Moederdag

Dit weekend is mijn werkweekend, daar hoort dus ook Moederdag bij. Morgen zal ik dus voor veel moeders zorgen en hopelijk krijgen zij, behalve van het verzorgend/verplegend personeel, ook bezoek van hun kinderen.

Vandaag zuchtte een bewoner: “Ik hoop dat mijn zoon morgen komt. Dan heb ik in ieder geval een fijne Moederdag”. Nu weet ik dat haar schoondochter erg ziek is en nog niet lang geleden uit het ziekenhuis is ontslagen. Haar zoon heeft zijn handen vol aan het eigen gezin en woont ook nog eens een eind bij zijn vader en moeder uit de buurt. Aan haar opmerking te horen denk ik te begrijpen dat hij niet heeft gezegd dat hij langs zal komen. Heel vervelend voor haar, maar ja, haar schoondochter heeft ook Moederdag. Dat is dan ook wat ik tegen haar zeg. Ze kijkt me wat verbaasd aan. Het lijkt bijna alsof zij vindt dat ze recht heeft op haar Moederdag. Jammer als zij dit zo ziet.

Doordat ik moet werken kan ik ook niet naar mijn moeder en ben daar dus eerder deze week al geweest. Mijn cadeau was dat ik haar, en mijn vader voor Vaderdag, uitnodig om een keer te komen logeren zodat we een rondvaart kunnen maken op de IJssel of door het gebied van de Weerribben. Het werd met enthousiasme ontvangen, maar zal nog even duren voordat we dit kunnen gaan doen. Dat geeft niet, want wat in het vat zit verzuurt niet.

Mijn eigen kinderen zie ik dit weekend ook niet, terwijl mijn stiefkinderen dit weekend bij ons zijn. Zij zijn deze dag dus niet bij hun moeder. Gelukkig hebben ze wel, samen met hun vader, een cadeautje voor haar gekocht. Vorig jaar werd er nog op school geknutseld, maar dit jaar was dat niet aan de orde. In groep 7 en 8 ben je daar vast te groot voor.

Toen ik mijn verhaal uitlegde aan deze bewoner,  keek ze me wat verdwaasd aan en vroeg zich af of ik allebei mijn ouders nog had. Het gesprek kreeg daardoor ineens een, voor mij, wat onlogisch vervolg. Inderdaad heb ik mijn beide ouders nog, maar het leek mij vrij logisch dat haar ouders er niet meer waren. Uiteindelijk is zij al in de tachtig en zouden haar ouders meer dan honderd jaar zijn. Zelf zit zij in een rolstoel en zou ook niet veel voor ze kunnen betekenen. Misschien mist zij haar ouders, maar het zou ook kunnen dat zij liever had gezien dat ik gewoon met haar mee zou hopen dat haar zoon morgen komt. Helaas zit ik anders in elkaar en probeerde ik haar een andere kant van de situatie te laten zien.

Is dit nu warboel of woordenspel? Ik kies voor het laatste, want het is hoe ik hier tegen aan kijk.

 

 

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s