Monthly Archives: December 2013

Het zijn de kleine dingen die het doen

Ik stap het appartement binnen om haar dossier weer terug te leggen, als ik haar hoor zeggen:

“Dat is zo fijn, als ik de kamer in loop….”

Ze ziet mij, dekt de hoorn van de telefoon af met haar hand en wenkt me dichterbij om me te bedanken dat ik de verwarming hoger gedraaid heb en wat lampen aandeed. 

We moeten in de zorg de ouderen zo zelfstandig mogelijk laten blijven, maar toch zijn er mensen die zo’n kleinigheid nodig hebben. Ze piekert veel, vooral als de dagen korter worden, dus draai ik de verwarming hoger en doe de lampen aan. Ook dat ene lampje in de vensterbank waar, zoals ieder jaar, een papieren kunstwerk voor staat. Een zwarte stal waar figuren uitgeknipt zijn. Daarachter is vliegerpapier geplakt en het is heel sfeervol wanneer het lampje er achter brandt.

Zo is er ook een echtpaar waarbij de man baat heeft bij een toiletverhoger. Voor haar leek het mij ook makkelijker opstaan na de toiletgang.

“Ik vind het helemaal niets”, liet ze mij weten.

Het verbaasde mij, maar ze kon het goed uitleggen:

“Als ik zo hoog zit, kan ik niet meer zelf mijn billen afvegen en ik kan al zo weinig zelf”.

Zo had ik het nog niet bekeken, maar wist wel direct een oplossing:

“Dan haal ik de toiletverhoger er af als u naar het toilet gaat en zet ‘m er daarna weer op”.

Ze was er wat sceptisch over, want dat zou natuurlijk wel weer vergeten worden, maar Iedere toiletgang doe ik standaard wat ik afgesproken heb en gisteren zei ze:

“Weet je dat je één van de weinigen bent die dit doet?”

Ik antwoord haar dat ze het mijn collega’s ook gewoon zou kunnen uitleggen.

Voor deze handelingen geldt dezelfde vraag. Zal ik ze volgend jaar nog kunnen doen, die kleine dingen die belangrijk zijn voor ouderen die van hulp afhankelijk zijn? Past dat nog binnen de zorgminuten die geregistreerd moeten worden? Ik vraag het me af. Ik ben bang van niet en eigenlijk is dat om heel verdrietig van te worden.

 

 

 

Mijn kerst 2013

Kerst 2013

In de kerk waarin ik ben opgegroeid waren geen kerstnachtdiensten. Er was gewoon kerkdienst op eerste kerstdag.

Kerstboom in de ban

Op een gegeven moment werd de kerstboom in de ban gedaan. Mijn kinderen waren toen nog klein of misschien waren ze nog niet geboren. Gek dat ik dat niet meer precies weet. Het was een kale boel. Er werd nog wel een kerstmiddag gehouden, maar “het kerstverhaal” werd niet voorgelezen.  Tijdens de kerstdienst, op eerste kerstdag, werd het kerstevangelie genegeerd. Het leek alsof het niet bestond. We zongen wel kerstliederen, maar dat was het dan wel zo’n beetje.

De kerstboom terug

Langzaam aan kwam de kerstboom terug in deze kerk. Eerst alleen in de hal, later ook in de kerkzaal. Alleen het kerstevangelie, dat wilde niet vlotten. Het was kerst, maar ook weer niet.

Een geweldige toneeldominee

Ik kom al jaren niet meer in mijn geboortekerk maar ben een aantal jaren geleden de PKN kerk gaan bezoeken. Niet wekelijks, maar gewoon wanneer ik vond dat ik daar weer eens heen zou kunnen gaan.

Dezelfde kerk en toch totaal anders

Arie is organist in een PKN kerk en speelt daar iedere paar weken een kerkdienst. Dan ga ik meestal mee en toch vind ik daar niet wat ik in Middenbeemster vond. Daar was een dominee die de kerkdienst begon met een stukje voor de kinderen. Dat deed hij enorm leuk. Hij voerde hele toneelstukken op in zijn eentje, waar ik van genoot. Daarna kwam de kerkdienst en altijd was er wel iets wat mij aansprak. Hier heb ik dat niet en vind dat toch wel wat jammer. Ik kom meestal thuis met het gevoel dat ik mijn tijd heb zitten verdoen.

Zoektocht naar een grote kerk

Gisteravond ben ik met Arie naar de kerstnachtdienst geweest. Hij herinnerde zich de massale samenzang uit zijn kindertijd en wilde het gevoel terug wat hij daarbij had. Met dat idee ging hij op zoek naar een grote kerk waar een goede organist de kerkdienst zou spelen.

Zo trokken wij gisteravond naar Amersfoort waar zijn vroegere orgelleraar speelde. Het gaf mij een wonderlijk gevoel dat ik één uur en een kwartier in de auto zat voor een kerstnachtdienst en vroeg me even af of het deze rit waard zou zijn.

Kerst en weemoed

Het was een onvergetelijke avond. We waren er al vroeg, zodat we het voorprogramma mee konden maken: Samen- en koorzang. Ik heb in mijn hele leven niet zoveel kerstliederen gezongen als gisteravond. Wat geweldig, zo’n volle kerk, zo’n prachtig orgel en een koor wat schitterend zong.

Even had ik een moeilijk momentje en liep er een traan langs mijn wang naar beneden. Het koor zong :” Dierb’re heer Jezus”, een lied, dat ook in mijn geboortekerk werd gezongen, vaak door het kinderkoor. Het stemde mij weemoedig. In plaats van dit gevoel te ontrafelen, gaf ik Arie een hand en liet het komen en weer gaan. Die traan droogde vervolgens vanzelf weer op.

Mijn kerstgevoel

Nog niet eerder vond ik een Kerstdienst zo fijn, maar tegelijkertijd was ik blij dat ik al besloten had om eerste kerstdag niet mee te gaan. Het gevoel daar zelf voor te mogen kiezen, is voor mij een mooi kerstgevoel.

 

 

Mijn passie

Ik speel piano en kan dat goed. Zo, dat heb ik maar eens hardop gezegd, of eigenlijk geschreven.

En waarom schrijf ik dat nu ineens? O ja, omdat ik aan de voorspeelavond van mijn pianodocente mee heb gedaan. Daardoor kwam dit allemaal naar boven.
Nu moet je echter niet de vergissing begaan en denken dat ik alles, wat je me voorschotelt, zomaar even wegspeel. Zo werkt het niet. Ik moet wel degelijk studeren, maar dat moeten beroepsmusici ook. Bovendien studeren die heel wat meer uren dan ik doe. Ik studeer iedere dag meestal een uurtje. Soms wat meer, soms wat minder. Dat hangt van de beschikbare tijd af. Niet dat ik dit van iemand moet, nee hoor, dat is iets wat van binnenuit komt, mijn passie.

Worstelen!!

Weet je waar ik, helaas, wel eens mee worstel? Met de vraag of ik echt wel zo goed kan spelen. Waar dat vandaan komt weet ik niet precies, maar het gevoel bekruipt me met enige regelmaat. Gelukkig zijn de perioden die hier tussen zitten steeds groter.

Het overvalt me nog wel als ik aan iets nieuws begin. Maar wees eerlijk, geen enkele amateurpianist kan binnen een week een perfecte uitvoering van  de Liebestraum van Liszt spelen. Ik dus ook niet.

De makkelijkste van de drie.

Ik ben een week of vijf geleden begonnen met het eerste deel hiervan. Je hoort het nooit op Classic FM of op radio 4. Ook op Youtube is dit deel bijna niet te vinden. Slechts één uitvoering kon ik er van vinden. Het wordt dus gewoon niet vaak gespeeld. Deel drie is de bekendste en hoor je vaak.

Mijn pianodocente zei hierover:

“Waarom denk je dat dit zo is? Het is gewoon de makkelijkste van de drie.”

Zo had ik het nog niet bekeken. Waarschijnlijk is dit ook het geval met Sonate opus 28 van Beethoven. Regelmatig hoorde ik daar op de radio een deel van, het Rondo. Ook wel bekend als herderslied. Prachtig vond ik het en ik heb het leren spelen. De rest van de sonate heb ik ook bestudeerd en die bleek veel moeilijker te zijn.

Mij pianodocente heeft dus waarschijnlijk gelijk met haar uitspraak.

Vaak lieflijk, soms hectisch.

Lieder Ohne Worte van Mendelssohn vind ik ook schitterend. Ze zijn vaak heel lieflijk en klinken als een lied (zonder woorden, ja) met daaromheen wat luchtig gepingel.

Laat nou dat luchtige gepingel het moeilijkste zijn. Daar gaan weken overheen en dan klinkt het bij mij eindelijk als dat luchtige gepingel. Het lijkt heel simpel,  maar dat is het gewoon niet.

Nu ben ik begonnen aan Opus 19. Deel één en twee heb ik al achter de rug en deel drie staat  in de grondverf. Het lijkt nog helemaal nergens op. Ik luisterde op Youtube naar een uitvoering en bedacht dat ik nog lang niet zo ver ben. Het moet snel, kort en hectisch. Het wordt dan ook niet voor niets “Hunters song” genoemd.

Schildpad op jacht.

Bij mij klinkt het nog niet zo. Ik ben nog in het stadium dat alles langzaam gaat. Een soort jagende slak of schildpad. Ik hoor niet eens goed wat het moet worden, maar zet stug door want er komt een dag dat ik het speel zoals het moet klinken. Misschien net iets anders omdat ik er toch mijn eigen stempel op druk.

Arie hoort alles vorderen en zegt regelmatig:

“Het wordt steeds mooier”. 

Belachelijk dus, dat ik soms denk dat ik helemaal niet zo goed kan spelen. Waar dat vandaan komt? Misschien omdat het vroeger thuis heel gewoon gevonden werd, maar ook doordat ik vroeger als kerkorganist niet altijd gewaardeerd werd.

Waardering.

Ja, als kerkorganist, want ooit had ik kerkorgelles en speelde kerkdiensten. Ik speelde voor of na de kerkdienst wel eens iets wat niet direct met  kerkmuziek te maken had. Het commentaar wat ik kreeg was vrijwel altijd: “We hebben liever dat je gewoon iets speelt wat we mee kunnen zingen of minstens mee kunnen neuriën. Dit herkennen we niet en van ons hoeft het niet.”

Niet gewaardeerd dus en dat heeft er bij mij vast ingehakt.

Verantwoordelijk

Er is een tijd geweest dat ik helemaal alleen, in mijn eentje dus, woonde en overal verantwoordelijk voor was. Voor alles wat goed ging, maar uiteraard ook voor alles wat verkeerd ging. Ik vergeet dan nooit dat ik een gsm abonnement had afgesloten voor             € 25,00 per maand, met het idee dat ik hier heel veel voor kon bellen. Helaas, toen de eerste rekening binnenkwam was ik genezen. Deze viel ruim € 100,00 hoger uit en ik kon hier niemand anders dan mezelf de schuld van geven. Ik leerde er van en ging daarna anders met mijn telefoon om. Zo gaat dat als je alleen woont.

Of het nu komt dat ik automatisch verantwoordelijkheid naar me toe trek, of dat ik een “stripwolkje” boven mijn hoofd heb hangen met tekst “is verantwoordelijk”, dat weet ik niet, maar ook nu lijkt het dat mensen mij verantwoordelijk houden voor van alles en nog wat. Zo krijg ik de meest wonderlijke vragen sinds mijn omgeving weet dat mijn stiefkinderen bij hun moeder gaan wonen:

“Goh, vind je het niet erg dat ze weg gaan?”

“Hoe voelt dat voor jou, dat ze bij hun moeder gaan wonen?”

“Als je maar ziet dat het goed gaat met ze, dan voelt het voor jou ook goed, anders waarschijnlijk niet, want het belang van de kinderen staat toch altijd voorop.”

Allemaal vragen waarbij ik denk:

“Ze gaan niet naar een weeshuis of een pleeggezin hoor. Ze gaan gewoon bij hun eigen moeder en haar vriend wonen. Dat wil zij zelf, al heel lang, en nu is het bijna zo ver”

Mijn stiefzoon verkondigt al zolang ik hem ken dat hij, als hij twaalf is, zelf mag kiezen en dan daar wil wonen.  Vind ik dat erg? Nee, want voor mij is het de gewoonste zaak van de wereld dat een kind bij zijn moeder wil zijn.

Worden deze vragen ook aan hun vader gesteld? Ik heb het nog niet van hem gehoord, dus ik denk het eigenlijk niet. Maar belangrijker nog, werden deze vragen ook aan hun moeder gesteld? Uiteindelijk wonen ze nog steeds hier en niet daar.

Tja, hoe voelt dat dan voor mij? Zoals ik al zei, het is voor mij de gewoonste zaak van de wereld dat een kind bij zijn moeder woont. Meestal willen moeders dat ook zo. En nee, ik vind het dus niet erg. Ze komen voortaan iedere twee weken een weekend bij ons en misschien kom ik dan als stiefmoeder wel beter uit de verf dan nu, want nu ben ik opvoeder en heb ik een dagtaak:

“Opvoeden, regels stellen, afspraken maken, duidelijk zijn, zorgen dat er huiswerk gemaakt wordt, corrigeren, zorgen dat ze hun kamer opruimen voordat ik daar ga stofzuigen, zorgen dat maandelijks de opvang goed geregeld is, vragen aan de gastouder of het uitkomt dat ze een dag vaker komen omdat ik naar mijn eigen kinderen wil, heen en weer rijden naar de psychomotorisch kindertherapeut, zorgen dat ze goed eten, zorgen dat er hoestdrank wordt gehaald en deze ook ingenomen wordt, uitleggen dat je gezond moet eten zelfs wanneer je je niet helemaal fit voelt, uitleggen dat slaap goed voor je is omdat dan je groeihormonen aan het werk zijn, en nog veel meer”.

Ik hoor u denken:  “Maar waarom doe jij dat allemaal?”

Nou gewoon, omdat ik minder uren werk en op de dagen dat ik werk altijd twee uur eerder thuis ben dan hun vader. Dat is het voordeel van werken in de zorg, dan begin je om zeven uur en ben je om half vier klaar.  Ik kan dus niet anders, want als ik dan niet opvoed, geen regels hanteer, niet corrigeer en geen afspraken maak, etc., etc., zou ik een heel slechte stiefmoeder zijn. Het zou ontaarden in “Het huishouden van Jan Steen”. Dat wordt het vanzelf, zonder regels en zonder aansturing.

Voor hun vader en moeder zijn ze het belangrijkste wat er is, voor mij geldt dat toch echt in mindere mate. Ik heb zelf drie kinderen en al zijn ze volwassen, ze zijn voor mij belangrijk. Ik maak ze de laatste twee jaar mee in hun rol als vader en moeder en zie ze daar in groeien. Mijn kleinkinderen zijn een verlengstuk van mijn kinderen en ik zie ze groter worden. Soms zijn ze ziek en dan leef ik mee. Ik kan er niks aan doen dat ik daar anders tegen aan kijk dan tegen mijn stiefkinderen.

Er werd mij eens gezegd:  “Je ben niet hun eigen moeder, dus mis je die basisliefde voor ze.” Dat is confronterend, maar waar. Maar laten we het eens omdraaien, want ik ben niet hun moeder, dus waarschijnlijk missen zij ook die basisliefde voor mij. Ze vinden mij lief, aardig en leuk als ik leuke dingen verzin. Zodra ik boos word, regels of eisen aan ze stel, of aan hun gedrag, vinden ze mij gewoon niet lief, aardig of leuk. Dat is confronterend, maar helaas óók waar.

Ik voel de verantwoording en die wordt nog eens gevoed doordat veel mensen in mijn omgeving mij verantwoordelijk lijken te houden voor hun welzijn. De juf op school, de mensen in de kerk, de buurvrouw, de gastouder, de moeder van een vriendje of vriendinnetje. Soms vind ik dat niet eerlijk, want ik ben niet als enige verantwoordelijk voor hun welzijn. Dat zijn in de eerste plaats hun vader en moeder, ergens lager op de ladder sta ik ook, maar hoofdverantwoordelijk ben ik beslist niet. Het voelt ook heel vervelend dat er mensen zijn die me dat gevoel op lijken te dringen. Regelmatig heb ik daar last van en vraag ik me af of ik het wel goed doe. Of ik niet nòg meer rekening met ze moet houden en tegelijkertijd weet ik dat dit niet hoeft. Ik hou rekening met ze, maar mijn eigen kinderen en kleinkinderen zijn voor mij belangrijker en dat zal altijd zo blijven.

De Zwarte Pieten discussie

De Zwarte Pieten discussie

Misschien is het inderdaad waar dat de hele discussie rondom Zwarte Piet flink aangedikt is door de Middenstand, want dit jaar is er weer meer geld uitgegeven aan Sinterklaascadeaus dan vorig jaar. Daar moet toch een oorzaak voor zijn? De crisis kan het niet wezen, want normaal gesproken geef je dan minder geld uit omdat je nu eenmaal minder te besteden hebt. Op zo’n moment denk ik dan ook echt dat de crisis voor de meeste mensen waarschijnlijk wel meevalt. Let wel, voor de meeste mensen, want er zullen er genoeg zijn die er flink wat hinder van ondervinden.

Als middenstander heb je het natuurlijk goed bekeken door zo’n discussie over de Piet die wel of niet zwart zou mogen zijn, flink aan te dikken. Heel Nederland wordt direct weer flink met zijn neus op de feiten gedrukt dat het Sinterklaasfeest één van de weinige tradities is die Nederland kent. Lang niet gek om daar gebruik van te maken.

Aan ons hebben ze niet zo heel veel gehad, want wij besloten dit jaar lootjes te trekken met z’n vieren. Mijn stiefkinderen zijn op een leeftijd dat ze niet meer in de goede Sint geloven en dan is dat een leuk alternatief. Voor iedereen is hetzelfde bedrag uitgetrokken en de afspraak is gemaakt dat ieder twee cadeautjes koopt, één surprise en één gedicht maakt. Half november zijn we met elkaar de stad in gegaan om onze slag te slaan.

Het was grappig om te merken mijn stiefkinderen weinig benul van de waarde van het geld hebben. Ze dachten werkelijk dat er heel wat gekocht kon worden. Helaas, het moesten kleinere en voordeligere cadeaus worden. Ze begrijpen waarschijnlijk maar al te goed dat ze zelf dus ook niet de “hoofdprijs” zullen krijgen.

Op tijd zijn ze aan hun surprise en gedicht begonnen. Daarna werd alles ingepakt en apart gezet, want er raakt hier regelmatig spontaan iets zoek. Dat moeten we met cadeaus natuurlijk niet hebben.

U ziet, met Sinterklaascadeaus kopen hebben wij de economie helaas niet gestimuleerd. Dat geeft niet, want we hebben wel een huis gekocht en zitten straks misschien wel een poosje met twee huizen. Ons best doen we dus wel.

Mijn eigen kinderen en kleinkinderen zie ik dit jaar niet met Sinterklaas, maar ik heb wel voor ieder kleinkind twee pakjes ingepakt en alvast bij ze langs gebracht, zodat het bij de rest van de cadeaus kan worden gedaan. Ik heb al bedacht dat ik volgend jaar vraag of ze het bij ons willen vieren. Het is nog een eind weg, maar ik denk graag vooruit. Waarschijnlijk vloeit dat voort uit mijn werk, waar ik altijd rekening moet houden met een rooster en mijn vrije dagen soms maanden van te voren moet aanvragen.

Volgend jaar start ik bijtijds de discussie of Piet wel zwart mag zijn. Dan gooi ik meteen het paard van Sinterklaas, wat over gladde daken moet lopen, in de groep. Levensgevaarlijk en dieronvriendelijk. Wat heet………………het is pure dierendiscriminatie en dat willen we niet.

 

Onze toekomstige woning

“Wat een meevaller, dit deel van de kamer is breder dan in mijn herinnering”, is het eerste wat ik denk als ik binnenkom in onze toekomstige woning. Toch wel raar. We hebben de woning gezien, de plattegrond heb ik al vaak bekeken en toch lijkt het huis anders dan in mijn hoofd het geval is. Goddank valt het niet tegen, want dat had ook gekund.

We hadden met de huidige bewoners een afspraak gemaakt om te beslissen welke spullen we over willen nemen, maar ook om op te meten hoe groot de linnenkast mag zijn die we gaan bestellen. Nu hebben we een ingebouwde kast en uiteraard kan deze niet mee.

Veel valt er niet over te nemen. De schommel is weggehaald, omdat de makelaar al had doorgegeven dat we die niet wilden. Gelukkig dat wij niet op deze beslissing terug waren gekomen in verband met de kleinkinderen. Maar om daar nu een schommel voor in de tuin te hebben terwijl niet veel verderop een speelplaatsje is, leek ons wat ver gezocht. Zelf gaan we vast en zeker niet schommelen en mijn stiefkinderen worden daar ook wat te groot voor. Bovendien zijn die er straks alleen nog maar om de twee weken in het weekend. Dus laat maar die schommel.

De rolgordijnen nemen we over. Altijd handig voor de eerste periode. We kunnen ze altijd nog vervangen. De overgordijnen zijn wel erg wit en bovendien heb ik al hele mooie stof gezien. Gewoon bij Leen Bakker en laatst ging Arie mee, liet ik hem rondneuzen tussen die gordijnstoffen en bleek hij dezelfde stof mooi te vinden. Appeltje eitje dus.

Arie ging in de slaapkamer aan de slag met de rolmaat en kreeg assistentie van de heer des huizes. Viel niks tegen, er kan een flinke zweefdeur kast in. Ineens vroeg de vrouw des huizes of we geïnteresseerd waren in de commode. Een prachtig exemplaar, wat gehavend aan de bovenkant, maar dat is te verhelpen. Ze bleken er beiden wel aan verknocht, maar het ding kon alleen via het raam in een andere slaapkamer naar buiten en daar leken ze niet veel zin in te hebben.

“Geweldig”, dacht ik, want bij het bezichtigen vond ik het al een fraaie kast. Mooi diep met grote laden. Wel is het ander soort hout dan het bed, maar wat geeft het. Misschien moeten we dan ook linnenkast kopen die nog weer afwijkt van het bed en de commode. Dan krijg je een mooi allegaartje. Daar hou ik wel van.

In onze huiskamer hebben we ook diverse houtsoorten, nou ja het meeste is fineer, met elkaar gecombineerd. Tel daar de piano, die donkerbruin, en het orgel wat lichtbruin is, bij op en ook daar staat een allegaartje.  Onze laatste aanschaf, een mahoniehouten boekenkast, is heel donker van kleur en een geweldige kast. Heerlijk, zo’n bij elkaar geraapt “zootje” in plaats van een toonzaal.

We drinken met het echtpaar des huizes nog een kop koffie en om me heen kijkend richt ik de woonkamer alvast in. De piano en het orgel zijn grote ruimtevreters, maar ik zie al helemaal de oplossing voor me. Dan grenzen ze meteen allebei niet aan de buurmuren. Dat scheelt een hoop. De dochter des huizes, 10 jaar oud, raakt helemaal enthousiast als ze hoort dat we een piano hebben en vraagt of ze een keer mag komen kijken.

“Als we hier eenmaal wonen en alles op orde hebben is het misschien wel leuk om te zien hoe het geworden is. Dan zie je meteen de piano”, laat Arie weten.

Of de buren ook zo enthousiast zullen zijn weten we nog niet, maar dat merken we vanzelf. Ik kan altijd nog mijn studiepedaal gebruiken, die dempt het geluid voor meer dan de helft.

We praten er thuis nog even over na, hebben het nog over de mogelijkheid van de modelspoorbaan op de voorzolder en dan gaan we weer over tot de orde van de dag, wat evengoed niet meevalt, want het huis spookt door mijn hoofd en zal dat nog wel even blijven doen.