Ik stop met roken

Ik stop-met-roken-3

Ja, het is zo ver, ik stop er mee. Het zou ook eens tijd worden, want roken kost handenvol geld. Dat zou niet zo’n punt zijn als die pianolessen wat minder duur waren, maar ja, ook die kosten geld en nu heeft mijn pianoleraar de tarieven ook nog eens met 1% verhoogd. Oké, er staat tegenover dat ik 10% korting krijg omdat ik wekelijks kom. Eigenlijk jammer dat ik niet nog meer korting krijg omdat ik zo ijverig studeer. Ik zal hem dat toch eens voorstellen.

Aanvankelijk had ik eens in de twee weken een uur les. Dat was financieel goed te overzien. Maar ja, het zingen wat ik er bij ging doen paste eigenlijk niet meer in dat uurtje. Wel geprobeerd hoor, maar het pianospelen raakte naar mijn idee helemaal ondergesneeuwd en dat vond ik jammer. Eerlijk gezegd werd ik er sjagrijnig van en met een onvoldaan gevoel ging ik iedere keer na de les naar huis. Zo werd het op een gegeven moment eens in de twee weken anderhalf uur. Hierdoor werd het wat duurder, maar ach, een kniesoor die daar op let.

Ook dit beviel niet. ik was na anderhalf uur compleet op. Mijn concentratievermogen zakte beneden peil en daardoor rees de vraag of ik niet beter iedere week drie kwartier kon lessen. Kom op, dacht ik, dan maak ik er gewoon een uur van. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om te bedenken dat het daardoor twee keer zo duur werd. Buiten dat ging ik er in een enthousiaste bui ook nog zangles bij nemen. Tel daar de Schumann Akademie bij op en mijn Calvinistische opvoeding ging zich met de gang van zaken bemoeien.

Er ontstond een chaos in mijn hoofd. Allerlei laatjes van mijn hersenkast floepten open en gingen met elkaar de discussie aan: “Kon dit allemaal wel? Zoveel geld aan een hobby uitgeven? Mijn andere hobby, schilderen en tekenen verdient zichzelf redelijk terug. Maar aan dat pianospelen en zingen hou ik geen geld over. En de Schumann Akademie doe ik ook al zonder enig ander doel dan meer van muziek leren begrijpen.” Komt nog bij dat ik ooit in een grijs verleden getrouwd was met een man die vaak zei: “Het houdt ook nooit op hè, je wil altijd maar meer!” In die tijd had ik orgelles en begon ik ook nog eens aan een dirigentenopleiding. Helaas, die heb ik nooit afgemaakt want mijn huwelijk strandde. Financieel had ik die opleiding wel kunnen blijven volgen, maar met een bijna fulltime baan en drie pubers had ik daar de tijd niet voor. Dan moet je gewoon keuzes maken en dat viel me best zwaar, want ik vond het geweldig leuk om te doen.

Door al discussie in mijn hoofd sloeg ik aan het rekenen. Eén pakje sigaretten per dag is dus ongeveer 30 pakjes per maand. Dat kost toch gauw een slordige € 195,– en op jaarbasis is dat € 2.340,–. Van dat bedrag kan ik heel wat lessen betalen. Dan hou ik zelfs nog geld over om af en toe een nieuw muziekboek aan te schaffen en de pianostemmer te betalen. Minder roken of stoppen was dus een hele goede beslissing.

Aan het eind van het afgelopen lesjaar vroeg ik aan mijn pianoleraar wat mijn nieuwe maandbedrag zou worden. Tot die tijd had ik dat bedrag uit mezelf wat opgekrikt zodat ik niet een hele hoge eindafrekening zou krijgen. Hij was zelf een beetje de draad kwijtgeraakt door al die veranderingen dus hij wist het niet precies. “Dat is jammer, want dan weet ik niet hoeveel minder ik moet gaan roken.”

Stomverbaasd keek hij me aan en zei: “Maar rook jij dan?”

“Welnee, maar op die manier maak ik het voor mezelf acceptabel dat ik zoveel geld aan mezelf uitgeef. Als ik het hele bedrag de lucht in blaas is het ook weg en krijg ik er niets voor terug. Nu heb ik er tenminste nog lol van.

Eigenlijk best jammer dat ik niet rook. Het levert toch een aardige jaarlijkse besparing op als ik dan zou stoppen.

Advertisements

Mega pijn

megapijn

Zijn gedrag is veranderd. Hij is sneller dan normaal geïrriteerd en reageert op de kleinste opmerking. Iedereen in de huiskamer moet het ontgelden. Maar ook als ik hem help doe ik weinig of niets goed. Het gaat niet snel genoeg of hij heeft te lang moeten wachten of de volgorde die ik hanteer is niet goed. Hij snauwt en scheldt dat het een lieve lust is. Even denk ik dat het persoonlijk is, dat hij alleen tegen mij zo doet, want ik lees het nergens in rapportages en ik hoor er ook niemand over.

En dan ineens valt bij mij het kwartje als hij zich verontschuldigd voor zijn gedrag. “Pijn is niet fijn”, zegt hij. Ik reageer op dat moment niet, want zelfs bij de meest goed bedoelde vraag ontploft hij.

Na de warme maaltijd loop ik naar hem toe: “Mag ik je een vraag stellen zonder dat je meteen boos wordt?”

Verbaasd kijkt hij me aan en knikt. “Is de pijn erger dan een poos geleden?”

Ja, pijn heeft hij, maar verder gaat hij niet op mijn vraag in.

De volgende ochtend help ik hem na het douchen, wat hij nog altijd zelf doet. “Ik heb echt mega pijn!”, zegt hij.

“Dat dacht ik al daarom vroeg ik je gisteren of de pijn erger is geworden.”

“Hoe weet jij dat, kan je dat aan mijn gezicht zien?”

“Nee, aan je gezicht zie ik het niet, maar ik merk het wel aan je gedrag. Je bent veel sneller boos en kan weinig van anderen hebben.”

“Ik wil het niet, maar door de pijn reageer ik zo, daar kan ik niks aan doen.”

“Misschien had je dit gewoon aan moeten geven, dan had ik in een eerder stadium met de arts over je pijn kunnen praten. Ik ga het voor de artsenvisite opschrijven, zodat zij iets aan je pijnmedicatie kan veranderen.”
Hij is er blij mee en vanaf dat moment verandert zijn gedrag ook weer een beetje. Niet zo snel aangebrand meer en minder gescheld en getier.

Toen ik hem gisteravond, met de passieve lift, naar bed hielp kon ik wel aan zijn gezicht zien dat hij pijn had. Op het moment dat ik de lift van zijn stoel naar het bed reed zei hij: “Ik ga niet schelden, ik ga niet schreeuwen, ik ga niet schelden, ik ga niet schreeuwen.”

Het leek wel een soort mantra.

Survival op Terschelling

IMG_7168

“Wat leuk, gaan jullie ook naar Terschelling?” vraagt een bekende van ons die we op de boot tegenkwamen.

“Nee, dit is de boot naar Vlieland hoor”, zei mijn lief heel stellig. “Als je naar Terschelling gaat zit je op de verkeerde boot”.

We zagen haar lichtelijk in paniek raken, want tja, ze had ook nog voor haar moeder en zussen een huifkartocht gereserveerd. Op Terschelling wel te verstaan.

Ik pakte de tickets uit mijn tas en tot mijn verbazing stond er: “Harlingen – Terschelling”. Niks Vlieland en even was ik ontstemd. Mijn lief niet minder, want hij vond zichzelf behoorlijk dom dat hij de verkeerde boot geboekt had.

“Dan gaan we op Terschelling maar fietsen huren”, zei hij.

Ik was nog wat moe van mijn avonddienst van de vorige dag en had me, lichtelijk autistisch had ik me ingesteld op wandelen op Vlieland. Fietsen op Terschelling was dan ook geen optie. Gelukkig is mijn lief niet zo moeilijk en zo werd het dus wandelen op Terschelling. Bovendien ben ik er van overtuigd dan je wandelend meer ziet dan fietsend.

Het was heerlijk! We wandelden van West-Terschelling naar Midsland, dat is zo’n kilometer of zes. Onderweg hebben we dingen gezien waar we een paar jaar geleden waarschijnlijk gewoon aan voorbij gefietst zijn. In Midsland een lunch en toen verder met de benenwagen naar West. Daar hebben we een poosje op de kaart gekeken en zodoende besloten langs het strand naar West-Terschelling te lopen zodat we daar nog even op ons gemak rond konden kijken.

Met al ons getuur op die kaart hebben we totaal over het hoofd gezien dat er na West geen strandopgang meer is. Daar liepen we, heerlijk in het zonnetje op een strand waar we steeds minder mensen tegenkwamen. Slechts een enkele zeevisser was met zijn hengel langs de vloedlijn in de weer. Mijn lief keek wat benauwd, want de tijd draaide door, om half zes ging de laatste boot en een strandopgang was in de verste verte niet te bekennen.

IMG_7184

“Hier gaan we het duin op en dan kijken of we een pad richting West-Terschelling zien, want over het strand moeten we echt een hele omweg maken en het is al bijna vier uur.”

Wij het duin op en warempel er was een soort paadje wat helaas na een minuut of tien totaal niet toegankelijk meer was. We hadden een kapmes mee moeten nemen om zelf een pad te kappen.

Wij weer naar het strand. Terug naar West was geen optie, want dat was zeker een uur terug lopen. Dan zouden we de boot echt niet halen. Dus doorlopen en hopen op een strandopgang.
Mijn hersens maakten overuren, want ik moest de volgende dag een dagdienst werken en dus om zeven uur beginnen in Lelystad. Hoe ging ik dat oplossen? Oké, als we de boot zouden missen kon ik mijn werk bellen en opperen dat ik de volgende dag een avonddienst zou kunnen werken. Misschien dat iemand anders mijn dag zou willen of kunnen. Met deze oplossing in mijn hoofd vervolgden we onze weg.

“Kijk, daar op het duin staat een vlag. Zou daar een pad zijn?” Puffend en hijgend klommen we, door het mulle zand, het duin op. Opgelucht zagen we de Brandaris in de verte. Maar lieve hemel wat was dat nog een eind weg zeg. Een bordje gaf een wandelpad aan, maar volgens mij had daar al jaren niemand meer gelopen want het was bijna niet zichtbaar. In marstempo baanden wij ons een weg door struiken, al dan niet met doorns. Wat was ik blij dat ik niet in korte broek liep zeg. Na ieder duin hoopten we het bos te hebben bereikt, maar helaas, je wil niet weten hoe breed die duinstrook daar is.

Eindelijk, ja eindelijk kwamen we in het bosgebied en tenslotte ook nog op een fietspad met een ANWB paddestoel die ons de weg wees. Mijn benen wilden niet goed meer meedoen, maar veel keus hadden ze niet. Gewoon het ene been voor het andere zetten en vooral niet nadenken over al die spieren die ik ineens bleek te hebben.

Om tien over vijf gingen we de boot op en hebben daar eerst eens even bij zitten komen. Daarna een maaltijd besteld en deze met smaak opgegeten. We keken elkaar aan en mijn lief zie: “Dat hebben we maar weer mooi gered.” We konden er gelukkig de humor van inzien.
We zijn nog heerlijk boven op het dek in de zon gaan zitten waar ik me vervolgens afvroeg of ik die man, die daar lag, zou moeten reanimeren. Maar dat verhaal ken je al en zo niet dan moet je het maar eens lezen: http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2017/08/23/reanimeren-of-niet.

 

Reanimeren of niet?

reanimeren

We hadden zojuist lekker gegeten op de boot van Terschelling naar Harlingen, een heerlijke dag achter de rug die totaal anders was verlopen dan we van plan waren. De bedoeling was dat we naar Vlieland gingen, maar we bleken de boot naar Terschelling te hebben geboekt. Maar dat vertel ik je later nog wel.

Het was nog heerlijk weer zodat we naar het bovendek gingen om nog even van de zon te genieten.
Mijn oog viel op een man die met zijn ogen dicht tegen de reling aan zat. Het leek mij niet heel relaxed, maar hij dacht daar duidelijk anders over. Op een gegeven moment zag ik dat de man er bij was gaan liggen. Languit op zijn rug, met zijn voeten naar buiten geklapt en zijn handen gevouwen op zijn buik lag hij te slapen. Het zag er wat vreemd uit en zo af en toe keek ik eens of ik nog enig teken van leven bij hem zag. Nauwelijks waarneembaar haalde hij adem en af en toe maakte hij een slikbeweging.

Eerlijk gezegd werd ik er wat onrustig van. Was dit “gewoon slapen” of was hij onwel geworden? Stel dat we in Harlingen allemaal van de boot gingen en hij bleef daar gewoon liggen. Maar stel dat hij daar lag dood te gaan, wilde hij dan wel of niet gereanimeerd worden? Lastig dat hij geen bordje met mededeling daarover in zijn handen had.

Mijn lief keek met me mee en constateerde dat de man echt wel ademde, want als hij uitademde blies hij zijn wang op. Hij lag met zijn hoofd naar rechts gedraaid en inderdaad werd zijn linker wang met de regelmaat van de adem bol. Nu leek het een beetje op zo’n plof-ademhaling die ik wel eens had gezien bij mensen die op sterven lagen. Het zat me al met al niets lekker.

Om me heen zag ik dat andere mensen hem ook in de gaten hielden. Na wat wikken en wegen besloot ik de man toch maar te gaan vragen of alles goed met hem was. “Als hij boos wordt en gaat slaan kom je me toch wel te hulp hè?”, zei ik tegen mijn lief.

Ik ging op mijn hurken naast de man zitten. Hij merkte mijn aanwezigheid niet op. Zachtjes schudde ik aan zijn schouder en zei: “Mag ik u even storen? Gaat het wel goed met u, of slaapt u gewoon?”

Het duurde even voordat hij zijn ogen opendeed. “Ik slaap gewoon, maar dank u wel voor de bezorgdheid!” Hij bleef gewoon liggen, tot ik weer naast mijn lief zat. Ik had hem schijnbaar toch wel in zijn slaap gestoord, want hij rekte zich uit en ging in kleermakerszit, met zijn gezicht naar het water, zitten. Even later stond hij op en waaide de pet van zijn hoofd en op een holletje ging hij er achteraan.

God is een rotwijf

 

God is een rotwijf

Hij is aan zijn rechterzijde gedeeltelijk verlamd en komt moeizaam de afdeling op in zijn rolstoel. De hele dag gaat hij op en neer, naar beneden naar het rookhok en weer terug. Zo te zien heeft hij haast en inderdaad, hij heeft hulp nodig want hij moet naar de wc.

Ondanks dat ik iemand anders aan het helpen ben pak ik meteen de sta-lift, want het is geen pretje als hij in het zijn broek doet.  Furieus wordt hij als hij dat ding ziet. “Sodemieter op met dat ding, ik moet heel nodig.”
Aangezien hij nauwelijks een sta-functie heeft wordt hij altijd geholpen met de sta-lift. Dat begint al als hij ‘s morgens in de badkamer geholpen wordt.
Ik probeer uit te leggen dat dit de meest praktische manier is om hem te helpen en dit voor mijn lijf ook nog eens de meest vriendelijke manier. Het interesseert hem niet, hij duwt mij met lift en al zijn slaapkamer uit. “Opsodemieteren nu met dat ding, rotwijf.” Er volgt nog een enorme scheldkannonade die ik langs mij heen probeer te laten glijden.

Ik zet de sta-lift weg en loop terug naar zijn slaapkamer om te kijken wat hij aan het doen is. Tot mijn verbazing heeft hij zichzelf het toilet op gesleept, maar zijn broek is nog omhoog. “Help me dan ook gewoon”, schreeuwt hij me toe. “Jullie kunnen ook niks!”
Met veel pijn en moeite duwt hij zichzelf een stukje omhoog zodat ik de broek naar beneden kan doen en zijn inco af kan doen. Het gaat hem allemaal niet snel genoeg en hij wordt steeds bozer.

“Ik ga de sta-lift pakken, want ik help u daar straks mee van het toilet.” Ik doe de band achter zijn rug en haak deze vast aan de lift die ik vervolgens op de rem zet.
“Ik kom over hooguit vijf minuten terug.”Hij gromt wat en ik loop naar de bewoner die ik al eerder aan het helpen was.

Als ik terugkom, nog geen vijf minuten later, ligt hij languit in zijn slaapkamer. Hij heeft kans gezien om de band aan één kan los te haken van de lift en heeft het vervolgens ook nog voor elkaar gekregen om deze een eind opzij te duwen met zijn voet.
“Schiet op, help me in mijn stoel.” Dit kan ik echt niet alleen en ik roep mijn collega er bij. Volgens hem wil ik hem niet alleen helpen. Wil ik iedereen helpen behalve hem en weer begint hij te schelden.
Samen helpen wij hem in zijn stoel. “Mijn broek moet nog omhoog!” Ik pak de sta-lift uit de badkamer en laat hem daarin staan zodat ik zijn broek goed kan doen.

Als hij weer zit vraagt hij poeslief om een paar peuken. Ik ga ze halen, ben te boos om nu een gesprek met hem aan te gaan.

Na het roken komt hij weer naar boven, vraagt of hij gewoon naar bed kan gaan. Dat doet hij zelf door zich vanuit zijn rolstoel op zijn bed te hijsen en zichzelf op te trekken naar het hoofdeind. Ik laat weten dat dit prima is, dat ik alleen zijn ogen nog kom druppelen. Hij begint alweer te schelden dat hij daar dan zeker weer een uur op moet wachten. “Over vijf minuten ben ik bij u.”

Weer bij hem ga ik het gesprek met hem aan en laat hem weten dat ik niet gediend ben van zijn scheldpartijen. “Ik begrijp dat u boos bent, maar ik ben hier om u te helpen, niet om uitgescholden te worden. Aan de situatie waarin u zit kan ik weinig doen, ik kan het voor alleen maar zo aangenaam mogelijk maken door u te helpen bij wat u niet kan.”

“Ik schold ook niet op jou, maar op God”, is zijn antwoord. Ik kan het nalaten en zeg: “Wel raar dat u God een rotwijf noemt”.

 

Het oog

Het oog

Hij heeft al een paar dagen een rood oog. Aanvankelijk alleen het oogwit. Dat zakte wat af, maar toen werd de huid om het oog heen rood en dik. En nee, hij wilde zijn gezicht niet wassen en ik mocht het ook niet doen. Zelfs niet als ik heel voorzichtig deed.

Ik besloot de verantwoordelijk verpleegkundige te bellen, zodat zij even mee kon kijken. Het was druk, dus het kon wel even duren voordat ze kwam. In de tussentijd ging hij toch maar naar beneden naar de rookruimte. Hij was dan ook niet op de afdeling toen zij kwam en we besloten samen naar beneden te gaan.

“U heeft een rood oog. Heeft u er last van als u kijkt?”

Nee, dat had hij niet.

“Doet het zeer?”

Nee, het deed ook niet zeer.

“Maar vanmorgen wilde u niet uw gezicht wassen omdat dat wel pijnlijk is.”
Ja, dat klopte, toen had hij zijn hoofd terug getrokken.

“U heeft er dus toch last van?”

“Ja, vooral van haar omdat ze zo bezorgd is!”, zei hij terwijl hij naar mij wees.

 

Dikke tranen

Dikke tranen

Zomaar ineens was daar die huilbui. Niet zo één met van die gierende uithalen of hartstochtelijke snikken. Nee, gewoon tranen die uit mijn ogen bleven stromen. En dat allemaal bij het deel: “Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kunt haar een beetje mooier kleuren. Je hebt nog heel wat voor de boeg. Maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg”.

Ik zong het liedje mee en probeerde daarnaast ook te luisteren naar wat de muziek deed. Al weet ik veel hoeveel keer had ik dit gezongen. Gedachteloos waarschijnlijk en vroeger toen Anne, mijn jongste dochter, klein was reageerde zij zelf steevast nogal heftig, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen met: “Neehee!!”

Inmiddels is zij dertig en wilde ik dit liedje zingen en van een pianobegeleiding voorzien. Ze heeft al heel wat achter de rug en ook wel ontdekt dat de wereld niet altijd mooi is.

Dit liedje wilde ik niet alleen voor haar zingen, maar ook voor mijn twee andere kinderen. Die heten uiteraard geen ‘Anne’, maar ook zij waren de mooiste en liefste baby’s en ook zij hadden toen nog heel wat voor de boeg. Dat ik al anderhalf jaar geen contact met ze heb zegt niets over de liefde die ik voor ze voel. De tranen kwamen dus ook daaruit voort. Dat een scheiding van 19 jaar geleden nu nog zoveel impact zou hebben had ik niet kunnen voorzien. Misschien had ik dingen anders moeten doen. Aan de andere kant leef ik mijn leven ook met vallen en opstaan. Dat doen mijn kinderen ook, net als de meesten van ons denk ik.

Uiteindelijk lukte het me steeds beter om dit te zingen. Zeker wanneer ik druk bezig was met het zoeken naar het intro en de juiste akkoorden. Door iedere keer maar weer naar de muziek te luisteren kon ik het uiteindelijk aardig reproduceren op de piano. Evengoed kreeg ik af en toe tijdens het zingen een dikke keel en speelde ik alleen de begeleiding. Het heeft echt wel even geduurd voordat het goed ging.

En wanneer ik dacht dat het wat was bleek ik op les iets net weer een beetje anders te moeten doen. Maar het lastigste was het overdrijven van de uitspraak. Als je niet zo’n overdrijver bent voelt dat al gauw vreemd. En als ik vervolgens dacht dat ik het overdreef riep mijn pianoleraar dat ik het nog meer moest overdrijven.

 

Eindelijk was het af en werd het opgenomen. De tekst is goed te verstaan, maar ik begrijp nu wel wat hij met “nog meer overdrijven” bedoelt. Want uiteraard overdreef ik ook toen nog niet genoeg. Om die reden is het wel goed om naar zo’n opname te luisteren. Raar vind ik het overigens wel om mezelf te horen. Zo klinkt mijn stem helemaal niet als ik mezelf hoor praten of zingen.

En nu ben ik druk bezig met het uitwerken van de pianobegeleiding van “Bridge over troubled water”. Wat denk je? Ook dan krijg ik, als ik het meezing af en toe een dikke strot. Ik weet waar dat door komt. Tijdens onze vakantie in Engeland was dit liedje regelmatig op de radio te beluisteren naar aanleiding van de brand in Grenfill Tower in Londen. Dit benefietlied werd door bekende artiesten als o.a. Robbie Williams, Dua Lipa, Rita Ora en de twee ex-One Directioners Liam Payne en Louis Tomlinson gezongen. Niet ver van de plaats waar de ramp plaatsvond werd dit nummer opgenomen. Toen luisterde ik voor het eerst goed naar de tekst en wist ik ineens dat dit het volgende liedje was dat ik wilde zingen.

 

 

Helemaal alleen in mijn eentje

Helemaal alleen in mijn eentje

Mijn lief is met zijn twee puberkinderen op vakantie. Ik gun het ze van harte, hun vader twee weken lang voor zichzelf. Met mij er bij is het anders. Bovendien verander ik in een zwak aftreksel van mezelf. Of misschien word ik de schaduw van mezelf. Gevoelsmatig neem ik dan te veel ruimte in en die probeer ik te reduceren. Dan gebeurt er iets waardoor ik mezelf niet eens meer leuk vind en ben ik niet meer iemand die ik zelf graag zou willen ontmoeten of leren kennen. Dat is jammer, want zo iemand ben ik inmiddels wel geworden.

Ach en helemaal alleen ben ik niet. Morgen komen mijn ouders een nachtje logeren zodat we maandag met z’n drieën iets leuks kunnen gaan doen. Gezien het weer wordt het waarschijnlijk de Orchideeënhoeve. Liever zou ik iets in de buitenlucht doen, maar ja, een rondvaart door Giethoorn in de regen is niet leuk.

Mijn vader wordt in die periode 89. Het is niet aan hem te zien en te merken en eerlijk gezegd hoop ik dat ik ook op die manier oud mag worden. Dan heb ik na mijn pensioen nog heel wat jaartjes voor de boeg. Op die dag ben ik ook weer onder de pannen en stap ik in de rol van dochter die koffie schenkt, met taart en andere hapjes rondgaat. Altijd leuk om mijn ooms en tantes weer eens te zien.

Op één van mijn vrije dagen zou ik graag een dagje naar Texel willen. Maar als ik naar de weersvoorspelling kijk zit dat er niet erg in. Jammer, niet alleen Giethoorn is niet leuk in de regen, Texel ook al niet.

Tja, wat dan……………..dan pruts ik lekker verder aan de pianobegeleiding van Bridge over troubled water. Goed luisteren en dan proberen of ik wat ik hoor op de piano kan vertalen. Met “Anne” van Herman van Veen is dat best goed geluk.

Of ik maak mijn kabouterverhalen eindelijk eens af. Dat is ook een idee. Volgens mij hoef ik alleen het eind er nog aan te breien en dan ben ik klaar.

Het maakt ook niet uit wat ik ga doen. Het is altijd beter dan een schaduw van mezelf worden. En eerlijk is eerlijk, twee weken even met niemand rekening hoeven houden is eigenlijk best fijn. Bovendien is het best jammer dat ik regelmatig op mijn werk verwacht word.

MS

87922c24852f6a0262925ff6be52351e--multiple-sclerose-my-dad

Wat een rare vraag. Natuurlijk leef ik niet het leven dat ik, binnen de mogelijkheden mijn beperkingen, zou willen leven. En natuurlijk helpen ze mij daar hier niet bij. Hoe zouden ze dat kunnen? Ik wil hier niet zijn en kijk me nu zitten in mijn rolstoel tussen al deze ‘rare’ mensen.

Voordat ik hier kwam woonde ik zelfstandig. Oké, ik kon niet alles en viel ook regelmatig maar ik hoefde in ieder geval niet overal om te vragen. Als ik moet plassen hou ik het zo lang mogelijk op, zodat ik niet te vaak om hulp bij de toiletgang hoef te vragen. Maar ja, als ik dan te lang moet wachten omdat de zuster net even bij iemand anders is doe ik het wel bijna in mijn broek.

Als ik op het balkon wil roken moet ik eerst bellen, want ik kan zelf niet met mijn rolstoel over de drempel heen. Die kracht heb ik niet.

Of ik iemand deze organisatie zou aanbevelen? Ook weer zo’n rare vraag. O, ze bedoelt iemand als mijn 82 jarige vriendin die pas geleden overleden is. Tja, dat hangt er van af wat zij voor zorg nodig zou hebben gehad. Volgens mij maakt het dan ook niet meer uit in welk verpleeghuis je terecht komt. Het wordt toch nooit meer zoals het was.