Monthly Archives: March 2014

Iedereen een kunstgebit

In een bijlage van de krant lees ik een verontrustend bericht en helaas weet ik dat het maar al te waar is: “Het is helaas dramatisch gesteld met de mondzorg in de verpleeghuizen” Professor  dr. Erik Scherder zegt dat mondzorg vaak de eerste prioriteit is die wegvalt.

Let op je vingers!!  vingers

Tja de oudere medemens met nog het eigen gebit heeft dus een probleem. Er wordt niet of niet goed genoeg gepoetst en ze verdwijnen vaak langzaam uit beeld bij de tandarts, vult tandarts Anita Visser aan. Vooral bij dementerende ouderen is dit een groot probleem. Helaas vergeet zowel de professor als de tandarts te vermelden dat dementerende ouderen het vaak niet toelaten dat hun gebit gepoetst word. In de praktijk van het leven van alledag in het verpleeghuis wordt namelijk menig verzorgende gebeten op het moment dat ze zorg willen verlenen in de mond van een dementerende. Helaas begrijpen zij niet altijd meer wat er van ze verwacht wordt en hup: ze zetten hun tanden in je vingers.

Debat of wetsvoorstel?

Moet er een wetsvoorstel komen of een debat worden gehouden over dit probleem? En moeten we dan allemaal aan een kunstgebit voordat we in het verpleeghuis belanden? Nou nee, want ook het poetsen van een kunstgebit is regelmatig een probleem. “Wil niet, mag niet, hoeft niet, flauwekul, moet ik toch zeker zelf weten” is een regelmatig geuit protest. Ook bij het uit de mond halen van het kunstgebit loopt een verzorgende risico’s. Helaas, maar waar. Toch jammer dat zo’n professor en tandarts daar niet van op de hoogte zijn.

Bacteriën  bacterien

Weet je trouwens dat slechte mondhygiëne voor het hele lichaam een probleem is. Je kan werkelijk van alles gaan mankeren als je je gebit niet goed onderhoudt. Je mond is de spiegel van je lichaam. Je kunt dus veel over je gezondheid te weten komen door je mond goed in de gaten te houden. Professor dr. Fred Rozema zegt hier het volgende over: Er zijn dertig verschillende ziekten of bijwerkingen van medicijnen die een signaal geven in de mond. Dat kan een eerste signaal zijn, maar dat hoeft niet altijd. Onze mond zit stampvol bacteriën en gelukkig is dat normaal. Maar bij mensen die hun mond slecht onderhouden kan de balans en samenstelling hiervan doorslaan. Die geven dan elders in het lichaam problemen. Je kan bijvoorbeeld endocarditis (een ontsteking van de bekleding van het hart en/of hartklep krijgen. Maar ook een ontsteking aan een kunstknie of –heup. En dat is nog niet alles , want diabetespatienten raken meer ontregeld en aderverkalking verergert. Bovendien kan het bij zwangere vrouwen leiden tot vroeggeboorten.

De schrik zit er goed in

Ik ben me rot geschrokken, want sinds ik ouder word heb ik last van teruggetrokken tandvlees. Het bloedt soms na het poetsen en ik had werkelijk geen idee wat ik hier aan zou moeten doen. Ooit heb ik gedacht dat ik van alle problemen verlost was doordat ik op bijna iedere kies een kroon heb. Nou mooi dat dit ook problemen kan geven. Mijn tandvlees trok zich terug aan de rand van zo’n kroon waardoor er een open verbinding ontstond naar de wortel en zenuw van de kies. Het ging lang goed, maar uiteindelijk was de ontsteking niet meer te stuiten. De enige oplossing bleek te liggen in het verwijderen van deze kies. Helaas moest dit door de kaakchirurg en die heeft staan hakken en bijtelen zodat ik een mooi poosje last heb van mijn mond. Maar ook nu zag ik weer terugtrekkend tandvlees aan de rand van twee kronen. Gelukkig nog geen open verbinding naar binnen, maar de schrik sloeg mij om het hart en ik hoopte maar dat ik nog geen endocarditis had. Je kan gewoon zomaar dood gaan aan een slecht gebit, bedacht ik ineens.

Poetsen, flossen en mond spoelen tandenborstels

Aan de tandarts liet ik weten van bloedend tandvlees, maar denk je dat hij me waarschuwde voor al deze bovenvermelde gevaren? Welnee, ik moet gewoon goed poetsen met Paradontax.  Gek eigenlijk, want de mondhygiëniste van Arie raadt deze tandpasta af. Wie heeft er nu gelijk? Behalve poetsen met paradontax moet ik ook mijn mond spoelen. Met zout water of met speciaal mondspoelwater. Het liefst ook een zoute variant, die ik tot nu toe nog niet heb kunnen vinden. Naar de mondhygiëniste hoef ik niet, want mijn gebit is goed schoon. Wat doe ik dan verkeerd, vroeg ik me af. Ik speurde het internet af en vond het volgende op http://www.parodontax.nl/verzorging/index.shtml:
Ik poets en “heen en weer”en dat is hartstikke fout. Want met dit “heen en weer” poetsen zorg ik er voor dat de wortels broos worden, wat tot gevolg heeft dat mijn tandvlees terug gaat trekken. Waarom zegt zo’n tandarts dat er nou niet even bij? Dat is toch een kleine moeite? Nu moest ik op een website bekijken hoe ik wèl moet poetsen. Gewoon met circelvormige bewegingen. De kunst is om dit zo efficiënt mogelijk te doen, dus kies voor kies en tand voor tand. Dan heb je pas werkelijk alles gepoetst. De achterkant van je tanden poets je dan vervolgens met het voorste deel van je tandenborstel, want ook daar moet gepoetst worden. Daarna moet je flossen, met ragertjes of tandenstokers tussen de tanden en tot slot dus met mondspoelwater in de weer. Kijk, aan zulke voorlichting heb je tenminste iets en bovendien heb ik ontdekt dat het werkt. Ik poets, de ene keer wel en de andere keer niet, met Paradontax, gebruik na het poetsen een mondspoelwater en heb geen bloedend tandvlees meer. Het terugtrekkend tandvlees lijkt zich te herstellen, dus ik ben weer helemaal gerustgesteld. Neemt niet weg dat ik dus heel goed voor mijn gebit moet zorgen. En niet alleen ik, maar jullie allemaal.

 

 

 

Advertisements

Naar buiten

Eens in de paar maanden schrijf ik een column voor “Ons”, ons personeelsblad. Het thema was deze keer “Naar buiten” en heeft te maken met de veranderingen die er, door de bezuinigingen, in de zorg zijn. 

Een actueel thema dus, want we gaan langzaam richting extramuralisatie, dus zorg verlenen buiten de muren van het verzorgingshuis. Andersom zullen er ook ‘vreemden’ bij ons binnen komen. Mensen gaan appartementen in het verzorgingshuis huren en nemen hun vertrouwde “zorg” mee. Van elkaar kunnen wij leren, maar daar moeten we wel voor open staan.

naar buiten.1.
Om dicht bij mezelf en mijn collega’s te blijven wilde ik het thema op een andere manier benaderen. Daar moest ik overigens letterlijk voor naar buiten. Ik wandel graag lange afstanden en tijdens mijn laatste tocht, van 18 km, ontstond mijn verhaal.

Wij kunnen naar buiten, door de muurtjes die ontstaan zijn door hospitalisatie, af te breken. Ze zijn door ons, de cliënten en het verzorgend personeel, gebouwd. Daar hebben we niet veel voor hoeven doen, ze ontstonden bijna gewoon vanzelf. Wij zorgen graag, dus nemen ook graag anderen iets uit handen. Cliënten stonden dat toe, vonden het misschien ook wel makkelijk. Het moet anders, want door bezuinigingen zullen we met minder meer moeten doen. Die muurtjes moeten dus om, zodat we niet vastlopen. Met elkaar moeten we gaan kijken wat cliënten zelf nog kunnen. Dat is voor iedereen een omschakeling en soms zit het in iets kleins als bijvoorbeeld zelf een kopje thee zetten. Maar ook die ene cliënt alleen helpen in plaats van met z’n tweeën. We doen dit omdat de zorg te zwaar wordt. Vaak blijkt echter dat diezelfde cliënt beter meewerkt als je alleen bent. Dan ontstaat er interactie en door goed te instrueren blijkt zo iemand meer te kunnen dat aangenomen werd. Misschien neemt de zorg dan iets meer tijd in beslag, maar je collega kan dan wel een ander helpen.

muurtjes afbreken

Laten we dus met z’n allen die hospitalisatiemuurtjes afbreken en naar buiten gaan.

 

Ingeregend

Sinds zij in het ziekenhuis heeft gelegen met een luchtweginfectie is zij lichamelijk en geestelijk achteruit gegaan.

Overdag geeft zij nog goed aan dat zij naar het toilet moet, maar ’s nachts is het een probleem. Zij voelt het niet meer en regelmatig is alles nat, tot aan haar dekbed toe. Ander incontinentiemateriaal is daar de oplossing voor. Zij vindt het echter verschrikkelijk, want het stinkt en het is koud als ze wakker wordt. Bovendien schaamt ze zich en verontschuldigd zich hier heel wat keer voor:  “Ik kan er echt niks aan doen hoor. U bent toch niet boos?”

Natuurlijk ben ik niet boos en mijn gebruikelijke reactie is dat ik begrijp dat zij dit niet expres doet en het voor haar het vervelendst is. Deze keer gooide ik het over een andere boeg: “Weet u wat? We zeggen gewoon dat het heeft ingeregend.” “Maar het is droog”, reageert zij.

“Het heeft de hele nacht geregend, dus vandaag houden we het er op dat het ingeregend heeft.” Ze schiet in de lach en zegt: “U bent me er één!”

Te hete pap

Ik ken haar niet goed en kwam pas voor de tweede keer bij haar om haar te helpen met de ochtendzorg. Van de vorige keer wist ik nog dat zij van haar slaapkamer naar de badkamer moest lopen met behulp van een looprek. Dat ging toen niet heel vlot, toch is het belangrijk dat zij dit doet.

looprek

Dat het lopen zich had uitgebreid en zij ook van de badkamer naar haar huiskamer moest lopen was mij ontgaan en ik had haar met de rolstoel vervoerd naar haar sta-op stoel. Je zou zeggen dat je dag dan niet meer stuk kan met zo’n meevaller, want ondanks dat het lopen een stuk beter ging verzuchtte zij bij iedere stap: “Ik kan niet meer!”.

Met collega’s zat ik even een kop koffie te drinken toen één van hen haar bel op de pieper kreeg. Blijkbaar was ik toch iets vergeten, of had iets niet helemaal naar haar zin gedaan.Ik vermoedde dat het de pap was. Die moest exact 1 minuut in de magnetron en ik vermoedde al dat het iets langer had geduurd.

“Ben ik nog iets vergeten?”, was mijn openingszin toen ik binnenstapte. “Mij pap is te heet”, kreeg ik als antwoord. Tja, wat doe je met zo’n mededeling. Aanbieden om te blazen tot het op de juiste temperatuur is? Ik besloot dat ik hiermee misschien iets te ver zou gaan met mijn behulpzaamheid en zei: “Dan wacht u toch even tot het wat afgekoeld is,  iets dat u zelf ook kunt bedenken, maar ik begrijp dat u mij op deze vergissing wilt wijzen. Volgende keer hou ik er rekening mee en zal zorgen dat de pap niet meer te heet is.”

De meevaller van het niet hoeven lopen van de badkamer naar haar huiskamer woog achteraf dus niet op tegen de te hete pap.

Stemrecht = zeurrecht.

Morgen zijn de gemeenteraadsverkiezingen en gaan we stemmen. Op wie ik moet stemmen weet ik eerlijk gezegd niet. Ik lees de verkiezingsprogramma’s en iedereen wil het beste, vooral voor de zorg, voor het onderwijs en ook voor het openbaar vervoer. Maar de bezuinigingen in de zorg zetten door, dus hoe ze dat aan gaan pakken weet ik nog niet.

Ik ga nog liever dood

Van de week las ik in de krant dat het verzorgingshuis in Mijdrecht gaat sluiten. Het is verouderd en niet meer van deze tijd, hierdoor moeten de bewoners van dit huis overgeplaatst worden naar andere huizen. Zo moet een 104-jarige ineens verhuizen naar Amstelveen. Zijn hele leven woont hij in Mijdrecht en heeft daar een groot sociaal netwerk zodat hij iedere dag bezoek krijgt. Natuurlijk kan dat bezoek ook naar Amstelveen rijden, maar dat is met de auto toch al gauw dik een half uur. Heeft iedereen dat er voor over is iedereen in het bezit van een auto?

the end

Gisteren las ik in de krant dat er een verzorgingshuis gaat sluiten en dat aan de dochter van een 94 jarige vrouw was gevraagd of zij haar moeder niet in huis kon nemen. Deze 94-jarige heeft eigenlijk niet genoeg zorg nodig om haar in een ander verzorgingshuis te plaatsen. De vrouw zelf wil dit helemaal niet, gaat nog liever dood. Daarmee zegt zij niet dat de relatie tussen haar en haar dochter niet goed is, want dat zouden jullie hier ook uit op kunnen maken. Deze vrouw wil niet alleen maar van haar dochter afhankelijk worden. En gelijk heeft ze.

Verstandige mensen, verstandige keuzes

Zondagmiddag reed ik, na mijn werk, even door naar mijn ouders. Dat even houdt in dat ik een uur en twintig minuten in de auto zat voordat ik daar was. Dat geeft verder niet, maar als ik echt mantelzorger zou zijn is het een flinke afstand. Het was er gezellig en we hebben weer bijgepraat. Ook zij zitten in de rats over de bezuinigingen in de zorg en horen / lezen dezelfde berichten als ik.
Mijn ouders zijn een jaar of dertien geleden heel bewust van een eengezinswoning vertrokken naar een appartement . Ze hebben alles gelijkvloers en dat is, zeker nu mijn moeder haar  knieën aan slijtage onderhevig zijn, ontzettend praktisch. Iedere twee weken komt er iemand om schoon te maken en ik ben blij dat mijn ouders dat zelf kunnen betalen. Stel nu dat ze meer zorg nodig zouden hebben, maar niet genoeg om in een verzorgingshuis een appartement te kunnen huren en mij wordt gevraagd of ik ze niet in huis kan nemen. Wat doe ik dan en wat willen mijn ouders dan? Mijn ouders willen dit niet en zoals mijn moeder al zei: “We waren vroeger blij dat deze huizen bestonden en mensen daar konden wonen als ze ouder werden”.  Als ze bij mij zouden moeten wonen komt al meteen het eerste probleem om de hoek kijken: De trap naar één hoog, want daar zijn de slaapkamers. Dan hebben ze dus eerst een hele verstandige keus gemaakt om vervolgens terug naar af te gaan. Dat is toch niet eerlijk?

Behoud van recht op zeuren

Bezuinigen moet we, dat is iedereen wel duidelijk. Het gaat alleen wel ten koste van de oudere mens, die zijn hele leven gewerkt heeft, het vroeger niet breed heeft gehad en nu allerlei voorzieningen ziet verdwijnen. Het moet anders, maar hoe, dat is niet altijd even duidelijk.  Morgen mogen we stemmen en ik heb geen idee op welke partij. Als ik niet stem heb ik geen recht meer op zeuren, las ik in de krant. Dus als ik wil zeuren over alles wat niet goed gaat moet ik gaan stemmen. Haalt het wat uit? Welke partij er ook in de gemeenteraad komt, bezuinigd moet er worden. Er is een budget en daar moet, welke partij dan ook, het mee doen. Als je op het ene niet bezuinigd moet je op wat anders bezuinigen. Ik ga dus stemmen, al is het maar om te voorkomen dat ik niet meer mag zeuren als de dingen niet meer goed gaan. Ik heb stemrecht, dus zeurrecht en daar ga ik dankbaar gebruik van maken.

Aanbiedingen en reclames

Er zijn tijden geweest dat ik zuinig aan moest doen, bijvoorbeeld toen mijn kinderen klein waren. In die tijd was het nog redelijk gewoon dat je als moeder niet werkte. Maar ook later, toen ik  helemaal alleen woonde, was mijn appartementhuur hoog, ik had een piano in huur en ging trouw iedere week naar pianoles. Het was voor mij be- langrijk dat ik dit niet op hoefde te geven, maar het waren grote kostenposten. Ik leefde zuinig en spaarde mijn zorgtoeslag, die toen ongeveer € 25,00 per maand was.

Nog steeds heb ik de neiging om zuinig te zijn. Misschien best handig, want op dit moment bezitten wij twee huizen. Ons oude huis moet nog verkocht worden en kost ons dus geld. Hier moet ik niet te lang over nadenken, want we doen niks met dit huis behalve proberen het te verkopen.

Jammie! Tompoucen

tompoucen

Ik let  op wat ik uitgeef, maar het betekent niet dat ik alle reclameblaadjes uitgebreid bekijk. Soms blader ik ze door of zitten we samen op de bank en gaat de stapel van de één naar de ander, maar het meeste gaat ongezien naar de papiercontainer. De LIDL heeft deze week een kleurige folder met aanbiedingen. Het één lijkt nog lekkerder dan het ander en wat opvalt zijn de tompoucen. “Deze week vier voor € 1,99!” Meteen krijg ik zin in zo’n tompouce, wat best raar is, want ik heb net mijn avondeten op. Het zegt dus niets dat je net lekker gegeten hebt, want zodra je iets lekkers in een folder ziet staan krijg je er trek in. Herkenbaar, of hebben jullie hier geen last van? Het zet mij aan het nadenken. Stel ik ga vandaag naar de LIDL en haal die tompoucen, terwijl ik echt niet weet wat ze buiten de reclameweek om kosten, dan weet ik zeker dat ik met een mandje of misschien wel boodschappenkar vol andere dingen weer naar buiten loop. Zo werkt dat in de LIDL, want alles is daar voordelig en lekker.

Tompoucen of cake?

cake

Ik stel mezelf de volgende vraag: “Was ik al van plan tompoucen te kopen?” Nee, dat was ik helemaal niet. Ik zou een cake gaan bakken, had ik beloofd. Goed dat ik hier even over nadenk, want op deze manier geef ik die € 1,99 gewoon niet uit, maar ik herinner me ook dat ik vorige week op de markt een kruidcake heb gekocht voor € 1,00. Ik ga dus helemaal geen cake bakken. Dat is pas besparen! In een krantenartikel las ik een aantal bezuinigingstips en regel één was dat je niet meer alle aanbiedingen afloopt. Vaak ben je duurder uit, omdat je iets niet nodig hebt, niet van plan was te kopen en het toch in huis haalt. En heus, ik weet dat het soms praktisch is, vooral als je een grote hoeveelheid van iets koopt wat afgeprijsd is en je dit artikel toch vaak gebruikt. Kijk, dan is het wel een vorm van bezuinigingen. Hier spaar je op wat langere termijn geld mee uit. Verder dan dat probeer ik ook niet te gaan.

Een gouden tip

monteurjpg

Van de wasmachinemonteur kreeg ik een poos geleden een gouden tip. Hij kwam het apparaat nakijken omdat ik vaak rare vlekken in mijn was had, nadat ik gewassen had en bovendien rammelde er iets wel heel hevig bij het centrifugeren. Het rammelen werd verholpen door iets weer vast te zetten, terwijl de vlekken in mijn was werden veroorzaakt door het gebruik van te veel wasmiddel en -verzachter. Hij liet me de binnenkant van de rubberen ring zien en daar zaten veel, inmiddels zwart geworden, zeepresten. Getver, wat zag dat er vies uit. Ik moest mijn machine een paar keer, zonder wasmiddel, op 90º laten wassen. Daarna nog een keer met flink wat azijn en voortaan de wasbol vullen met éénderde van de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel en de rest van de bol aanvullen met azijn of schoonmaakazijn. Maakt niet uit, het kan allebei. Het is goedkoper, beter voor je was en een uitkomst voor mensen met een huidallergie.

Zit daar geen luchtje aan? natuurazijn

Aanvankelijk keek ik wat sceptisch tegen het gebruik van azijn aan en was ik bang dat mijn was ernaar zou ruiken. Dit bleek niet het geval te zijn, dus geef ik deze tip door aan iedereen die mijn blog leest. Gebruik minder wasmiddel en vul de wasbol aan met azijn. Besparing, toch een schone was, de kleuren blijven beter en je wasmachine wordt er ook blij van.

Visite

Het loopt tegen half elf en ik besluit even te gaan informeren of zij misschien naar het toilet wil.

Het echtpaar blijkt bezoek te hebben. Althans, zij heeft bezoek en hij niet. Op mijn vraag of zij naar het toilet geholpen wil worden krijg ik een bevestigend antwoord. Terwijl ik met haar, in de rolstoel, richting de badkamer loop komt haar echtgenoot binnen. Hij heeft, bij het open raam in het trappenhuis, staan roken. “Hou jij ons bezoek even gezelschap?”, vraagt zij hem. Hij geeft geen antwoord.

Ik help haar op het toilet en trek mij terug in het keukentje, zodat ik haar hoor roepen als zij klaar is. In de kamer zie ik een gezellig tafereel. Het bezoek kijkt stoicijns voor zich uit  en hij………………………………….hij leest de krant. Hij keurt het bezoek geen blik waardig.

de krant lezen

Duidelijk: Zij heeft bezoek,  hij niet.

Naar het toilet

Het lampje boven haar deur brandt en ik loop bij haar naar binnen om te vragen wat ik voor haar kan doen.

“Ik moet plassen. Kunt u mij daarbij helpen?”, laat zij mij weten.

“Ja hoor, ik help u wel even naar het toilet. Kom maar uit bed.” Ze is echter niet van plan enige moeite te doen en vraagt mij om de po, omdat ze van de dokter totaal niet mag lopen nadat ze een ongeluk heeft gehad. Ik laat het verder zo en schuif de po onder haar billen en vraag haar om te bellen als zij klaar is. Dat is niet helemaal naar haar zin, maar ze legt zich hierbij neer.

‘s Middags haal ik haar op bij de groepsverzorging. Ze is blij dat ze daar weg mag, want volgens haar maakt iedereen daar ruzie met elkaar. “Ik zal blij zijn als ik een andere baan heb, want dit is helemaal niks”,  zegt ze als we bij de lift zijn.

“Wilt u meteen naar bed of moet u eerst nog even plassen?”, vraag ik haar. Zij doet wat twijfelachtig en vraagt mij wat ik zou doen. Ik vertel haar dat ik naar het toilet zou gaan als ik plassen moest. Ze staat op uit haar rolstoel en wil dan toch eerst naar het toilet. Dat ze vanmorgen vertelde dat ze niet mocht lopen is ze totaal vergeten.

Een moeilijke kindertijd

Wie een rotjeugd heeft gehad, heeft later een grotere kans op geluk en stabiliteit. Een stressvolle jeugd jeugd kan de kans op depressie in spannende situaties op latere leeftijd namelijk verkleinen.

Ik leen regelmatig dvd’s bij de bibliotheek als mijn stiefkinderen bij ons zijn.  Zo zaten we een week of twee geleden naar een regelrechte tranentrekker te kijken. De film ging over een groepje kinderen van een jaar of 13, die bijbellessen kregen van een oudere man, die deze overigens heel leuk vertaalde naar het heden. Hij was heel creatief, organiseerde zoektochten, maar overal zat een boodschap achter. Ik geef toe, het was een mierzoete film en soms niet helemaal van deze tijd, maar verder was het allemaal wel heel duidelijk.

Een vervelend rotjochie

Halverwege de film kwam er een etterbakkie in beeld, die het hele dorp terroriseerde. Doordat iedereen bang voor hem was hoefde hij maar een kik te geven of de andere kinderen sprongen in de houding. Een regelrecht rotjochie dus. De oudere man wist het groepje kinderen uit te leggen dat die jongen zo naar deed omdat hij een moeilijke kindertijd had. Zijn vader was, toen hij klein was, weggelopen bij zijn moeder en die had het alleen maar druk met het hoofd boven water houden. De oudere man besloot dit rotjochie ook uit te nodigen bij de bijbellessen, wat vervolgens heel wat voeten in aarde had omdat niet iedereen dit even leuk vond. Uiteindelijk liep dit natuurlijk goed af en werden ze allemaal vrienden met elkaar.

Prutlip en tranen prutlip en tranen

Ik vroeg me tijdens de film regelmatig af of mijn stiefkinderen de film wel leuk zouden vinden. Hij was wel een beetje oubollig, maar het gaf wel aanleiding tot lekker huilen en vervolgens werd mij de volgende vraag gesteld: “Hebben wij ook een moeilijke kindertijd doordat papa en mama zijn gescheiden?” Tja, een scheiding is voor niet één kind leuk en het leven wordt er ook meestal ingewikkelder van, dus in die zin is hun kindertijd best wel wat moeilijk. Er zijn echter wel meer kinderen die het moeilijk hebben, zo werd mijn uitleg, want soms overlijdt een vader of moeder aan een ziekte. Misschien is dat nog wel moeilijker. Maar er zijn ook kinderen van gescheiden ouders die één van de twee vrijwel nooit ziet. “Jullie hebben allebei je papa en mama nog en je woont bij de één en bij de ander ben je één keer in de twee weken een weekend. De vakanties worden verdeeld en als je vakantie hebt is er altijd iemand thuis en worden er leuke dingen gedaan. Niet iedere dag, want je moet jezelf ook gewoon kunnen vermaken. Er zijn dus niet alleen moeilijke dingen, maar ook leuke dingen en een moeilijke kindertijd mag nooit een reden zijn om je vervelend te gedragen. Iedereen heeft ook nog z’n eigen verantwoording om het leven leuk te maken. Het is niet zo dat een ander dat altijd voor je moet doen.

Gelukkiger na rotjeugd

Er schoot mij vrijwel direct een artikel uit de krant te binnen: “Gelukkiger na rotjeugd”. Een stresvolle jeugd geeft meer kans op geluk en stabiliteit, later in je leven. Omgekeerd kan een rustige jeugd een grotere kans geven op depressie bij stress. Het is niet zo dat ze per se gevoeliger zijn voor stress, maar wel voor de mismatch tussen het stressniveau tijdens hun kindertijd en het huidige stressniveau. Daardoor is het risico op depressie groter. De eerste groep lijkt van jongs af aan geprogrammeerd te zijn om met stress om te kunnen gaan.

Geen vrijbrief

Deze wetenschap is natuurlijk geen reden om maar raak te leven zonder met de kinderen rekening te houden. Bij elkaar blijven vanwege de kinderen is echter ook niet de oplossing.  Uiteindelijk moet een ouder zelf ook gelukkig kunnen zijn met zijn of haar leven. Het geeft echter wel de hoop dat al die stress tijdens scheiding, verlies, verhuizing naar een ander deel van het land of zelfs het buitenland, uiteindelijk toch niet zo heel veel schade toebrengt in het leven van kinderen.

Wat ik me dan wel afvraag is waarom veel criminelen hun jeugd of kindertijd de schuld geven van hun afwijkende gedrag.

crimineel

En als ze dat niet zelf doen, dan doet hun advocaat dit wel. Zit zoiets dan in hun genen, of hebben ze een afwijking? Misschien wordt het tijd om met z’n allen gewoon te stoppen met excuses bedenken voor afwijkend gedrag, door terug te grijpen naar een al dan niet leuke kindertijd. Het ene kind vertoont dit gedrag tenslotte niet, terwijl een ander wel storend gedrag vertoont of zelfs het criminele pad op gaat.