Onvriendelijk, grauwen en snauwen.

Een poosje is hij wat vriendelijker geweest. Althans, vriendelijk? Misschien valt het niet onder die noemer. Hij zei gewoon niet zo heel veel meer. Sterker nog: hij zweeg, zelfs tegen zijn vrouw en het bezoek. (Lees ook:  http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2014/03/11/visite/)

Niemand had het verwacht, maar je kunt aan hem merken dat hij weer opkrabbelt. Hij heeft zelfs rijles genomen, omdat hij niet zomaar meer achter het stuur mag. Dat valt niet mee als je je hele leven auto gereden hebt, maar dat je dan ook nog aan een bril moet omdat je niet goed ziet  blijkt een drama: “Ik heb een hekel aan brillen en ga er echt niet één dragen!” gromt hij als ik hem naar de autorijlessen vraag. Voor de operaties was hij ook een gevaar op de weg, dus wie weet was hij toen ook al slechtziend. (Lees ook: http://www.warboel.bloggertje.nl/note/43442/een-gevaar-op-de-weg.html)

Mopperen, mopperen

Hij grauwt en snauwt naar iedereen. Niks deugt en als het even kan zal hij niet nalaten dat te laten weten ook. Wanneer je hem komt helpen moet hij altijd net nog even iets, zodat je moet wachten. Ga je dan eerst even naar een ander om later weer bij hem terug te komen dan is “Leiden in last”. In de deuropening staat hij te mopperen tegen zijn vrouw: “Als je hulp nodig hebt is er ook nooit iemand.”

Weer zelf aan de slag

Omdat het lichamelijk weer wat beter met hem gaat moet hij weer dingen zelf gaan doen. Uiteindelijk loopt hij ook de 800 meter naar de Jumbo voor de dagelijkse boodschappen. Het wordt tijd dat hij voor een deel zichzelf weer gaat wassen en aankleden. Een broodje smeren voor zichzelf moet ook kunnen, zeker nu we in een participatiemaatschappij leven. Je begrijpt dat dit niet zonder slag of stoot gaat.

’s Morgens, na het medicijnen delen is hij de eerste die op mijn lijstje staat. Zijn vrouw is dan al door een collega geholpen. Dat doen we bewust op deze manier. “Goedemorgen, wilt u douchen?”, vraag ik hem. “Een hoop gegrom klinkt uit zijn stoel, maar het is duidelijk te verstaan: “NEE!!!!” Hij blijft in zijn stoel zitten en ik denk: “Oké, daar gaan we weer” en besluit op een stoel bij de tafel te gaan zitten. Hij staat op, en terwijl hij, met rollator, langs mij loopt gromt hij dat hij wel een schone trui nodig heeft. Ik hou mijn gezicht in de plooi en reageer vriendelijk met: “Wat vindt er van om deze zelf even uit de kast te halen?” Hij reageert niet, sloft de slaapkamer in en komt terug met een trui. We gaan aan de slag. Hij wast zijn gezicht en ik was daarna zijn rug, geef hem de washand en vraag hem de armen en voorkant zelf te wassen. Hij gromt wat en ik besluit hier maar niet op te reageren zeg alleen dat ik even een boterham voor hem ga smeren. Ja, ik besluit dat inderdaad toch maar even te doen om niet helemaal de boel aan te wakkeren. Eerlijk gezegd vind ik, en wij allemaal, dat hij dat zelf wel kan, maar Rome is ook niet in één dag gebouwd.

Kom op hé!!!

Terwijl ik bij het aanrecht sta hoor ik een hoop onverstaanbaar, luidruchtig gegrom uit de badkamer komen. Ik loop er naar toe en vraag hem of hij iets zei en hij herhaalde zeer onvriendelijk wat hij zei: “Ja kom op, hé”. Met andere woorden: “Ik ben klaar en het wordt tijd dat jij me weer verder komt helpen.” Dit zei ik uiteraard niet, maar ik liet hem wel weten dat hij zeer onvriendelijk klonk en dat ik het daarvoor niet doe. Misschien niet helemaal professioneel, maar ik voelde me zo langzamerhand een voetveeg, dus zei ik: “Als u nu eens uw trui aantrekt, dan smeer ik uw brood even verder, want daar was ik voor u mee bezig”.

Ook dat nog, koude melk

De rest van de wasbeurt verliep zwijgzaam. Ik hielp hem in zijn broek, trok deze een eindje omhoog en liet hem de broek verder dichtmaken. Uiteindelijk gaat hij ook zelfstandig naar het toilet. Hij liep mopperend achter mij langs terwijl ik mijn dagelijkse rapportage schreef. Zijn brood en melk stonden al op het tafeltje bij zijn stoel. En heus, ik had geen flauw idee dat hij zijn melk warm wilde. Daar had hij nog nooit iets over gezegd. Nu wel dus: “Zet ze ook nog een beker koude melk neer”. Ik reageerde niet, maar zijn vrouw wel want die vond dat hij het dan toch gewoon even in de magnetron kon zetten. Zowaar, hij ging dat zelf doen en ik deed een klein stapje opzij, want ik stond hem behoorlijk in de weg.

Respect

Ik ben naar alle cliënten respectvol, maar verwacht toch zeker met ditzelfde respect te worden behandeld. Helaas is respect bij deze cliënt ver te zoeken en dat terwijl hij een zwaar gelovig Christen is.

Participatie

Tenslotte vraag ik mij af wat het tot gevolgen heeft wanneer zulke mensen een appartement huren in een verzorgingshuis en zorg inkopen. Worden wij dan hun ondergeschikte of werknemer en krijgen wij gewoon te horen: “Ik betaal je er toch zeker voor?”

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s