Een stuurloze arm

’s Morgens, tijdens de overdracht, hoor ik dat haar dochter op vakantie gaat en we tijdelijk de tweede contactpersoon moeten bellen als er iets aan de hand is.

 Rond acht uur loop ik bij haar naar binnen om bij haar de steunkousen aan te doen en haar ogen te druppelen. Ze zit er wat ‘minnetjes’ bij. Het gaat ook niet goed met haar, want haar linkerarm wil niet erg mee doen. Hij bungelt er een beetje bij en is wat stuurloos. Met wat trucjes van de verpleeghuisarts in mijn achterhoofd vraag ik haar om met de linkerhand in mijn hand te knijpen. Het knijpen lukt, maar haar hand naar die van mij brengen gaat wat moeilijk. Vervolgens vraag ik haar om mijn hand weg te duwen. Hierbij gebeurt eigenlijk hetzelfde, het wegduwen gaat, maar het duurt even voordat haar hand die van mij bereikt heeft. Ik bekijk haar goed, en zie in haar gezicht niets vreemds. Haar mond hangt niet en ze praat heel verstaanbaar. Ook is ze niet warrig en toch neem ik het zekere voor het onzekere en bel de dokter. De doktersassistente laat weten dat er een vervangend arts langs zal komen, want zij zou een TIA gehad kunnen hebben. Precies waar ik ook al aan dacht.

De vervangend arts komt en de klachten blijken zo goed als over. Dat kan na een TIA, maar met het verhaal van de op vakantie gaande dochter in mijn achterhoofd krijg ik toch zo mijn twijfels. De arts vertelt haar dat zij overleg gaat plegen met de neuroloog en het zou kunnen dat die haar deze week nog wil zien. “Maar dat kan deze week niet hoor, want mijn dochter is op vakantie”, is haar reactie. Persoonlijk vind ik dat haar zoon dan met haar mee zou kunnen gaan, maar ik besluit wijselijk mijn mond te houden. De neuroloog vindt het, gezien haar leeftijd, ze is 92 jaar, niet nodig dat zij langskomt voor onderzoek. Wel wordt, gedurende één week, gestart met het verhogen van de dosering van de bloedverdunners die zij gebruikt. De arts zegt haar gedag en ik blijf nog even om één en ander in haar dossier te schrijven. “Nou, dan zal ik mijn dochter maar bellen, want die stond al op het punt om op vakantie te gaan maar is thuisgebleven om te horen wat de dokter zou zeggen”, zegt zij.  Vervelend lijkt me dit voor haar dochter, want die zit nu in de rats en gaat misschien helemaal niet meer met een gerust hart op vakantie.

De volgende dag besluit ik om een uur of tien even bij haar binnen te lopen en tref haar al afstoffend, met de stofdoek in haar linkerhand, aan in haar appartement. “Ik zie dat het alweer beter gaat met uw arm”,  zeg ik tegen haar. Ze kijkt me aan, kijkt weer weg waardoor ik toch echt het idee krijg dat ze me de dag ervoor ‘beetgenomen’ heeft. Gewoon omdat ze het geen prettig idee vond dat haar dochter niet in de buurt zou zijn de komende periode.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s