Chopin, Shoppin, Joe Pan

Ja hoor, je leest het goed: Chopin, Shoppin en Joe pan. Het is overigens één en dezelfde componist en ik hou van zijn muziek.

Chopin
In de film “It takes two” verbasterde een achtjarig meisje de naam Chopin tot Shoppin en in de film “The Greencard had de chauffeur van de pianist het over Joe Pan. Hilarisch en zo speel ik dus de ene keer Chopin, de andere keer Shoppin of Joe Pan. Net hoe mijn pet staat.

chopin.1

Ik had het boek met de Nocturnes van Chopin al in huis, want met mijn pianodicebte in Purmerend zou ik daar een begin mee maken. Maar ja, ik moest zo nodig naar de Flevopolder verhuizen en daar bleef het boek in de kast liggen liggen tot ik Nocturne 20 op de radio hoorde. Ik was meteen verkocht. Dat wilde ik leren spelen. Het klonk niet zo heel moeilijk, maar toen ik de nocturne opzocht veranderde ik van mening en leek het moeilijker dan ik dacht. Dat was zo’n zeven jaar geleden en het stuk werd nooit helemaal wat het worden moest. Vorig jaar december, na het pianoconcours voor amateusr, heb ik het weer opgepakt en zette ik door, zeker nadat ik het Wibi Soerjadi tijdens zijn nieuwjaarsconcert hoorde spelen. Ik nam het mee naar pianoles en gelukkig kon mijn pianodocent wel horen dat ik hier al eerder aan gewerkt had. Soms blijven stukken toch wel gedeeltelijk in je vingers zitten.

Het werd ploeteren en zwoegen. Het vorderde en vorderde alleen wist ik niet goed wat ik met de eerste vier maten moest. Twee keer hetzelfde thema met de nodige rusten en vervolgens komt dat thema in de hele nocturne niet meer terug. Tijdens die rusten moest de muziek doorklinken. Want ja, zei mijn pianodocent: “Daar wonen ook mensen”. Ik begreep wat hij bedoelde maar wist niet goed hoe ik dit moest vertalen in mijn spel.

Nu heb ik een docent die graag aanschouwelijk les geeft en dus aan mij vroeg of hij even achter de vleugel mocht. Wie ben ik dan om te zeggen dat ik dat niet wil? Hij zette in en in de rust na de eerste keer het thema begon hij aan zijn zij te krabben. Ik weet nog dat ik dacht dat dit iets was wat je toch echt niet moest doen, maar misschien had hij jeuk. Als mijn docent iets voordoet of voorspeelt blijft het nooit bij één keer,  dus het hele tafereel herhaalde zich, maar toen ging hij aan zijn onderbeen krabben. Het kwartje was inmiddels gevallen en ik lag in een deuk en riep dat ik het helemaal niet op die manier deed. Nee, hij overdreef, dat begreep ik ook nog wel. Pas daarna speelde hij het zoals het zou moeten klinken.

Toch bleef ik het lastig vinden. Dit proberen, dat proberen, mee ademen, mijn handen langzaam verplaatsen. Het was nog steeds niet wat ik wilde, tot ik met mijn lief en mijn ouders naar de Holocaust fototentoonstelling ging. Triest werd ik van al die foto’s van mensen die weggevoerd werden naar concentratiekampen waarvan de meesten niet meer terug zijn gekomen. Ik werd daar overspoeld door emoties terwijl ik de Tweede Wereldoorlog niet eens heb meegemaakt.  Toen ik ‘s avonds op de bank zat wist ik ineens op welke manier ik die vier maten moest spelen. Ik moest die emotie die ik voelde tijdens de fototentoonstelling naar boven halen. Hierbij haalde ik me één foto voor de geest die dit voor elkaar kreeg. Misschien niet in de laatste plaats omdat deze mensen de Holocaust overleefd hebben.

holocaust.

Tijdens mijn laatste optreden heb ik deze Nocturne gespeeld en ik voelde dat het goed ging. Ook die eerste vier maten. En dan is het zó gek om later de opname te beluisteren en vervolgens te horen waar het beter, anders en misschien mooier had gekund. Ik hoorde ook de plekken waar ik nog meer had kunnen overdrijven, terwijl ik dacht dat ik dat al deed.

Na dit optreden ben ik begonnen aan drie nieuwe stukken, van Czierny, Grieg en Beethoven. Dat van Beethoven is een stuk waar ik ook al eerder een poging aan waagde. Dit keer gaat dat vast lukken. Ook ben ik aan een nieuw liedje begonnen. Alles wat ik doe voelt weer onhandig. Deze keer neem ik me voor af en toe iets op te nemen om er mijn voordeel mee te doen. Mezelf horen spelen terwijl ik speel is anders dan mezelf horen op een opname. Dat is wel duidelijk.

 

Advertisements

Het gesprek

niet aangeboren hersenletsel.1

We weten nooit in wat voor humeur we hem zullen aantreffen. Daarnaast is het maar afwachten of hij mee wil werken of dat hij het douchen maar flauwekul vindt. 

Hij heeft zijn ontbijt op en ik wens hem goedemorgen.

“Ik zal je gordijnen even open doen.”

“Hé, daar lopen mensen. Jij bent ook een mens.”

“Ja, dat klopt. Jij ook.”

“Ja, maar ik ben ook loodgieter, geen klootgieter.”

“Zo is dat. Wil je douchen?”

“Nee hoor, ik ben toch schoon.”

Ik hoor het al, ik kan hem beter nog even met rust laten.

 

Hun liedje, haar liedje, maar ook mijn liedje.

“Wie heeft de zon uit je gezicht gehaald”

Mijn lief had eerder in de gaten dan ik dat dit liedje ook over mij gaat. Volgens mij ging het over mijn kleindochter en kleinzoon, maar later ook over mijn dochter en uiteindelijk ontdekte ik dat het ook over mij ging. Geen wonder dat ik regelmatig delen van het liedje niet kon zingen omdat mijn keel dicht zat. Vooral de laatste regel, die herhaald wordt en er even een moment van stilte valt. Daar hield voor mij het zingen vaak op. Al doende leerde ik hoe ik de emotie over kon brengen zonder dat ik er zelf in meegezogen werd.

Misschien moet je eerst even naar het liedje luisteren. Dat hoeft niet per definitie mijn versie van het liedje te zijn. Je mag ook naar de originele versie van Herman van Veen kunnen luisteren. Uiteindelijk kan hij dit veel beter dan ik.

 

Trouwens, begrijp me niet verkeerd hoor, want ik heb een fijne kindertijd gehad. Ook mijn tienerjaren waren goed, ondanks het streng christelijke gezin waarin ik opgroeide. Dat bood ook duidelijkheid en veiligheid.

Het liedje gaat dus niet over mijn kindertijd. Nee, het gaat over de tijd waarin ik getrouwd was met de vader van mijn kinderen. En heus, het was niet altijd vervelend of vol kommer en kwel. Er waren ook veel leuke momenten, alleen groeide er iets scheef. Dat ging zo langzaam dat ik te laat in de gaten kreeg dat wij geen gelijkwaardige relatie meer hadden. Verder zal ik ook de eerste zijn die zegt dat ik er zelf bij was en het dus liet gebeuren.

Pas toen ik merkte dat ik uit het raam keek, zo rond de tijd dat hij thuis kwam, om te zien hoe de vlag er voor stond begon er bij mij iets te dagen. Ik keek ook altijd de kamer rond om te zien of er niet al te veel speelgoed rondslingerde, want daar had hij een hekel aan. Maar ook de keren dat ik ergens naar toe wilde en hij me dan vroeg hoe ik daar dacht te komen. “Nou gewoon, met de auto.” Zijn reactie was vaak, overigens afhankelijk waar ik heen wilde, dat het wel zijn auto was hoor. Hij had ‘m betaald. Met andere woorden, “er was niks van mij bij” en daarna was het soebatten of ik dan toch niet met zijn auto mocht.

Of de keren dat ik zenuwachtig werd omdat ik iets graag wilde doen en ik niet wist hoe ik hem dat moest laten weten. Niet wetend hoe dit ontvangen zou worden. Meestal gaf het problemen. Ik riep dan wel eens machteloos dat hij mijn vader niet was.

De grootste problemen ontstonden toen ik me daar niet zo veel meer van aantrok en ik gewoon deed wat ik graag wilde doen. Daarna kwam het ook niet meer goed.

Mijn kleinkinderen hebben een “vechtscheiding” meegemaakt en sinds de scheiding een feit is blijft het “vechten” over. Instanties bieden hulp en mijn kleinkinderen krijgen speltherapie, EMDR en ook nog ouder-kindhechtingstherapie met papa. Ik treed niet in details, dat lijkt me niet juist en bovendien moet ik dan al schrijvend huilen. Over hen ging het liedje, tot ik ontdekte dat er veel parallellen zijn in het leven van mijn dochter en mij.  Alleen was het in haar huwelijk nog een graadje erger. Dus ging het liedje ook over haar, nog voordat het over mij ging.

Tja, zoals ik in het begin al zei: “Misschien moet je gewoon even naar het liedje luisteren”.

Grrr – oepsactiviteiten

groepen

In de Biergarten van het hotel was het een geroezemoes van vanjewelste. Vrijwel alle gasten zaten aan een drankje. Niet zo gek natuurlijk in een all-in hotel. Koffie en thee de hele dag gratis en vanaf 17.00 uur de alcoholische en niet-alcoholische drankjes ook.

Om 18.00 uur ging er een gong. We moesten naar beneden naar de dinerzaal. Iedereen stond op en ging, al dan niet met z’n drankje in de hand, op pad. Het leek wel schoolreisje, maar dan voor ouderen en het werkte dan ook danig op mijn lachspieren. En zie je wel, het waren allemaal ouderen. Een bejaardenreis!! Dat viel achteraf behoorlijk mee, want in de loop van de dagen zag ik wat stellen die zo ongeveer van onze leeftijd zouden moeten zijn. We waren echter wel in de minderheid.

Iedereen had het tafeltje gevonden dan correspondeerde met het kamernummer. Toen iedereen zat werd onze aandacht gevraagd. Of we rechtsom de ronde tafel wilde lopen als we naar het saladebuffet gingen. Dan liepen we elkaar en het bedienend personeel niet in de weg. Daarna werd uitgelegd dat er ‘s avonds een bingo was (lieve help, nee toch) en de avond er na een wijnproeverij (dat is misschien wel leuk). Het bedienend personeel zou langs de tafeltjes gaan om te vragen of je mee wilde doen.

Gelukkig is mijn lief uit zo’n beetje hetzelfde hout gesneden als ik en besloten we unaniem niet aan de bingo mee te doen. Gewoon lekker met een boek in onze kamer leek ons veel fijner. Over de wijnproeverij waren we het snel eens. Meedoen!

Wat is dat toch met mij en die groepsactiviteiten. Ik hou er niet van, wil er niet aan meedoen en als ik dat wel doe krijg ik er na een half uur de kriebels van. Bovendien wil ik dan weg, verdwijnen door een geheime deur of zo. Volgens mij heb ik daar al mijn hele leven last van. Zo kan ik me bijvoorbeeld niets herinneren van het schoolkamp in de brugklas, alleen dat er een groep leerlingen “Non Non Rien N’a Changé” van Les Poppys nadeed. De rest heb ik gewoon uit mijn herinnering verbannen lijkt wel.

Toch gek dat ik wel jarenlang actief was binnen de kerk. Dat was toch ook een groep met groepsactiviteiten. Ik zong er in een koor en iedere week was er koorrepetitie. Maar ook deed ik mee met een blokfluitensemble en ik speelde er orgel. Misschien dat ik door de muziek dat groepsgebeuren minder erg vond. Toen ik uit de kerk stapte raakte ik wel meteen een hele groep mensen kwijt, terwijl ik toch gewoon in dezelfde plaats bleef wonen. Dat lag ook aan mezelf, want ik zocht niemand op. Maar andersom werd ik ook niet opgezocht door anderen. De enige binding was dus die kerk.

In ieder geval ben ik niet te porren voor groepsactiviteiten, behalve als ik er een duidelijke rol in heb. Al is het maar dat ik foto’s maak van het gebeuren.

De wijnproeverij was leuk, daar hebben we een hoop van opgestoken, mijn lief en ik. Mijn lief bleek de droge witte wijn lekker te vinden, terwijl hij thuis voor de zoete variant kiest. Ik bleek van sommige wijnen een “dikke keel” te krijgen. En deze avond was dat bij drie van de vijf wijnen. Bij het drinken van de droge witte wijn en bij de rode wijn had ik geen last. De sommelier dacht dat het misschien met mijn verkoudheid te maken had. Zelf dacht ik van niet, want ik heb het vaker en dan vind ik meestal die wijn ook niet lekker en drink ik die soort dus niet meer.

Het was een leuke avond waarbij veel gelachen werd. Voor dit soort groepsvorming ben ik niet allergisch. Ik had alleen wel wat last van de man naast me. Die kwam teveel in mijn persoonlijke ruimte. Hij stootte me aan als hij een grapje maakte. Maar ook boog hij dicht naar me toe als hij iets wilde zeggen. Ik ging dan ook regelmatig een klein beetje achterover hangen op de bank. Maar goed, met die wanklank kon ik wel leven.

Nu denk je vast dat wij een vervelende vakantie achter de rug hebben. Nee hoor, we hebben het heerlijk gehad. Het was een goed hotel, met goed eten en een prima bed. Het weer werkte niet helemaal mee, maar we hebben een hoop gezien en gedaan. Kortom, een prima vakantie waar we uitgerust van terug kwamen.

Afschaffen rekentoets

rekenen

Gisteravond zat ik net even met een kop koffie, nadat ik een aantal bewoners naar bed had geholpen. De televisie stond op NPO 1 waar ik hoorde zeggen dat de rekentoets werd afgeschaft omdat leerlingen hier massaal voor zakken.

Vervolgens zag ik een jongen een rekensom maken. Hij boog zich over de opgave waarin stond: 14-5 =……………………… Als ik het goed heb gehoord was het een derdejaars VWO leerling. Hij dacht na en uiteindelijk schreef hij als uitkomst 19 op. Nou nou, dacht ik. Dit is geen kwestie van niet kunnen rekenen, dit is ook nog eens slecht leeswerk.

Daarna gaf een docente in het voortgezet onderwijs uitleg over de het berekenen van procenten. De klas moest uitrekenen hoeveel 83% van iets was. De uitleg was als volgt: 83% van iets is hetzelfde als 0,83 x dat iets. Maar dat leerde ik al op de lagere school!

Overigens bleek onze Staatssecretaris niet te kunnen hoofdrekenen. Iets waar onze Afghaanse bewoner van in de lach schoot, want het was een hele makkelijke som.

Het rekenonderwijs moet beter. Rekenen moet niet meer als apart vak in het voortgezet onderwijs het moet geïntegreerd worden in wiskunde. Maar als leerlingen op de basisschool niet meer goed leren rekenen, want daar begint die ellende, dan snappen ze van wiskunde naar mijn idee helemaal niets.

Is dit niet begonnen in 1968 met het invoeren van de Mammoetwet? Mijn lief ging voor de invoering van de mammoetwet naar het voortgezet onderwijs. Ik na de invoering en ik moet toegeven dat hij veel meer weet dan ik. Ja, ik weet wel dat ik voor verpleegkundige heb geleerd (op mijn 49e) en dat ik nu de Schumann akademie volg en daardoor over andere dingen veel weet. Maar als het over “algemene ontwikkeling” gaat weet hij gewoon meer dan ik. Ik mocht in de derde klas van de MAVO een vakkenpakket kiezen. Zes vakken waar je examen in moest doen. Op die leeftijd is dat een kwestie van laten vallen wat je niet boeit en waar je niet goed in bent.

Maar nu deze tijd, en ik weet niet precies waar dat begonnen is. Tegenwoordig moet voor de kinderen, pubers en jongeren alles leuk zijn, anders presteren ze niet. School moet dus leuk zijn, je moet daar vooral niet iets willen leren. En je moet er ook niet iets van iemand aan willen nemen.

Boos mag je ook niet meer worden op kinderen en pubers. Als ouders dan niet meer boos worden op hun kind omdat het iets doet wat ze niet aanstaat, dan mag een docent dat al helemaal niet. Die wordt dan gewoon geschorst.

Kinderen leren ook niet meer het incasseren van teleurstelling. “Nee” kennen ze niet en “Dat heb je niet (helemaal) goed gedaan” ook niet.

Oké, de rekentoets wordt afgeschaft, want er moet eerst goed rekenonderwijs komen.
Misschien moeten de scholen ook het lezen afschaffen, want dat kunnen veel kinderen ook niet meer. De verplichte boekenlijst moet dan misschien in “stripvorm” gelezen kunnen worden.

Dom, dom, dom

dom dom dom

Eigenlijk vond ik het al wat wonderlijk dat ik twee keer achter elkaar op donderdag naar pianoles kon. Na een “werkweekend” ben ik vrijwel altijd op maandag en dinsdag vrij en moet ik daarna weer werken. Dus les ik de ene week op dinsdag en de andere week op donderdag. Toen al had er een belletje moeten gaan rinkelen. Maar nee, er rinkelde helemaal niets.

‘s Woensdags had ik een dagdienst tot 14.30 uur. Even na drieën was ik thuis. Mijn jas hing aan de kapstok, mijn tas stond op de orgelbank en toen voelde ik in mijn broekzak dat de sleutel van de medicijnkar daar nog in zat. Oeps, dat gedoe met die sleutel. Ik was niet de eerste die ‘m mee naar huis had genomen. Meteen belde ik mijn werk met de vraag of ze een dagje zonder konden, want ik moest pas vrijdagavond weer werken. Natuurlijk wist ik het antwoord al, want het is gewoon lastig als je medicijnkar in een ruimte moet zetten die afgesloten kan worden. Stomme voorschriften ook.

Goed, ik moest die sleutel dus terug brengen. Mijn lief vond het vervelend voor me en stelde voor dat hij zou gaan. Dat vond ik te gek voor woorden, uiteindelijk was het mijn eigen schuld. Had ik maar beter moeten nadenken. Het resultaat was dat we even samen gingen. Dat “even” duurde wat langer. Al op de heenweg zagen we dat er file stond in tegengestelde richting. Omrijden dus op de terugweg. Gelukkig weet mijn lief hier wat sluiproutes.

Op donderdag was ik vrij. Heerlijk, want dan kon ik dit………en dat……..en dat ook nog even doen en ik moest naar pianoles. Rond een uur of drie ging mijn telefoon. Mijn werk waarvan ik dacht dat ze misschien zouden vragen of ik vrijdag de lange avonddienst zou willen werken. Hoe onnozel van mij. Of ik al onderweg was. “Ik, onderweg? Ik ben vrij vandaag!” was mijn reactie. Nou echt niet hoor, ik stond op het rooster. Hier begreep ik niets van en nadat ik opgehangen had haalde ik eerst dat rooster maar eens tevoorschijn. Toen zag ik wat me niet eerder opgevallen was. Mijn rooster liep tot 30 januari en het was de 31e. O, wat stom!!

Omkleden, eten pakken voor ‘s avonds, tas pakken, pianoleraar bellen dat ik niet kon komen. Vragen of het de dag er na kon. Dat kon!

Gek is dat als je niet voorbereid bent om te gaan werken. Met een raar gevoel zat ik in de auto. Zin had ik niet, want hier had ik geen rekening mee gehouden. Dat gevoel was overigens weg zodra ik aan het werk ging. Dan heb je geen tijd om daarin te blijven hangen, je blijft gewoon de hele avond bezig. Mijn avonddienst duurde tot 23.15 uur. Op een etenspauze en een korte koffiepauze na was er amper tijd om te zitten.

En toch, dat rare gevoel in de auto. Ging het wel goed met mij? Twee dagen achter elkaar zo’n blunder? Had ik het te druk, was ik te druk in mijn hoofd, had ik last van stress? Ik vroeg het me allemaal af. Hoe had ik zo dom kunnen zijn om mijn rooster maar tot de 30e uit te printen. En op dat moment bedacht ik dat ik dat al maanden eerder had gedaan. Weg waren die twee blunders achter elkaar. Deze blunder was al van oktober vorig jaar. Ik weet toch dat ik moet selecteren van 1-1 2019 tot 1-2-2019!!

Wat bleek later op mijn werk toen ik in het rooster keek? In de roostermap zat het rooster en dat liep ook maar tot 30 januari. Ik had het rooster gekopieerd en ik weet wel dat ik dan evengoed goed moet kijken of alles er wel opstaat. Het is uiteindelijk mijn rooster, maar toch. Ik was niet dom geweest met printen, ik had niet geblunderd. Dat had een ander al voor me gedaan.

Weet je wel dat ik me ontzettend opgelucht voelde hierbij. Ik was niet dom, behalve met die medicijnkar sleutel. Maar dat gebeurt me nooit meer.

Boos

boos

Hij moppert dat het een lieve lust is als ik hem naar bed help. Hij wil een dokter zien en spreken.

“Vanwege uw voet?”

“Ja, waarom anders? Die kut-dokter praat alleen maar met jullie terwijl ik met die poot zit. Stuurt ze me naar dat ziekenhuis in Harderwijk, nou daar was het een puinhoop.”

“Daar hadden ze u wel kunnen helpen, maar u wilde niet blijven.”

“Nee, niet in de rotzooi daar. Maar ik wil die kut-dokter nu wel eens zelf zien.”

“Die “kut-dokter”, zoals u haar noemt die werkt hier niet meer. We hebben nu een “meneer dokter” en die kan u niet zó noemen. Maandag is er artsenvisite, ik schrijf u op de lijst, meer kan ik u nu niet beloven. Soms praat een arts inderdaad met ons. Wij zijn de ogen van de arts, om het maar zo te noemen.”
“Nou, dan hebben jullie geen goede ogen.”
“Nee, ik had vast mijn verkeerde bril op.”

Gelukkig kan hij daar een klein beetje om lachen.

Ik denk er later nog eens over na en zie wel in dat hij gelijk heeft. Vaak zien onze bewoners helemaal geen arts en als er een arts komt herkennen ze die persoon vaak niet als arts. Geen witte jas en zo, meestal vrouwen en vaak ook nog eens heel jong. Nu hebben we een mannelijke arts die al wat ouder is.

Misschien moet een arts standaard een stethoscoop om zijn nek hangen. Dat deed de verpleeghuisarts in Purmerend en dat was vast niet omdat hij dat interessant vond staan.

Ik vertel het verhaal thuis aan mijn man die vervolgens in de lach schiet. Een kut-dokter is een gynaecoloog. Die heeft ook helemaal geen verstand van voeten.