2,2 km gelopen had, want mijn plan was om door het bos, over het fietspad, naar Balk te wandelen om daar iets lekkers op een terras te nemen en vervolgens weer terug te lopen. Zo’n paaltjesroute dwars door het bos is uiteraard veel leuker en vaak ook nog rustiger, dus haakte ik af. Het zorgde voor een boze kabouterwegwijzer, want ik liep een deel over “Het kabouterpad” en moest volgens de kabouter rechtdoor. IMG_2763_1

Dat deed ik niet, ik sloeg linksaf en ging het bos in. Heerlijk was het daar, alleen had ik even geen rekening gehouden met alle aanwezige muggen.  Het was warm en vochtig in het bos en zodra ik even stil bleef staan kwamen ze van alle kanten op me af. Al gauw telde ik zes muggenbeten die bij mij altijd monsterlijke afmetingen krijgen. Het ziet er uit alsof ik door een Horzel  ben gestoken. Ik heb zelfs een beet op mijn dijbeen, ver onder de pijp van mijn kniebroek. Op de rand van mijn sok zat ook een mug zich tegoed te doen aan mijn bloed, zodat ik ook op mijn scheenbeen een flinke bult heb. Het schijnt dat je eigen speeksel helpt tegen de jeuk, maar mijn speeksel hoort daar niet bij. De jeuk bleef, zodat ik het probeerde te negeren, wat me al lopend aardig lukte. Ik heb mezelf getrakteerd, niet in Balk, maar toen ik weer terug was in Oudemirdum. Lekker op een terras met een “koffie verkeerd” en een stukje vlaai. Dat is altijd leuk, zo’n beloning na een wandeltocht. Zelfs als je die beloning van jezelf krijgt.

Zijn al die muggenbeten, die ik heb, nu mijn straf omdat ik zo nodig een dag voor mezelf wilde? Volgens mij niet, ik had gewoon ergens anders moeten gaan lopen. Desnoods in de regen, dan had ik van muggen beslist geen last gehad. Voorlopig neem ik maar even een tabletje in om de ergste allergische reactie een beetje te verminderen.

Meer en harder werken

In de krant van vandaag las ik dat wij, de Nederlanders,  minder werken dan in andere landen. Gemiddeld maar zo’n 1400 uur per jaar. Zoals de krant het stelt zijn wij dus lui.

Er is een tijd geweest dat we minder moesten gaan werken om zoveel mogelijk mensen aan het werk te kunnen houden. Inmiddels hebben vrijwel alle sectoren last van de crisis gehad, zodat veel bedrijven failliet gingen of moesten inkrimpen. Dan is er dus geen werk meer. Ook in de zorg gaan ontslagen vallen, of wij dat nu willen of niet. De bezuinigingen brengen dit nu eenmaal met zich mee. Er werken straks dus nog minder mensen, waardoor we het gemiddelde van 1400 uur per jaar niet eens meer halen. Betekent dit dat we dan nog luier worden dan we al waren?

Om de economie te stimuleren moeten we meer gaan werken. Dan ontstaat er groei. Tja, dan hadden ze er misschien bij moeten zetten waar we dan met z’n allen aan het werk kunnen. En helaas, juist dat werd er niet bij vermeld.

Onrust in de tuin

Gistermiddag werd ik gebeld door mijn collega en bleek ik voor vandaag vrij te krijgen. Was ik hier blij mee? Misschien als ik nog een contract van 36 uur had wel. Nu overviel het me, maar ik weet ook dat het niet anders kan. Door de bezuinigingen, het overlijden van cliënten en de andere manier van zorg verlenen, lopen we met te veel man op de afdeling en krijgt er dagelijks wel iemand vrij. Gelukkig verveel ik me niet gauw en heb ik altijd wel iets te doen, al is het maar het schrijven van dit blog.

Zo zat ik dus, geheel ongepland,in de tuin te ontbijten vanmorgen, met om mij heen een zenuwachtige moeder die enorm veel herrie maakte. Haar kind scharrelde in de tuin rond en zij maar roepen. Het gaat niet om mijn eigen moeder, maar dat had je vast al begrepen. Nee, in dit geval is het een kauwtje en haar kind kan nog niet goed vliegen.

Gisteren haalde mijn echtgenoot het beestje al uit de bijkeuken vandaan. Uiteraard had hij daar handschoenen bij aangetrokken, want anders ruikt het kauwtje naar mens, bovendien wilde hij niet dat zijn handen open lagen als het beestje in zijn vingers zou proberen te pikken.

Ik heb geen idee wat ik met het kauwtje aan moet. Hij loopt wat rond, vliegt soms in paniek van de bank naar een stoel en zijn moeder schreeuwt vervolgens aanwijzingen. Althans, als ik mezelf verplaats in die moederkauw is dat wat ik zou doen. In de buurt blijven en aanwijzingen geven. Net zoals vroeger toen mijn kinderen nog niet alles zelf konden, maar wel van alles zelf wilden doen.

De kat van de buren is er ook onrustig door geworden en loopt aan één stuk door te miauwen. Het is te hopen dat het daarbij blijft en dat ik niet, als ik straks weer naar beneden ga, een slagveld aantref. Ach, zo lang moederkauw in de buurt blijft krijgt de poes geen kans. Ik denk dat ze hem de ogen uitpikt als hij ook maar een klein beetje in de buurt van haar kind komt.

Al met al is het dus een beetje onrustig in de tuin en vraag ik me af of ik straks in de tuin koffie zal gaan drinken.