Monthly Archives: April 2014

Koningsdag, geboortedag

Op koningsdag is mijn kleindochter Milou geboren, mijn vijfde kleinkind. Ze heeft zich keurig aan de uitgerekende datum gehouden. Dit wordt een dametje waar je afspraken mee kan maken.

Al een paar weken stond er een tas klaar met wat toiletartikelen, voor het geval ik naar mijn dochter zou moeten. Zij had mij, in het begin van haar zwangerschap, gevraagd of ik voor mijn kleinzoon Jordy wilde komen als zij ging bevallen, omdat dit thuis zou gebeuren. Ooit was mijn moeder bij mij thuis toen mijn jongste dochter, ook thuis,  geboren werd. Een bevalling is echter een uiterst onzeker gebeuren. Er wordt een datum genoemd, maar twee weken voor en na die datum kan zo’n kindje ter wereld komen. Zodoende hield ik, ondanks dat ik het heel leuk vond dat ze mij dit vroeg, een slag om de arm en vroeg haar om voor de zekerheid haar schoonmoeder ook te vragen. Stel dat ik net aan het werk zou zijn, dan kan ik niet a la minute weg. Dat is wat lastig in de ouderenzorg. Dan is het tussen 7.00 en 10.30 uur hartstikke druk en kan je eigenlijk niet gemist worden. Is het een kwestie van leven op dood dan wordt het verhaal anders, maar mijn leidinggevende gaf aan dat ze er alles aan zou doen om het mogelijk te maken. Ondertussen hoopte ik gewoon dat de geboorte op één van mijn vrije dagen zou vallen.

De wandeltochten, voorheen van een km of twintig, werden nu kortere tochtjes. Ik moest er toch niet aan denken dat ik halverwege een tocht van twintig km gebeld zou worden en ik vervolgens eerst nog een uur of twee moet lopen om bij mijn auto te komen. Het wandelroutenetwerk was wat dat betreft een prima uitkomst, want zo kon ik korte tochtjes met elkaar combineren en liep dan evengoed al met al nog bijna tien km. Tussendoor liep ik dan gewoon mijn auto voorbij en startte een route de andere kant uit.

Mijn dochter beviel wel op mijn vrije dag, maar kreeg midden in de nacht  weeën en wel meteen zó hevig dat mij er bij halen al geen optie meer bleek.te zijn.  Mijn kleinzoon was al wakker geworden door alle onrust in huis en is door zijn opa, die vlak in de buurt woont, opgehaald. Helemaal prima, want een uur wachten tot oma er is, zou te zot voor woorden zijn geweest. Zo werd ik dus ‘s morgens, op Koningsdag, gebeld dat ik Milou was geboren. Een vlotte bevalling, heerlijk voor mijn dochter, maar net zo goed ook voor mijn kleindochter.

Zo was ik van plan om eens een kijkje in de kerk te gaan nemen en zo zat ik in de auto om naar mijn dochter, schoonzoon, kleinzoon en kleindochter te gaan. Het is een lief hoopje mens en het is goed dat het zo gegaan is. Mijn kleinzoon was wel wat van slag van zijn eerste logeerpartij, waarbij hij tussen 02.30 uur en het moment dat hij weer thuis gebracht werd, maar drie kwartier geslapen bleek te hebben. Het is ook wel een gewaarwording, zo’n eerste totaal onverwachte logeerpartij.

Advertisements

Babysokjes

Toen ik haar hielp met wassen en aankleden vertelde zij dat ze gister een beetje vervelende dag had gehad. Belangstellend vroeg ik wat er dan zo vervelend was geweest en zij vertelde mij het één en ander.

Ik vond het jammer voor haar en vertelde dat ik juist zo’n fijne dag had gehad, omdat ik voor de vijfde keer oma was geworden. Prachtig vond ze dat en ze feliciteerde mij. Later kwam ik weer bij haar omdat ze naar het restaurant gebracht moest worden. “Wacht even”, zei ze “ik heb iets voor u”, en ze gaf mij een plastic tasje waarin twee roze babysokjes zaten. Die had ze gekocht in de winkel die bij het huis hoort. Daar worden onder andere door de handwerkclub zelfgemaakte sokjes, knuffelbeestjes en slaapzakjes verkocht.

Spontaan zoende ik haar op beide wangen om haar te bedanken. Ze reageerde wat verlegen, terwijl ze dat helemaal niet is. Ze noemt zichzelf niet voor niks de directeur omdat ze ons graag vertelt hoe wij ons werk moeten doen.

Er is een hetze in gang gezet.

Op de deurmat lag een brief van de RDW. Ik keek daar niet gek van op, want volgende maand moet mijn auto voor de APK keuring en volgens mij krijg je daar bericht van. Nietsvermoedend scheurde ik de enveloppe open. Niet, net zoals mijn man dat doet, netjes met een briefopener. Nee, vinger er tussen en ‘rats’, open die enveloppe. Uiteindelijk belandt deze toch bij het oud papier.

 

litouwen-12617675

Geen herinnering aan de APK maar de mededeling dat zij een officiële melding vanuit Litouwen hadden ontvangen dat de auto met mijn kenteken daar op 22 april is ingevoerd. Ik hoef geen wegenbelasting meer te betalen, ben niet meer verantwoordelijk voor de APK en bovendien wordt mij aangeraden om mijn verzekering op te zeggen. Wil je wel geloven dat ik de brief een keer of drie heb gelezen voordat tot me doordrong wat er in stond? Mijn auto bleek niet meer mijn auto te zijn. Sterker nog, ik bezat dus helemaal geen auto. Ook gek, want diezelfde auto stond gewoon op het parkeerterrein aan de overkant van de straat. Ik was er net nog mee van mijn werk naar huis gereden.

 

Ossenzijl

Na enig denkwerk, want ik was de dagen een beetje kwijt doordat ik het hele paasweekend gewerkt had, bedacht ik dat ik op 22 april een wandeltochtje van 5,5 km had gemaakt in de omgeving van Ossenzijl. Nooit geweten dat dit plaatsje in Litouwen lag. Sterker nog, ik wist ook niet dat Litouwen zó dichtbij lag. Om vijf voor vijf besloot ik naar de RDW te bellen en kreeg een keuzemenu voorgekauwd. Er zat niks bij wat maar enigszins in de buurt kwam van waar ik voor belde en toetste gewoon maar “1” in. Verkeerde keuze, vertelde een stem mij. Tja, dat dacht ik wel, maar alle andere keuzes bleken ook niet juist. Om één minuut voor vijf kreeg ik de mededeling dat ik binnen kantoortijd had moeten bellen, tussen 8.00 en 17.00 uur. Maar dat deed ik toch zeker?

Manlief schoot eerst in de lach toen ik het verhaal vertelde, maar aan tafel zag ik hem boos worden. Geen wonder, want hij werkt bij de RDW en dacht dat dit een solide bedrijf was en nu bleek het gewoon fouten te maken. Hij besloot op hoge poten een bezwaarschrift te schrijven en zat zeker een half uur lang heftig te tikken achter zijn laptop. De brief was af en droop van het sarcasme. Ik liet het maar zo en besloot om er de volgende dag toch maar weer een telefoontje aan te wagen. Dat telefoontje droop overigens ook van het sarcasme, want ook ik ben daar best goed in. Het resultaat van dit gesprek was dat ik toch echt gewoon een bezwaarschrift moest indienen. “Weet u dat ik het heel vervelend vind dat ik zoveel moeite moet doen voor iets waar ik part noch deel aan heb. Mijn auto staat hier gewoon en om hem weer op mijn naam te krijgen moet ik een bezwaarschrift indienen waarin ik motiveer waarom ik het niet eens ben met de brief”, besloot ik mijn relaas. Uiteraard begreep de vriendelijke dame mij, aan de andere kant van de lijn, maar kon hier weinig aan veranderen.

Het bezwaarschrift van manlief heb ik een beetje verbouwd, waardoor de brief iets minder sarcastisch werd en hij bovendien niet in zijn naam geschreven was.

 

Hoogheemraadschap

Vanmorgen lag er een brief op de mat van het Hoogheemraadschap Hollands Noorder-kwartier. Nietsvermoedend opende ik de enveloppe en las tot mijn stomme verbazing dat het om de aanslag van de waterschapsbelastingen over het hele jaar 2012 ging. Ik bekeek het adres, wat in het schrijven vermeld stond en realiseerde me dat ik daar inderdaad had gewoond. Ja, zeker, maar op 1 februari 2012 ben ik verhuisd naar dit deel van het land en nu, in 2014, kreeg ik deze aanslag.  In het begeleidend schrijven stond dat het HHNK voortdurend bezig is om systemen en processen te actualiseren en doordat zij dit afstemmen met gegevens van derden bleken zij ontdekt te hebben dat ik voor het betreffende belastingjaar niet voor het gebruik of eigendom van die woonruimte was aangeslagen. Volgens mij is dat actualiseren van systemen en processen niet helemaal goed gegaan. Als ze dat op een betere manier hadden gedaan was er vast wel ontdekt dat ik daar alleen de maand januari 2012 woonde. De rest van dat jaar woonde er vast wel iemand anders, maar niet ik.

Je raadt het al, ook hier moest ik een bezwaarschrift voor indienen. Een telefoonnummer werd in de hele brief niet vermeld, zodat ik er geen telefoontje aan kon spenderen. Jammer, want ik had wel zin in zo’n confrontatie, zeker na het gedoe met de RDW. In tijd van een poep en een scheet had ik een kei van een bezwaarschrift geschreven. Zo één waar het sarcasme van af druipt, vooral toen ik het over de actualisering van hun systemen en processen had. Meteen liet ik ook weten dat ik de automatische afschrijvingen, waar ik ooit toestemming voor heb gegeven, linea recta zou laten storneren om daarna mijn brief te beëindigen met: “In afwachting van uw gecorrigeerde aanslag en met vriendelijke groet………….”.

Het is me wat, twee dagen achtereenvolgens zulke brieven op de deurmat. Zou er een hetze tegen mij gestart zijn? Je zou het bijna denken.

Vrolijk Pasen

Het paasweekend betekende voor mij dat ik van vrijdag tot en met maandag, tweede Paasdag, aan het werk was.

“Gaat u thuis nog Pasen vieren?”, vroeg hij mij terwijl ik hem  in zijn kleren hielp. Het klonk allemaal wat onduidelijk omdat hij zijn gebit nog niet in had en bijna had ik hem gevraagd zijn vraag te herhalen. “Ach, ik ben het hele Paasweekend aan het werk………..” en voordat ik mijn zin af kon maken klonk: “O, dat is ook wat,  maar daar heeft u zelf voor gekozen”.

verpleging

“O ja?”, dacht ik, “ik heb wel gekozen voor dit vak en daar hoort werken met de feestdagen inderdaad bij .Het zou fijn zijn als cliënten daar hun waardering over uitspreken. Het mopperen en zeuren bleek echter bij een aantal cliënten niet van de lucht. Eén van hen spande de kroon want bij hem bleek er te veel spijs in het paasbrood te zitten.

Tja…………….misschien werd dit gemopper wel veroorzaakt door het gebrek aan activiteiten, wie weet.

Bacteriën

Voorzichtig vraag ik ze of ze weten dat het vele inzetten van antibiotica kan leiden tot het ontstaan van een resistente bacterie. 

Of ze ook weten dat zij zelf besmet kunnen raken met deze bacterie. Maar ook wij zouden de besmetting op kunnen lopen in ons werk. Ze blijken hiervan op de hoogte, de arts heeft ze dit ook al verteld. Verbaasd bedenk ik dat ik dan niet begrijp waarom ze een vierde antibioticakuur op rij voor hun moeder wensen. Bovendien is dit niet de eerste keer, dit speelt al sinds 2010.

handen wassen

Het enige wat ik daarna nog doe, is ze te vragen de hygiëne in acht te nemen en hun handen regelmatig te wassen. Ook dat doen ze al, ze hebben zelfs een zeeppompje aangeschaft wat 99% van de bacteriën doodt.

Flauwekul eigenlijk, al die antibiotica. Er is gewoon zeep die 99% van de bacteriën doodt!!

Het heeft nogal wat voeten in aarde.

Hij knapt weer op en doet zelf, met rollator, weer boodschappen bij de Jumbo. Om half elf gaat hij lopend, met diezelfde rollator, naar beneden voor een kopje koffie en ‘s middags om een uur of half drie voor een kopje thee.

man met rollator

Sinds een week of wat smeert hij ‘s morgens en ‘s avonds ook zijn eigen boterham weer. Die van zijn echtgenote smeren wij nog, maar misschien kan hij dat over een poosje ook weer oppakken.

Het is voor ons dan ook wat raadselachtig waarom hij om twaalf uur door één van ons naar het restaurant gebracht wil worden. Bovendien moet hij dan om half één ook weer door ons naar zijn appartement teruggebracht worden. Wat blijkt? Als hij met rollator naar het restaurant gaat mag hij deze niet bij zich houden. Net zoals alle andere restaurantbezoekers sinds de brandweer zich hiermee bemoeid heeft. Die rollator wordt dan voor hem weggezet, waardoor hij na de maaltijd moet wachten tot iemand deze even bij hem terugzet. Laat hij dat nu niet willen, want dat duurt veel te lang.

Tja…………………………………….??

Niet zeuren

Halverwege de gang kwam ik haar, in haar rolstoel, tegen en hielp haar naar hun appartement. Ze moest nodig naar het toilet, dat kon dan mooi in één moeite door.

Terwijl ik haar hielp vertelde zij dat die mw. in het hoekje weer in haar deuropening stond te verkondigen dat het voor haar allemaal niet meer hoefde. Dit is mij bekend, ik hoor het al aan sinds ik hier werk en dat is al twee jaar en twee maanden.

“Kan die mevrouw nog wel dingen zelf?”, vroeg zij mij. “Het meeste doet zij nog zelf”, was mijn antwoord. Het werd even stil en toen ik haar weer in haar rolstoel geholpen had vroeg zij mij of die mevrouw nog zelfstandig naar het toilet kon.

naar het toilet

Ik liet haar weten dat zij dit inderdaad nog zelf deed. “Dan moet zij niet zo zeuren”, was haar reactie.

 

Regen

Het is Tweede Paasdag, de lucht is grijs en het regent pijpestelen. Zij staat, op haar open sandalen, in de hal en vertelt net aan mijn collega dat ze straks de hond uit gaat laten.    

sandaal

Mijn collega raadt haar aan om andere schoenen aan te trekken, iets wat zij niet nodig vindt. “Het is niet koud hoor”, is haar reactie. “Nee”, doe ik een duit in het zakje, “en het regent tenslotte warm water”.

Ze schiet in de lach en zegt vervolgens: “Nou, het lijkt nog nergens op, deze zomer”.

Onderbuikgevoel

Ken je dat, het onderbuikgevoel? Iets wat je aanvoelt maar niet kan beredeneren.

Vervolgens ga je “dubben”, want  je wil hier iets mee. Uitpluizen, het onder woorden brengen.  Vaak gaat dat niet en dat dubben is bovendien zo zinloos, want dan voer je de taak van je onderbuik uit met je hoofd. Dat ziet er zó uit. dubben is zinloos omdat je de taal van je onderbuik uitvoert met je hoofd

Geen gezicht toch zeker? Dus, vertrouw op je onderbuikgevoel en probeer het niet te beredeneren.

 

Er is van alles mis in het onderwijs

Er is iets mis in het onderwijs. Of is er niet iets mis, maar is alles daar mis? De Nederlandse leerlingen zijn de minst gemotiveerde die je maar bedenken kan. Ze zijn negen van de tien keer iets anders aan het doen dan de lessen volgen. Hun smartphone, de social media dus, is belangrijker dan dat wat ze moeten leren.

De wereld op z’n kop   omgekeerde wereld

En wat zegt onze minister van onderwijs, Jet Bussemaker, hier over? De leerkrachten en docenten moeten beter luisteren naar de leerlingen.
“Oeps”, dacht ik op dat moment, “is dat nu niet de boel omdraaien of de wereld op z’n kop zetten? Wat is er mis mee wanneer de leerling gewoon eens naar de docent luistert? Dat is toch de bedoeling van school, dat je als leerling daar iets van de docent leert door naar hem of haar te luisteren en daarna gewoon je werk te gaan doen.  Ik heb ook altijd gedacht dat kinderen naar school gaan om zich voor te bereiden op een zelfstandig leven in de maatschappij. In mijn beleving is de school daar een voorbereidingsperiode op en kan iedereen daar oefenen en zich dingen eigen maken zodat ze later op eigen benen in het leven kunnen staan. Een baan vinden bijvoorbeeld, dan ben je namelijk ook in staat om zelfstandig in je onderhoud te voorzien zodat je niet meer afhankelijk hoeft te zijn van je ouders.

Het opvoedingsprincipe

Is het gedrag van deze leerlingen niet een gevolg van het opvoeden volgens de methode hemelse-kinderen?  Ik schreef er in mijn vorige blog ook al over, nadat ik daar een column over gelezen had Tegenwoordig zien ouders hun kinderen als een hemels geschenk en kunnen ze geen kwaad doen. Zelfs wanneer een kind iets doet wat niet mag krijgt het vaak tegenstrijdige signalen van een ouder. Want wat doet zo’n ouder tegenwoordig vaak? Die zegt:  “Nu ben ik echt boos, dit is stout.” Om vervolgens, wanneer het kind in huilen uitbarst meteen te reageren met: “O, maar het geeft niet hoor, ik vind je evengoed lief.” Tja,  in het verleden  mocht je nog zeggen dat kinderen hinderen waren, maar toen werden kinderen opgevoed en niet in de watten gelegd. Maar ook vroeger, en dan bedoel ik de tijd waarin mijn kinderen klein waren, bleken er al ouders te zijn die vonden dat hun kind alles goed deed. Ging er iets fout, dan was het niet de schuld van het kind maar van de onderwijzer, de buurvrouw, oma, tante, vriendje of zelfs hun eigen schuld. Maar vooral niet de schuld van het kind.

Respect

In de tussendemiddag opvang hadden wij ook wel zulke kinderen. Die gaven aan de lopende band grote monden. Niet alleen aan ons, maar ook aan de leerkrachten. Wanneer deze kinderen straf kregen werden we nog net niet bij de ouders ontboden. Nee, zij kwamen nog wel richting school en deden het incident af met de mededeling: “U behandelt mijn kind niet met respect, dus behandelt hij u ook niet met respect.” Kortom, ze draaiden de wereld op zijn kop en wij, de leer- en overblijfkrachten hoefden geen respect te verwachten van de leerlingen. We moesten dat respect verdienen. Wat zullen deze ouders een lastig leven hebben gehad, want thuis zal die regel ook gegolden hebben lijkt mij.

Gewoon je best doen

Maar er is dus iets grondig mis in het onderwijs. Waarom gaan we niet terug naar het systeem dat je naar school gaat om te leren. Dat je blijft zitten als je niks doet en slechte cijfers haalt. Vervolgens trek je daar lering uit door het jaar daarna gewoon heel erg je best te gaan doen. Niets is zo vervelend wanneer iedereen naar een hogere klas gaat en jij blijft achter tussen al dat grut wat een jaar jonger is dan jij. Heel misschien krijgen we dan ook weer gemotiveerde stagiaires. Ik scheer ze echt niet allemaal over één kam hoor, want we hebben er echt geweldige exemplaren bij waar je vrijwel alles aan over kan laten. Er zijn er echter ook die maar wat rondsloffen en wanneer ze kritiek krijgen op hun werkhouding laten weten dat het niet aan hen ligt. Nee hoor, het ligt aan school, de werkbegeleider, een collega, of liever nog aan het hele team waar ze zich niet thuis voelen. Dat zijn vast ook jongelui die volgens het principe  hemelse-kinderen zijn opgevoed.

En Jet Bussemaker? Jet Bussemaker

Die is toch gewoon echt niet goed bij haar hoofd!