Voelsprieten

Niet lang nadat ik bij Arie en zijn kinderen ging wonen hebben wij besloten dat we ooit een keer uit dit dorp zouden vertrekken. Ik ben geen dorpsmens, maar zo lang wij geen verhuisplannen hadden, deed ik het er mee. Op een gegeven moment wist ik niet beter dan dat ik regelmatig naar Emmeloord moest rijden. Op sommige dagen twee keer.

Het was, en is nog steeds, plannen geblazen om dat te voorkomen. Soms lukt het gewoon niet, want dan breng ik ’s morgens mijn stiefzoon naar zijn therapie, ga vervolgens boodschappen doen, haal hem weer op en rij terug naar huis, zodat hij naar school kan. Misschien had ik dan ook nog even naar de bibliotheek gewild, maar helaas, die is op dat tijdstip nog niet open. Bovendien red ik dat allemaal niet in dat ene uurtje, maar het betekent wel dat ik dan ’s middags of ’s avonds nog een keer die kant op moet.

Tot voor kort gaf dat allemaal niet, maar nu ik weet dat we in februari naar Emmeloord verhuizen baal ik regelmatig van al die ritjes. Tegelijkertijd kan ik er nu al van genieten dat ik dat soort dingen straks allemaal weer op de fiets kan doen. Idioot eigenlijk, dat balen en genieten tegelijk.

Na veel praten, wikken en wegen, besloten we om in ieder geval naar Emmeloord te verhuizen als mijn stiefzoon naar het voortgezet onderwijs gaat. Uiteindelijk besloten we te gaan  verhuizen zodra we een huis hebben gevonden wat naar onze zin is. Dat bleek al snel te zijn, want heel moeilijk zijn we daar allebei niet in. Het voornaamste was dat het Johannus orgel èn de piano hun plek moeten hebben, maar ook een logeerkamer stond op mijn wensenlijstje. Mijn ouders worden ouder en het is voor hen te veel om op één dag heen en weer terug te gaan. Gevolg was dat ze dan een hotelletje namen. Ook voor mijn kleinkinderen leek mij een logeerplek leuk.

We hebben, pakweg vier huizen bekeken. De eerste drie waren niks en één van de makelaars was zo slim om te vragen naar de reden van het afwijzen. Na onze uitleg bleek hij een prima huis in de verkoop te hebben. Die man verstaat zijn vak, dat is wel duidelijk.

Weet u trouwens hoe lang het tegenwoordig duurt voordat je een hypotheek rond hebt? Ik inmiddels wel. Dat beslaat een periode van ruim zes weken. Vroeger kreeg je zoiets voor elkaar in een week of twee, tegenwoordig worden je financiën doorgelicht, nog eens doorgelicht en bovendien moest Arie zijn pensioenvoorziening goed bekeken worden, want tja, hij is zestig en na zijn pensioen moet de hypotheek nog wel betaald kunnen worden.

Evengoed raar dat het allemaal zo lang moest duren, want de bank had uitgerekend dat we een hypotheek konden krijgen voor bijna het driedubbele van de waarde van ons nieuwe huis.

“Nog even dit ondertekenen en terugsturen, nog even daar een krabbel en o ja, die formulieren hebben we ook nog nodig. En uiteindelijk de contrabankgarantie, die moet u ook nog ondertekenen, want stel je voor u wint de loterij en besluit een villa te kopen, dan moet u het bedrag van de bankgarantie wel aan de verkopende partij betalen.”

Maar goed, alles is rond en wij verhuizen in februari naar ‘de grote stad’ en om alles verder nog eens ingewikkelder te maken verhuizen mijn stiefkinderen per 1 januari naar hun moeder en haar vriend.

Ja, ik weet het, het is misschien wat veel, maar ze gaan gewoon bij hun moeder wonen. Daar kijken ze naar uit, want wees eerlijk, een kind woont toch liever bij z’n moeder dan bij een stiefmoeder.  Uiteraard vinden ze het soms ook wel spannend-eng, want ze gaan naar een andere school en daar zitten allemaal kinderen op die ze nog niet kennen, maar ze zijn er zelf van overtuigd dat ze daar wel vriendjes krijgen.
Op momenten dat ik, aan hun gedrag, merk dat ze weer ergens mee zitten breek ik tijdens het avondeten de boel open en praten we over het verhuizen. Dan vraag ik hoe ze de dingen zelf zien. Meestal zijn ze daarna weer opgelucht en worden ze weer hun ‘gewone ik’.

Ik kan natuurlijk ook aan al die spanningen voorbij gaan, maar volgens mij is dat voor niemand van ons goed. Dan bouwt de spanning en onzekerheid zich op en het resultaat is dat ze dwars gaan liggen of gaan lopen provoceren. Dat moeten we niet hebben, dus zeg ik iedere keer dat ze moeten praten als ze iets niet snappen of iets eng vinden. Dan knikken ze braaf dat ze dat gaan doen, maar ondertussen vergeten ze dat en begin ik er toch maar zelf weer over.

Ik ben me er van bewust dat we allemaal weer onze weg moeten vinden straks. Mijn stiefkinderen bij hun moeder en haar vriend, maar ook bij ons, zelfs nog in dit huis, want de boel moet ingepakt en daarna bij ons in het nieuwe huis en in een andere omgeving. Het voordeel is echter dat er, ook voor hun, veel meer mogelijkheden zijn dan in dit dorp. Dat houden we met elkaar goed voor ogen en mijn voelsprieten staan altijd op scherp om spanningen te signaleren zodat we er pratend weer uitkomen.

 

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s