Monthly Archives: January 2014

Na zestig jaar gedwongen uit elkaar

Iemand had deze link facebook gedeeld en nadat ik het stukje gelezen had deelde ik ‘m ook nog eens. Het is inderdaad schrijnend wanneer mensen, na 60 jaar huwelijk, uit elkaar gehaald worden vanwege gezondheidsproblemen. Wat ik op het moment van lezen vergat, is dat dit niet nieuw is. Zoals ik het las leek het een noodkreet op alle bezuinigingen in de zorg.

Onderweg van mijn werk naar huis volgde ik een programma op de radio. Hierin kwam het bovenstaande ook aan de orde. De mannelijke helft van het echtpaar blijkt aan de ziekte van Alzheimer te lijden. Dat is een vorm van dementie en zoals de meesten weten leven dementerenden in hun eigen werkelijkheid. Dat is meestal niet de onze en daardoor botst dat in het dagelijks leven. Ze zijn niet “betrouwbaar” meer, weten vaak niet wat ze doen, vergeten waar ze mee bezig waren, weten de weg niet meer in hun vertrouwde omgeving. Kortom, ze worden helaas een gevaar voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Overbelast

Partners van Alzheimerpatienten raken maar al te vaak overbelast. Ze kunnen de zorg niet meer aan, zijn vaak de gevangene van deze partner. Alleen laten, om zelf even een boodschap te kunnen doen, gaat niet. Ze meenemen is ook geen oplossing, want het zijn net kleine kinderen: je komt oren en ogen te kort. Wanneer de partner eenmaal overbelast is volgt heel vaak een spoedopname van de dementerende. Zo’n spoedopname is voor niemand leuk. Voor de dementerende zelf niet, maar ook voor de partner of kinderen is het vaak een regelrechte ramp. De dementerende mens is meestal boos, wil niet blijven, is voortdurend op zoek naar de uitgang.

De kurk

En nee, dit is niet leuk. Voor niemand! Dat ben ik me heel goed bewust. Ik heb gewerkt op een afdeling waar dit soort spoedopnames voorkwamen. Het leven van zo iemand raakt totaal ontwricht. In eerste instantie is de mantelzorger, vaak de partner of één van de kinderen, opgelucht. Eindelijk wordt er goed gezorgd voor de dementerende. De opluchting slaat al gauw om wanneer de dementerende enorm boos blijkt te zijn. Bovendien lijken ze in een vreemde omgeving veel erger te dementeren dan in hun vertrouwde omgeving. Was thuis houden dan toch een betere optie geweest? Nee, want de mantelzorger was immers overbelast. En zoals de verpleeghuisarts daar vaak terecht opmerkte tegen de mantelzorger: “U bent de kurk waarop alles drijft. Dat is een wankel evenwicht”. Bij overbelasting blijft deze kurk duidelijk niet meer drijven.

Decorumverlies

Gebeurt dit uit elkaar halen alleen wanneer iemand dementerend raakt? Nee, absoluut niet. Wat dacht je van mensen die een hersenbloeding krijgen? Zij worden na een ziekenhuisperiode overgeplaatst naar een revalidatie afdeling en in negen van de tien gevallen daarna naar een verpleeghuis. Naar een somatische afdeling. Ook dan kan de partner niet mee verhuizen. Zou zo’n partner dat dan echt willen? Waarschijnlijk wel, maar een verpleeghuis is hier niet op ingesteld. Bovendien vraag ik me heel serieus af of iemand met zijn partner mee wil verhuizen naar een psychosomatische afdeling, ook wel gesloten afdeling genoemd. Daar woon je dan als “normaal” iemand tussen de dementerenden. Ik denk echt dat je daar zelf helemaal gek wordt. Wonen tussen mensen die verward zijn, niet meer weten wat ze doen, duizend keer hetzelfde vragen, niet meer weten dat ze al gegeten hebben, niet onder de douche willen, handelingen eindeloos repeteren om nog maar te zwijgen over het decorum verlies waar dementerenden vaak aan lijden:  “Gebit uit de mond halen tijdens het eten om dit schoon te likken, plassen in een hoek van de kamer, met de mond open eten en dus smakken, met de handen eten en soms het eten door elkaar kneden omdat ze het niet meer als eten herkennen”. Ik gun dit niemand, maar zeker niet degene die niet dementerend is.

 Privacy

Maar hoe zou jij het vinden als je met je partner in een verpleeghuis woont en je hebt zelf geen zorg nodig. Het maakt niet uit of dit op een somatische of psychosomatische afdeling is, want op beide afdelingen komt de verzorgende met de regelmaat van de klok je kamer in: Om je partner te helpen met wassen en aankleden, vanwege de toiletgang, om koffie of thee te brengen. Hoezo privacy? Die heb je dan niet meer. Ook ’s nachts komt er een verzorgende langs, gewoon om te kijken of je partner nog in bed ligt, of om zijn urinaal te legen of hem te helpen in een prettigere houding te liggen. Daar wordt je dan zelf ook wakker van, althans dat lijkt mij zo.

Enorm moeilijk

Het is heel naar als je na 60 jaar gedwongen uit elkaar moet, maar die 60 jaar halen veel mensen niet eens. Misschien is het beter om terug te kijken op de tijd die je samen had en alle goede dingen koesteren.

Makkelijk gezegd? Ja, dat is makkelijk gezegd en ontzettend moeilijk om te doen, maar misschien wel het enige verstandige.

Advertisements

Zingen

Twee jaar na mijn afscheid bij het waterlandskamerkoor  ben ik weer gaan zingen. Het heeft even geduurd, maar op een gegeven moment ging het weer kriebelen.

Al voordat ik bij Arie introk had ik besloten dat ik mijn pianolessen voort wilde zetten en weer in een koor zou gaan zingen. Een pianodocente had ik al snel gevonden dankzij de pianostemmer. Het zingen in een koor verdween ongemerkt in de koelkast. Stom, want ik had de vraag, of ik als alt een keer mee kon repeteren, al gemaild aan   het emmeloordsvocaal Ensemble. Het lag ook beslist niet aan het koor, want de voorzitter van het bestuur reageerde direct heel enthousiast en toen ik hier eenmaal woonde bleek dat ze er al rekening mee hadden gehouden. Waarom ik het uiteindelijk liet afweten was misschien ook wel wat vreemd. Voor het koor dan, voor mij niet, want ik was gewoon te moe. Het idee dat ik ’s avonds ook nog eens de deur uit zou moeten voor een koorrepetitie leek mij helemaal niets. Maar ook het rekening houden met data voor extra repetities en concerten joeg mij schrik aan.

Druk en een nieuwe rol

Net begonnen in een nieuwe baan, allemaal nieuwe collega’s en ik had het al zo druk.  Niet in de laatste plaats doordat ik ineens de zorg voor twee stiefkinderen had. Vroeger draaide ik mijn hand daar niet voor om, maar was ik vele jaren jonger. Nu vrat dit stukje zorg een heleboel energie. Behalve dat was ik ook nog eens in no time oma geworden van een stel kleinkinderen. Weer een rol er bij die ik invulling moest gaan geven. De afstanden die ik steeds met de auto moest overbruggen gingen me ook niet altijd in de kouwe kleren zitten. Stel dat ik ook nog  moest optreden met dat koor. Ik zag dat helemaal niet zitten.

Zingen verloochent zich niet

Tijdens de Kerstnachtdienst kwam de drang om te zingen in één keer naar boven borrelen. We zaten in Amersfoort in de St. Joriskerk en het koor cantatedeo  verleende zijn medewerking . De neiging om mee te willen zingen met het koor was bijna onbedwingbaar. Dit was voor mij de grootste aanwijzing dat ik het gewoon weer moest gaan doen. Terwijl ik al een week of twee liep te dubben hakte ik op dat moment de knoop door: Ik ga me weer aanmelden.

Aanmelden

Nog voor oud & nieuw klom ik in de mail en stelde dezelfde vraag als twee jaar geleden. De voorzitter reageerde positief: Ik was welkom. Toch wel spannend hoor, zo’n eerste repetitie. Ik kende er geen hond en had geen idee wat ik moest verwachten. Het ijs bleek echter gauw gebroken, wat niet vreemd is, want je komt allemaal met hetzelfde doel, zingen. Toen ik aan de dirigent werd voorgesteld ontstond de nodige hilariteit, doordat de voorzitter zei: “Weet je nog, dat verhaal van die alt die zou komen zingen en vervolgens niet kwam? Dat is zij!” Oeps, ze hadden toen dus echt op mij gerekend. Bijna voelde ik me geroepen om uit te leggen hoe dat nu werkelijk zat. Niet gedaan overigens, want ik wilde toch eerst eens even de kat uit de boom kijken.

Muziek vergeten

Heerlijk was het, die eerste repetitie en pas die avond voelde ik dat ik het zingen gemist had. Er moet nog een afspraak gemaakt worden voor een stemtest en uiteraard zal ik dan weer verschrikkelijk nerveus zijn, maar ik weet dat dit er bij hoort. Druk maken doe ik me nog niet, maar het zit wel ergens in mijn achterhoofd dat ik straks die intervallen weer zal moeten zingen. Mooi dat ik dit van te voren nog wel even ga oefenen. De alt die zou komen zingen en toch niet kwam is tijdens de tweede repetitie veranderd in de alt die haar muziek niet bij haar had. Stom hoor, alles lag klaar. In de kast lag nog een lege zwarte map waar ik de muziek in gedaan had en in de haast vergat ik dat ding mee te nemen. Goeie binnenkomer! Voordeel is dat ik mijn muziek waarschijnlijk nooit meer zal vergeten. De dirigent keek wat bedenkelijk toen hij zag dat ik met mijn buurvrouw meelas en zei vervolgens dat hij blij was dat ik mijn stem wel mee had.

Smoesjes

Had ik een excuus? Natuurlijk, dat werd mij door heel wat koorleden aan de hand gedaan. “Je moet gewoon nog even wennen en iedereen vergeet zijn muziek wel een keer”. Allemaal leuk en aardig, maar volgende week neem ik mijn map toch maar mee.

Een huis vol mensen

Ze heeft een antibiotica- en prednisonkuur gekregen vanwege een luchtweginfectie. Het helpt allemaal nog niet erg en ondertussen zit zij in een delier. Ze ziet dingen en personen die er niet zijn. Meestal worden mensen dan angstig, maar zij niet, ze heeft het er alleen heel druk door.

“Gaat u al dat fruit opeten”, vraag ik haar. Er ligt een geschilde peer, wat gepelde mandarijnen en een banaan op een bord. De peer begint al bruin te worden en ziet er niet meer zo smakelijk uit. “Mijn man is net terug, maar hij wil dat fruit niet opeten. Antwoord geeft hij ook niet als ik hem wat vraag”, reageert zij. Ze is gewoon alleen in haar appartement en haar man is al een poos geleden overleden. Dat laat ik maar even in het midden en net als ik wil zeggen dat ik haar man even meeneem zodat ze even rust heeft, zegt ze:

Een huis vol.

“En ik moet ook al op mijn kleinkinderen passen. Die hebben ze vanmorgen hier gebracht, maar het lukt me allemaal niet meer. Ze luisteren niet naar me en bovendien geven ze ook geen antwoord als ik iets zeg. Ik ga straks mijn dochter bellen, want dan kan ze haar kinderen weer meenemen. Het is geen doen zo.” Het is hetzelfde verhaal als waar mijn collega mee kwam en die heeft al het bezoek “meegenomen”, zodat ze even rust had. Ik doe hetzelfde en zeg: “Kom jongens, oma is veel te moe en jullie zijn ontzettend druk. Jullie gaan even met mij mee.” Ik doe de deur open en wenk dat ze op moeten schieten. Zij kijkt er naar en lijkt opgelucht. Haar man mag ik wel laten blijven, daar heeft ze geen last van en het fruit gaat ze zelf wel opeten.

Toch fijn, zo’n dochter.

Gelukkig is haar dochter thuis en die laat, na mijn verhaal, weten dat ze ’s middags langskomt. Zij kent dit van haar moeder en kan er gelukkig om lachen.

Paarsblauw

Lastig als je niet afhankelijk wilt zijn en af en toe toch hulp moet accepteren omdat je nu eenmaal ouder wordt. Dit gaat helaas meestal gepaard met het, bij stukjes en beetjes, inleveren van je zelfstandigheid.

“Hé, zij belt anders nooit”. Nee, want zij is iemand die er niet van houdt om afhankelijk te zijn. We mogen bij haar naar binnen voor een praatje, of om haar maaltijd te brengen, maar verder is zij niet van enige hulp gediend. In haar rolstoel scharrelt ze door haar kamer en over de gang. Eens in de week komt haar hulp, die al jaren bij haar werkt en tegenwoordig wordt zij door haar ook geholpen met douchen. Althans, dat beweert zij. Haar hulp kijkt daar altijd zeer ongemakkelijk bij, zodat ik me wel eens afvraag of het verhaal wel juist is.

 Stampvoeten

Als zij ziek is kan zij niet anders dan onze hulp accepteren. Dat kost haar de nodige moeite. Zelfs de periode dat wij haar onderbenen moesten zwachtelen vond zij dramatisch. Afhankelijk zijn is een doorn in haar oog. Geïrriteerd raakt zij er door en als ze het kon zou ze flink stampvoeten.

 Een gouden tip

Toen zij een periode niet goed zelf haar bed in kon komen, omdat zij op eigen kracht haar benen niet omhoog kreeg, was ze blij met de tip die ik haar gaf. Eén die ik overigens niet van mezelf had, maar van een andere bewoner die ook een hekel heeft aan zijn afhankelijkheid.  “Als u een sjaal of een handdoek onder de knieën doorschuift kunt u ze zelf op bed tillen. Gewoon beide uiteinden goed vasthouden en omhoog trekken.” Ik kon geen kwaad meer doen bij haar.

 Paarseblauwe vlekken

Maar goed, nu belde ze dus en ik hoopte dat zij niet ook geveld was door het buikgriepvirus wat in het huis heerste.  Nadat ik aangebeld had deed ik de deur van het slot en liep naar binnen. Totaal ontredderd zat zij in de badkamer.  “Ik wilde mijn haar wassen, kneep veel te hard in de flacon shampoo en nu krijg ik het niet meer goed uitgespoeld”, klaagde zij. Het was komisch om te zien, want het haar was helemaal paarsblauw van kleur. Zij gebruikt shampoo die het grijze haar een mooie glans geeft en het lijkt wel inkt, zo paarsblauw is deze. Niet alleen het haar had die kleur, ook haar nachthemd, wat bovendien totaal doorweekt was.  “Buig uw hoofd eens goed naar voren, dan spoel ik het voor u uit.” Zo gezegd zo gedaan, een fluitje van een cent. Zeker als ik het vergelijk met al het extra werk wat het buikgriepvirus met zich meebrengt.  “Zet uw nachthemd straks maar even in de week. Afwasmiddel werkt vaak wel goed, of shampoo, maar dan niet deze”, liet ik haar weten.

Ze schoot in de lach en bedankte me hartelijk voor de hulp. Ik wenste haar veel succes met het uitwassen van het nachthemd en ging weer verder met mijn werkzaamheden en hoopte dat er niet al te veel ‘bellers’ tussendoor zouden komen.

Hij heeft zijn dag niet.

Oud worden is niet altijd leuk, zeker niet als je verward raakt en je daar nog van bewust bent. Wat doe je dan? Je maakt je eigen logica en die is toch net iets anders dan die van ons.

Ik ben nog maar net bij haar naar binnen gelopen als mijn pieper gaat. Verbaasd constateer ik dat er iemand belt, die dat vrijwel niet meer doet, sinds hij zijn bedhek niet meer omhoog heeft. Volgens mij is hij al geholpen met wassen en aankleden, dus zijn vraag zal niet zijn of ik weet wanneer hij aan de beurt is.  Ik besluit er meteen maar even heen te lopen en laat haar weten dat ik over vijf minuten weer terug ben.

Spreken met consumptie.

Hij zit te ontbijten en heeft net zijn mond vol, zodat hij niet direct kan uitleggen waarom hij belt. Ik ben blij dat hij de moeite neemt om eerst zijn mond leeg te eten, want zelfs met lege mond spreekt hij met consumptie. Het zou een vieze boel worden, dus ik wacht geduldig af tot hij zover is. Zo te zien is hij nerveus want zijn parkinsonachtige tremoren spelen heviger op dan normaal.

Hoet heet het ook alweer?

“Ik snap het niet, net lag hier nog een vierkant dingetje, met vier dingen er in”, begint hij en vervolgt dat hij niet op de juiste woorden kan komen. Gelukkig begrijp ik direct wat hij bedoelt. Het zakje, inderdaad vierkant, met zijn medicatie is hij kwijt. Ik heb het, eerder die ochtend, bij hem op het aanrecht gelegd. De enige plek die ik kan bedenken is de pedaalemmer. Misschien heeft hij het zakje per ongeluk weggegooid.   “Doe niet zo gek, dat zou ik nooit doen”, is zijn reactie hier op. Toch kijk ik er in en ja hoor, onder de verpakking van het plakje kaas ligt het zakje. Gelukkig heb ik het niet open gemaakt toen ik het neerlegde, anders had ik de hele pedaalemmer kunnen doorzoeken. Vies karweitje op de vroege ochtend.

“Dat heeft die andere natuurlijk gedaan. Stom gedoe hier altijd”, zegt hij mopperend en met veel consumptie. De tremoren zijn er nog in alle hevigheid, hij moet eerst even kalm worden voordat deze minder worden. Ik reageer niet op zijn reactie, zeg hem gedag en ga terug naar zijn buurvrouw.

Verwarde mensen logica

Later die dag gaat mijn collega een stukje met hem over de gang lopen. Eigenlijk zou ik dat doen, maar de verpleeghuisarts kwam en daar moest ik bij zijn.   “Lekker hoor die karweitjes die ik van jou overneem!” zei mijn collega tijdens de lunch. Wat bleek, hij was op een mandarijn gaan zitten en had ‘m helemaal geplet. Broek nat, onderbroek nat en het kussen in de rolstoel nat. Voordat ze konden beginnen aan de dagelijkse wandeling moest híj een andere broek aan en de zitting van de stoel schoongemaakt.  Zelf kon hij hier natuurlijk niks aan doen, want hij had die mandarijn niet in zijn stoel gelegd.  “Dat zullen jullie wel weer gedaan hebben”, was zijn logica.

Rust

Wat een rust. Geen gedoe met schoolgaande kinderen, niet op de klok hoeven kijken omdat ze weer bijna thuis komen. Gewoon mijn gang gaan zoals ik al een aantal jaren gewend was.

 Na dit weekend gewerkt te hebben kon ik vanmorgen heerlijk uitslapen. Geen kinderen die op tijd naar school hoefden. Gewoon in mijn eentje mijn ontbijtje eten, daarna onder de douche, haren wassen en een beetje ‘tutten’. Wel even de auto naar de garage gebracht omdat er iets rammelt als ik mijn auto start. Meestal schuif ik dat soort dingen graag voor me uit, maar het idee dat mijn uitlaat er straks misschien onderuit valt vond ik niet zo’n fijn idee. Vroeger kon ik dan gewoon op de fiets naar mijn werk, maar deze keus heb ik nu niet, dus moet mijn auto het wel gewoon doen. Volgens de monteur is het waarschijnlijk gewoon een hitteschildje, dus niets bijzonders.

Werken in het weekend

Het was druk dit weekend. In het verzorgingshuis was het rennen, vliegen, hollen geblazen. De buikgriep is in aantocht. Het begint ergens en voor je het weet heeft iedereen er last van. Voorzichtig dus en allerlei voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Schorten, mondkapjes, handalcohol en handschoenen liggen zo hier en daar op de plankjes naast de voordeuren van bewoners. Gelukkig heeft het zich dit weekend niet verder uitgebreid.

Wel gaat er iemand steeds een beetje verder achteruit en kwam de verpleeghuisarts langs. Familie gebeld, zodat ze op de hoogte zijn en na een poosje zat de hele familie bij haar in het appartement. De zoveelste antibioticakuur werd ingezet. De vorige is nog maar een dag of twee geleden afgelopen en nu alweer één. Deze keer een te injecteren kuur, want het slikken gaat niet altijd goed. Stiekem vind ik het leuk, want heel veel verpleegtechnische handelingen kom ik niet tegen in het verzorgingshuis. De kuur oplossen in vloeistof, goed schudden en vervolgens in de spier van het bovenbeen injecteren. En ik ben niet de enige die dit leuk vind om te doen. De collega die mij aan het eind van de dag afloste vond het jammer dat de handeling al gedaan was.

Na mijn dienst naar huis, waar het drukker was dan de afgelopen twee weken omdat mijn stiefkinderen er dit weekend waren.

Energievreters.

Als ik aan de afgelopen twee jaar denk voelt het als tropenjaren. Het valt beslist niet mee om op je 53e in een gezin te stappen met twee basisschool kinderen, daar was ik al jaren uit. Voor die tijd werkte ik 36 uur in de week, ging regelmatig toch wel wat te laat naar bed, maar was ik lang zo moe niet als de afgelopen twee jaar. Wat ging daar een energie in zitten zeg. Uiteraard vindt menigeen dat ik toch zeker wel wist waar ik aan begon. Dat dacht  ik inderdaad te weten, maar de realiteit was  toch vaak heel anders. Het is iets waar menig stiefouder tegen aan loopt.

Op mijn vrije dagen altijd op tijd opstaan om te zorgen dat ze niet te laat op school kwamen. Dat was ik al jaren niet meer gewend. ’s Middags op de klok letten omdat ze vlak na drieën weer thuiskwamen. Al mijn activiteiten daar om heen plannen. Met ze om de tafel om wat te drinken, fruit te eten en alle verhalen aan te horen:

“Het was stom vandaag op school. Taal was stom, rekenen was stom en bovendien werd ik weer eens geplaagd.”

Dwars daar doorheen  probeerde de ander dan ook vaak een duit in het zakje te doen en leek het een concurrentiestrijd wie de vervelendste schooldag had gehad.

Langzaam probeerde ik er in te krijgen dat ze eerst de leuke dingen vertelden. En inderdaad bleek dan dat het stomme van alles al gauw veel minder was dan het leuke. Omdenken op kinderniveau en uiteindelijk ging dit werken..

Gewoon even helemaal niets.

En nu geniet ik van een hele dag vrij zonder dat ik met schoolgedoe hoef rekening te houden. Uiteraard zijn er genoeg dingen die ik van mezelf ‘moet’, want de was springt niet uit zichzelf in de wasmachine. De stofzuiger heeft nog steeds niet bedacht dat hij de kamer moet stofzuigen omdat zo hier en daar kruimels op het kleed zwerven en er chocoladevlokken onder de tafel liggen. Maar verder hoef ik van mezelf even helemaal niets.

2014

Alweer een jaar voorbij. Wat zal dit nieuwe jaar brengen. Behalve de sleutel van ons nieuwe huis weet ik het niet. Ja, toch wel, want eind april wordt mijn kleindochter geboren. Alweer mijn vijfde kleinkind. Verder is niets zeker en in de toekomst kijken kan ik niet.

 Over drie weken krijgen we de sleutel van ons nieuwe huis. Kijkers voor ons huidige huis hebben we nog niet gehad. Jammer, want het lijkt me prettig als daar wat meer zekerheid over zou zijn. Wanhoop ik nu? Nee hoor, er komt gerust een koper en anders verhuren we het gewoon en worden we huisbaas.

Sociale contacten

 groep mensen

Zal ik dingen missen als we hier niet meer wonen? Nee, ik weet dat dit niet het geval zal zijn. Sociale contacten heb ik niet echt opgebouwd. Ooit zei iemand over mij dat ik het prettig vind om mensen om me heen te hebben, maar dat ik er niet afhankelijk van ben. Ik denk dat hij gelijk heeft.

Ik ging wonen in het huis waar Arie met de moeder van zijn kinderen heeft gewoond. Vanwege zijn kinderen koos ik hier bewust voor, zonder te beseffen dat dit niet altijd mee zou vallen. Niet vanwege het huis, want het is gewoon mijn huis geworden. Of beter gezegd “ons huis”. Nee, het is meer alles wat er mee samenhangt. Natuurlijk had ik vriendschappen op kunnen bouwen met mensen die verweven waren met het leven van Arie, zijn kinderen en hun moeder. Voor mij werkte dat niet. Maar ook de basisschool van de kinderen bijvoorbeeld. Ik had me natuurlijk kunnen storten in het helpen op deze school. Maar ik had me ook met mijn hele ziel en zaligheid in kunnen zetten voor de kerk. Daarmee had ik heel wat sociale contacten op kunnen bouwen.

Helpen op de basisschool?kids_groep2

Waarom deed ik dat dan niet? Had ik er geen tijd voor? Beslist wel. Dat was de reden dan ook niet. Het past gewoon niet meer in mijn leven. Helpen op de basisschool heb ik jaren geleden al gedaan. Toen mijn jongste dochter drie was ben ik begonnen in de schoolbibliotheek en bij het overblijven. Dat is ruim 23 jaar geleden en ik heb het 12 jaar volgehouden. En eerlijk waar, ik vond het toen hartstikke leuk, maar nu zou ik er niet meer aan moeten denken. Bovendien omring ik mezelf dan met vrouwen die in een totaal andere levensfase zitten dan ik. Jonge moeders met basisschool kinderen, terwijl ik zelf al oma ben.

Natuurlijk was het voor mijn stiefkinderen heel leuk geweest, maar voorwaarde blijft dat ik het zelf ook leuk moet vinden. En dat is niet zo.

Actief binnen de kerk?

kerk

Jaren ben ik actief geweest binnen de kerk. Ik bespeelde het orgel, zong met het kinderkoor, zong zelf in het koor en deed dit alles met groot plezier. Er kwam echter een eind aan.

Ook in deze kerk had ik op muziek gebied van alles aan kunnen pakken. Toen ik hier nog maar net woonde werd mij gevraagd of ik een ‘meidengroep’ wilde leiden met zingen.

Het leek mij best leuk, maar ik ben er toch niet op ingegaan. Het idee dat ik aan alle kanten vast zit aan activiteiten binnen de kerk weerhield mij hiervan.

Een enkele keer heb ik piano gespeeld tijdens een dienst. Dat vond ik leuk om te doen, maar als de halve gemeente er dwars doorheen gaat zitten kakelen is de animo er al gauw vanaf.

Vuurwerk

vuurwerk

Kijk, dat is zo ongeveer het enig wat ik zal missen. Het bijna ontbreken van vuurwerk.  Op de laatste dag van het jaar waren hier wat kinderen met rotjes bezig en in de loop van de avond klonk er af en toe een knal. Om 0.05 uur begon het vuurwerk afsteken pas echt en klokslag 0.30 uur was het weer stil. Heerlijk, vooral omdat ik de volgende dag moest werken en dus mijn wekker om 5.30 uur zou aflopen.

En misschien het wonen in een twee onder één kap, waarvan het tweede huis leeg staat. We wonen dus eigenlijk in een vrijstaand huis. Straks wordt dat een rijtjeswoning, maar ach, ik heb jaren in zo’n huis gewoond en zelfs nog een paar jaar op de zevende etage van een galerijflat.

Kortom: Er zal weinig of niets zijn wat ik hier ga missen.

Zingen!

 zangkoor

Bovendien ga ik volgende week voor het eerst mee repeteren in het Emmeloords Vocaal Ensemble. Twee jaar geleden stapte ik uit het Waterlands Kamerkoor omdat ik hierheen verhuisde en nu pak ik het weer op. Heerlijk lijkt me dat. Het koor heeft niet direct een alt nodig, maar ik ga er vanuit dat ik wel gewoon mee mag repeteren. En wie weet, misschien zing ik straks wel mee als er een concert gezongen wordt. Ik zie het wel. Belangrijk is dat ik daar waarschijnlijk meer mijn sociale contacten zal vinden dan de laatste twee jaar het geval was.

De jaarwisseling

Soms is het lastig om de bewoners van het verzorgingshuis alle goeds te wensen voor het komende jaar. De één reageert wat knorrig omdat hij het helemaal niet ziet zitten en denkt dat hij het eind van dit jaar niet gaat halen. De ander moppert dat al dat goeds wel aan haar deur voorbij zal gaan. Gelukkig zijn er ook nog die blij reageren en mij en mijn collega’s ook alle goeds toewensen.

Bij een wat dementerende dame, die ik niet goed ken, kom ik binnen. Ik geef haar een hand en wens haar een goed nieuw jaar. Ze kijkt wat verbaasd, maar wenst mij hetzelfde toe.

We gaan aan het werk en ik help haar uit bed. Langzaam loopt ze achter de rollator naar de badkamer. Ze moet nog even plassen voordat ik haar kan helpen met wassen. In die tijd maak ik haar bed even op en als ik weer bij haar kom vraagt zij:

“Wat is het voor dag vandaag?”

Ik vertel haar dat het vandaag woensdag 1 januari is en zij wenst mij meteen een gelukkig nieuw jaar.

Als zij klaar is een in haar stoel zit komt mijn collega met de koffie binnen. Ook zij wenst haar een gelukkig nieuw jaar.
Ik ruim de boel nog even aan kant, zeg haar gedag en krijg als reactie:

“Een fijne jaarwisseling gewenst!”