Monthly Archives: April 2014

Het zondagochtendinterview

Toen ik op zondagochtend, om tien voor half zeven, in de auto stapte om naar mijn werk te gaan viel ik midden in een interview op radio 1. Verbaasd heb ik zitten luisteren naar een diabeet van 26 jaar oud. Zelf ben ik geen diabeet, maar in mijn werk heb ik er wel regelmatig mee te maken en zie ik hoe diabetes je leven kan beheersen. Alles wat je eet of juist niet eet, beïnvloedt het bloedsuikergehalte in je bloed. Koorts, ziekte, zelfs slechte mondhygiëne is hier van invloed op.

Deze 26-jarige diabeet bleek zijn hele leven al een droom te hebben. Hij wil piloot worden, iets wat tot voor kort tot de onmogelijkheden hoorde in dit land. Sinds kort word je als diabeet wel toegelaten tot de opleiding, maar het heeft veel haken en ogen en de kans op een baan is zeer gering. In Canada schijn wel als piloot te mogen vliegen, maar moet je tijdens een vlucht wel ieder half uur je bloedsuikergehalte controleren. Heel begrijpelijk overigens, want zodra iemand een te laag of te hoog bloedsuikergehalte krijgt, daalt zijn bewustzijn en je kan zelfs in coma raken. Bij een te laag bloedsuikergehalte kan een diabeet ook nog eens behoorlijk agressief worden. Best link als je als piloot een vliegtuig vol passagiers van A naar B moet vervoeren.

Dromen

De opleiding  is behoorlijk duur en ik wist eerlijk gezegd niet wat ik hoorde. Deze jonge diabeet heeft € 135.000,– nodig voor zijn opleiding. Uiteraard heeft hij dit niet, een lening kan hij niet afsluiten en voor een hypotheek heeft hij geen onderpand. De kans dat hij als piloot aan de slag kan is bijna nihil, want zelfs piloten zonder diabetes zijn minimaal twee jaar werkloos na hun opleiding te hebben voltooid. Een afgestudeerde piloot vertelde tijdelijk in een kunstgalerie te werken. Hij heeft een schuld van € 160,000.—waar hij nog niets op heeft afgelost. Hij is blij dat hij de rente op kan hoesten, zodat de schuld niet steeds groter wordt. Hij moet bijblijven, vakliteratuur lezen en minimaal één maal per maand in een vluchtsimulator “vliegen”, anders kan hij het vak verder helemaal vergeten.

Tegenprestatie?

De 26 jarige diabeet deed een oproep. Hij is een crowdfunding  gestart en hoopt dat men hem wil steunen. De interviewer stelde hem de vraag wat hij van plan is terug te doen aan degenen die hem gaan steunen. “Tja, aangezien ik weinig of geen kans heb dat ik ooit aan de slag kan als piloot, kan ik de bedragen nooit terug betalen. Dus iets terug doen is er niet bij”, was het antwoord. Duidelijker kan niet. Iedereen die in hem gaat investeren weet meteen waar hij aan toe is. Hij heeft dus een droom, die wil hij kost wat kost waarmaken, maar hij wil er tegelijkertijd ook niks voor doen. Ja, ja,……………die opleiding volgen, dat weet ik. Moet hij niet, net als zoveel van ons, zijn droom gaan bijstellen? Ook ik heb in mijn leven heel wat dromen opgegeven of bijgesteld. Ook mijn leven liep anders dan ik me in mijn jonge jaren had voorgesteld. Daarin ben ik vast niet de enige . Wordt het niet tijd dat deze jongeman zijn leven anders gaat inrichten, of is dit de tendens van deze tijd. “Ik heb een droom, realistisch of niet, ik wil ‘m waarmaken en anderen mogen voor de kosten opdraaien.”

 Hemelse kinderen

Heeft dit te maken met hoe de laatste jaren de kinderen worden opgevoed? In de krant las ik, in een artikel van een psycholoog, dat men tegenwoordig het volgende niet meer mag zeggen: “Kinderen zijn hinderen”, een uitspraak die vroeger toch regelmatig gehanteerd werd. Moderne ouders zien hun kind als geschenk uit de hemel en stappen van deze zienswijze niet meer af. Wat het kind ook doet, het is en blijft een hemels geschenk. Een gevolg is dat het kind bij alles wat het doet opgehemeld wordt. Ook bij iedere gewone normale prestatie. Onderwijzers en docenten worden afgeschilderd als lieden die er niks van snappen. Ze hebben wel eens kritiek op deze kinderen en dat mag niet. Daarvoor worden ze op het matje geroepen door de ouders. Iets wat ik overigens zo’n 20 jaar geleden ook al zag gebeuren op de basisschool van mijn kinderen. Voor kinderen is dit helemaal fantastisch, want ze hoeven niet meer aan zichzelf te twijfelen. Ze waren bij geboorte al perfect en aan karaktervorming (lees: opvoeden) hoeven ouders niet meer te doen. Ik weet al wat jullie nu gaan zeggen, namelijk dat niet alle ouders hun kinderen zo opvoeden en dat is iets wat ik uiteraard dondersgoed weet. Ik scheer niet iedereen over één kam, maar vraag me wel af of deze jonge diabeet misschien als “hemels geschenk” is opgevoed en nu niet goed om kan gaan met tegenslag.

 

Een discussie onderwerp? Ik zou zeggen: “Ga je gang, heb er een mening over en neem geen blad voor de mond”.

 

Advertisements

Zingend de nacht door

Ineens zat ik in een dip en alles wat ik deed leek wat zinloos. Het studeren op de piano, zingen in het koor, mijn schrijven en zelfs het tekenen van de illustraties voor het boek over kabouter Pim. Ik had dit niet aan zien komen. Of misschien toch wel, want net als altijd probeerde ik ook deze gevoelens te ontrafelen

Minder geld, dus minder personeel

Komt het doordat het op mijn werk onrustig is, door alle bezuinigingen. Er zal personeel uit moeten, want we zijn met te veel. Eerlijk gezegd vind ik dit een verkeerde uitspraak. We zijn helemaal niet met te veel, want er zijn ontzettend veel bewoners die zorg nodig hebben. Een betere uitspraak is dat er te weinig geld is om al het personeel te blijven betalen. Verzorgingshuizen moeten met minder geld rondkomen, niet met minder zorg.

Kinderuitspraak

Of komt het door de uitspraak van mijn stiefzoon, een week of wat geleden. De situatie is veranderd, hij woont met zijn zusje bij zijn moeder en haar vriend en is eens in de twee weken een weekend bij ons. De vakanties blijven verdeeld en het is wennen, niet alleen voor de kinderen, maar voor iedereen. Althans, daar ga ik van uit. Het was echter schokkend om te horen hoe hij, vijf minuten voordat zijn moeder hem op kwam halen, tegen zijn vader zei: “Als jij het niet leuk vindt dat ik kom mag ik van mama ook daar blijven.” Eigenlijk zei hij, weliswaar met andere woorden, dat zijn vader dus niet op hem mag mopperen, hem niet mag corrigeren, want dan lijkt het alsof zijn vader het niet leuk vindt dat hij er het weekend is. Hoe komt zo’n jongen er bij om zoiets te zeggen? Of zegt hij eigenlijk iets heel anders: “Als ik het niet leuk vind hier mag ik van mama ook daar blijven”. Het gaf mij een heel vervelend gevoel en het kwam bovenop waar ik toch al mee worstelde. Twee jaar lang heb ik gewoon heel veel energie gestopt in de omgang met deze twee stiefkinderen en het lijkt gewoon allemaal verspilde tijd. De huisregels bij ons lijken ze alweer vergeten, zodat we daar ieder weekend een hoop tijd aan moeten besteden. Tja, of dit nu reden genoeg was voor deze dip weet ik nog steeds niet. Misschien hoort het hele gevoel gewoon bij “de overgang”. Iets waar ik tot nu toe weinig klachten van ondervind.

 

Emoties

depressie

Op de dag dat de dip het ergst was ging ik ’s avonds naar de koorrepetitie. Na afloop kwam ik thuis met de mededeling: “Het moet toch niet gekker worden zeg. Nu moest ik ook nog huilen bij een bepaald deel in “The Crucifixion”. Het voelde onhandig, ik zag door mijn tranen ook meteen niet veel meer zodat ik de tekst en de muziek niet goed meer kon lezen. Gelukkig ken ik hele delen redelijk uit het hoofd, maar toch zong het even niet lekker. Ik praatte met Arie over de dip en kon het ook samen met hem niet ontrafelen, waardoor ik uiteindelijk maar bedacht dat het vanzelf wel weer over zou gaan. De volgende dag bij het opstaan voelde ik me direct een stuk beter en vond mijn dip toen helemaal onbegrijpelijk. Het kwam en het ging.

 The Crucifixion

Gistermiddag hebben we The Crucifixion uitgevoerd. Het was een mooi concert en ik heb heerlijk gezongen. Niet in de laatste plaats door de zang- en stemvormingslessen die we groepsgewijs kregen van de vrouw van onze dirigent. Het doet iets met je stem als je twee jaar lang niet zingt. Vergeten waren alle aanwijzingen die ik kreeg van mijn zangdocente en van de dirigent van het koor waar ik voorheen in zong. Mijn ademsteun moest ik opnieuw ontdekken, het vormen van de klanken in je mond. Het enige wat nog automatisch ging was het zingen op de klinkers. Het rekken daarvan, zodat je de woorden niet in stukjes hakt. Van blad zingen lukte ook nog goed, op de moeilijke stukjes na waar iedereen over struikelde. Zoiets is leuk om te ontdekken als je met alle alten bij elkaar bent en er gevraagd wordt waar we nog moeite mee hebben. Dan bleken we allemaal met hetzelfde stukje een probleem te hebben.

Heerlijk is het om voor publiek te zingen en mooi was de stilte die viel na de uitvoering, want net als de Matthäus Passion  is The Crucifixion niet het soort muziek dat na afloop direct  beloond moet worden met een daverend applaus. Juist die stilte is een schitterende uiting van waardering voor wat er gezongen is. Thuis hebben Arie en ik er nog even over nagepraat, ook over het gevoel dat ik het miste dat ik geen bekende gezichten in de zaal zag. In Noord Holland zag ik altijd wel iemand die ik kende, dat heb ik hier gewoon nog niet, maar dat komt vast wel. Maar ook over de emotie die me ook tijdens het concert weer overviel. Arie bleek bij precies hetzelfde deel emotioneel te zijn geworden. Het is dus niet gek, heeft niks met mijn dip te maken, het waren gewoon de tekst en de samenklanken die dit veroorzaakten.

 Slaap- waaktoestand

’s Avonds heb ik nog van alles gedaan en was The Crucifixion weer  op de achtergrond geraakt. Nou ja, dat dacht ik, maar wat schetst mijn verbazing? Ik heb de hele nacht gezongen. Het was een soort slaap-waaktoestand waar ik me in bevond en iedere keer weer bleek ik nog helemaal in de sfeer van de muziek te zijn en vaak kwam hetzelfde terug:
“ I wept for the sorrows and pain of men, I healed them en helped them and loved them. But then, They shouted against Me, Crucify”. Maar ook: “ Is it nothing to you that I bow My head? And nothing to you that My Blood is shed?” Deze stukjes bleef ik zingen in mijn slaap-waaktoestand. Het deel waar ik emotioneel werd en bijna moest huilen. Niet alleen door de woorden, maar ook de samenklanken van de muziek.

 

 

Onvriendelijk, grauwen en snauwen.

Een poosje is hij wat vriendelijker geweest. Althans, vriendelijk? Misschien valt het niet onder die noemer. Hij zei gewoon niet zo heel veel meer. Sterker nog: hij zweeg, zelfs tegen zijn vrouw en het bezoek. (Lees ook:  http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2014/03/11/visite/)

Niemand had het verwacht, maar je kunt aan hem merken dat hij weer opkrabbelt. Hij heeft zelfs rijles genomen, omdat hij niet zomaar meer achter het stuur mag. Dat valt niet mee als je je hele leven auto gereden hebt, maar dat je dan ook nog aan een bril moet omdat je niet goed ziet  blijkt een drama: “Ik heb een hekel aan brillen en ga er echt niet één dragen!” gromt hij als ik hem naar de autorijlessen vraag. Voor de operaties was hij ook een gevaar op de weg, dus wie weet was hij toen ook al slechtziend. (Lees ook: http://www.warboel.bloggertje.nl/note/43442/een-gevaar-op-de-weg.html)

Mopperen, mopperen

Hij grauwt en snauwt naar iedereen. Niks deugt en als het even kan zal hij niet nalaten dat te laten weten ook. Wanneer je hem komt helpen moet hij altijd net nog even iets, zodat je moet wachten. Ga je dan eerst even naar een ander om later weer bij hem terug te komen dan is “Leiden in last”. In de deuropening staat hij te mopperen tegen zijn vrouw: “Als je hulp nodig hebt is er ook nooit iemand.”

Weer zelf aan de slag

Omdat het lichamelijk weer wat beter met hem gaat moet hij weer dingen zelf gaan doen. Uiteindelijk loopt hij ook de 800 meter naar de Jumbo voor de dagelijkse boodschappen. Het wordt tijd dat hij voor een deel zichzelf weer gaat wassen en aankleden. Een broodje smeren voor zichzelf moet ook kunnen, zeker nu we in een participatiemaatschappij leven. Je begrijpt dat dit niet zonder slag of stoot gaat.

’s Morgens, na het medicijnen delen is hij de eerste die op mijn lijstje staat. Zijn vrouw is dan al door een collega geholpen. Dat doen we bewust op deze manier. “Goedemorgen, wilt u douchen?”, vraag ik hem. “Een hoop gegrom klinkt uit zijn stoel, maar het is duidelijk te verstaan: “NEE!!!!” Hij blijft in zijn stoel zitten en ik denk: “Oké, daar gaan we weer” en besluit op een stoel bij de tafel te gaan zitten. Hij staat op, en terwijl hij, met rollator, langs mij loopt gromt hij dat hij wel een schone trui nodig heeft. Ik hou mijn gezicht in de plooi en reageer vriendelijk met: “Wat vindt er van om deze zelf even uit de kast te halen?” Hij reageert niet, sloft de slaapkamer in en komt terug met een trui. We gaan aan de slag. Hij wast zijn gezicht en ik was daarna zijn rug, geef hem de washand en vraag hem de armen en voorkant zelf te wassen. Hij gromt wat en ik besluit hier maar niet op te reageren zeg alleen dat ik even een boterham voor hem ga smeren. Ja, ik besluit dat inderdaad toch maar even te doen om niet helemaal de boel aan te wakkeren. Eerlijk gezegd vind ik, en wij allemaal, dat hij dat zelf wel kan, maar Rome is ook niet in één dag gebouwd.

Kom op hé!!!

Terwijl ik bij het aanrecht sta hoor ik een hoop onverstaanbaar, luidruchtig gegrom uit de badkamer komen. Ik loop er naar toe en vraag hem of hij iets zei en hij herhaalde zeer onvriendelijk wat hij zei: “Ja kom op, hé”. Met andere woorden: “Ik ben klaar en het wordt tijd dat jij me weer verder komt helpen.” Dit zei ik uiteraard niet, maar ik liet hem wel weten dat hij zeer onvriendelijk klonk en dat ik het daarvoor niet doe. Misschien niet helemaal professioneel, maar ik voelde me zo langzamerhand een voetveeg, dus zei ik: “Als u nu eens uw trui aantrekt, dan smeer ik uw brood even verder, want daar was ik voor u mee bezig”.

Ook dat nog, koude melk

De rest van de wasbeurt verliep zwijgzaam. Ik hielp hem in zijn broek, trok deze een eindje omhoog en liet hem de broek verder dichtmaken. Uiteindelijk gaat hij ook zelfstandig naar het toilet. Hij liep mopperend achter mij langs terwijl ik mijn dagelijkse rapportage schreef. Zijn brood en melk stonden al op het tafeltje bij zijn stoel. En heus, ik had geen flauw idee dat hij zijn melk warm wilde. Daar had hij nog nooit iets over gezegd. Nu wel dus: “Zet ze ook nog een beker koude melk neer”. Ik reageerde niet, maar zijn vrouw wel want die vond dat hij het dan toch gewoon even in de magnetron kon zetten. Zowaar, hij ging dat zelf doen en ik deed een klein stapje opzij, want ik stond hem behoorlijk in de weg.

Respect

Ik ben naar alle cliënten respectvol, maar verwacht toch zeker met ditzelfde respect te worden behandeld. Helaas is respect bij deze cliënt ver te zoeken en dat terwijl hij een zwaar gelovig Christen is.

Participatie

Tenslotte vraag ik mij af wat het tot gevolgen heeft wanneer zulke mensen een appartement huren in een verzorgingshuis en zorg inkopen. Worden wij dan hun ondergeschikte of werknemer en krijgen wij gewoon te horen: “Ik betaal je er toch zeker voor?”