Flintstone

Flintstone

Hij wilde mij iets vragen maar wist ineens mijn naam niet meer. Na een beetje geschutter en gemompel wat ik niet helemaal verstond riep hij ineens:

“Yabba-Dabba-Do!”

Meteen daarna wist hij ook mijn naam weer.

Advertisements

Afschaffen rekentoets

rekenen

Gisteravond zat ik net even met een kop koffie, nadat ik een aantal bewoners naar bed had geholpen. De televisie stond op NPO 1 waar ik hoorde zeggen dat de rekentoets werd afgeschaft omdat leerlingen hier massaal voor zakken.

Vervolgens zag ik een jongen een rekensom maken. Hij boog zich over de opgave waarin stond: 14-5 =……………………… Als ik het goed heb gehoord was het een derdejaars VWO leerling. Hij dacht na en uiteindelijk schreef hij als uitkomst 19 op. Nou nou, dacht ik. Dit is geen kwestie van niet kunnen rekenen, dit is ook nog eens slecht leeswerk.

Daarna gaf een docente in het voortgezet onderwijs uitleg over de het berekenen van procenten. De klas moest uitrekenen hoeveel 83% van iets was. De uitleg was als volgt: 83% van iets is hetzelfde als 0,83 x dat iets. Maar dat leerde ik al op de lagere school!

Overigens bleek onze Staatssecretaris niet te kunnen hoofdrekenen. Iets waar onze Afghaanse bewoner van in de lach schoot, want het was een hele makkelijke som.

Het rekenonderwijs moet beter. Rekenen moet niet meer als apart vak in het voortgezet onderwijs het moet geïntegreerd worden in wiskunde. Maar als leerlingen op de basisschool niet meer goed leren rekenen, want daar begint die ellende, dan snappen ze van wiskunde naar mijn idee helemaal niets.

Is dit niet begonnen in 1968 met het invoeren van de Mammoetwet? Mijn lief ging voor de invoering van de mammoetwet naar het voortgezet onderwijs. Ik na de invoering en ik moet toegeven dat hij veel meer weet dan ik. Ja, ik weet wel dat ik voor verpleegkundige heb geleerd (op mijn 49e) en dat ik nu de Schumann akademie volg en daardoor over andere dingen veel weet. Maar als het over “algemene ontwikkeling” gaat weet hij gewoon meer dan ik. Ik mocht in de derde klas van de MAVO een vakkenpakket kiezen. Zes vakken waar je examen in moest doen. Op die leeftijd is dat een kwestie van laten vallen wat je niet boeit en waar je niet goed in bent.

Maar nu deze tijd, en ik weet niet precies waar dat begonnen is. Tegenwoordig moet voor de kinderen, pubers en jongeren alles leuk zijn, anders presteren ze niet. School moet dus leuk zijn, je moet daar vooral niet iets willen leren. En je moet er ook niet iets van iemand aan willen nemen.

Boos mag je ook niet meer worden op kinderen en pubers. Als ouders dan niet meer boos worden op hun kind omdat het iets doet wat ze niet aanstaat, dan mag een docent dat al helemaal niet. Die wordt dan gewoon geschorst.

Kinderen leren ook niet meer het incasseren van teleurstelling. “Nee” kennen ze niet en “Dat heb je niet (helemaal) goed gedaan” ook niet.

Oké, de rekentoets wordt afgeschaft, want er moet eerst goed rekenonderwijs komen.
Misschien moeten de scholen ook het lezen afschaffen, want dat kunnen veel kinderen ook niet meer. De verplichte boekenlijst moet dan misschien in “stripvorm” gelezen kunnen worden.

Dom, dom, dom

dom dom dom

Eigenlijk vond ik het al wat wonderlijk dat ik twee keer achter elkaar op donderdag naar pianoles kon. Na een “werkweekend” ben ik vrijwel altijd op maandag en dinsdag vrij en moet ik daarna weer werken. Dus les ik de ene week op dinsdag en de andere week op donderdag. Toen al had er een belletje moeten gaan rinkelen. Maar nee, er rinkelde helemaal niets.

‘s Woensdags had ik een dagdienst tot 14.30 uur. Even na drieën was ik thuis. Mijn jas hing aan de kapstok, mijn tas stond op de orgelbank en toen voelde ik in mijn broekzak dat de sleutel van de medicijnkar daar nog in zat. Oeps, dat gedoe met die sleutel. Ik was niet de eerste die ‘m mee naar huis had genomen. Meteen belde ik mijn werk met de vraag of ze een dagje zonder konden, want ik moest pas vrijdagavond weer werken. Natuurlijk wist ik het antwoord al, want het is gewoon lastig als je medicijnkar in een ruimte moet zetten die afgesloten kan worden. Stomme voorschriften ook.

Goed, ik moest die sleutel dus terug brengen. Mijn lief vond het vervelend voor me en stelde voor dat hij zou gaan. Dat vond ik te gek voor woorden, uiteindelijk was het mijn eigen schuld. Had ik maar beter moeten nadenken. Het resultaat was dat we even samen gingen. Dat “even” duurde wat langer. Al op de heenweg zagen we dat er file stond in tegengestelde richting. Omrijden dus op de terugweg. Gelukkig weet mijn lief hier wat sluiproutes.

Op donderdag was ik vrij. Heerlijk, want dan kon ik dit………en dat……..en dat ook nog even doen en ik moest naar pianoles. Rond een uur of drie ging mijn telefoon. Mijn werk waarvan ik dacht dat ze misschien zouden vragen of ik vrijdag de lange avonddienst zou willen werken. Hoe onnozel van mij. Of ik al onderweg was. “Ik, onderweg? Ik ben vrij vandaag!” was mijn reactie. Nou echt niet hoor, ik stond op het rooster. Hier begreep ik niets van en nadat ik opgehangen had haalde ik eerst dat rooster maar eens tevoorschijn. Toen zag ik wat me niet eerder opgevallen was. Mijn rooster liep tot 30 januari en het was de 31e. O, wat stom!!

Omkleden, eten pakken voor ‘s avonds, tas pakken, pianoleraar bellen dat ik niet kon komen. Vragen of het de dag er na kon. Dat kon!

Gek is dat als je niet voorbereid bent om te gaan werken. Met een raar gevoel zat ik in de auto. Zin had ik niet, want hier had ik geen rekening mee gehouden. Dat gevoel was overigens weg zodra ik aan het werk ging. Dan heb je geen tijd om daarin te blijven hangen, je blijft gewoon de hele avond bezig. Mijn avonddienst duurde tot 23.15 uur. Op een etenspauze en een korte koffiepauze na was er amper tijd om te zitten.

En toch, dat rare gevoel in de auto. Ging het wel goed met mij? Twee dagen achter elkaar zo’n blunder? Had ik het te druk, was ik te druk in mijn hoofd, had ik last van stress? Ik vroeg het me allemaal af. Hoe had ik zo dom kunnen zijn om mijn rooster maar tot de 30e uit te printen. En op dat moment bedacht ik dat ik dat al maanden eerder had gedaan. Weg waren die twee blunders achter elkaar. Deze blunder was al van oktober vorig jaar. Ik weet toch dat ik moet selecteren van 1-1 2019 tot 1-2-2019!!

Wat bleek later op mijn werk toen ik in het rooster keek? In de roostermap zat het rooster en dat liep ook maar tot 30 januari. Ik had het rooster gekopieerd en ik weet wel dat ik dan evengoed goed moet kijken of alles er wel opstaat. Het is uiteindelijk mijn rooster, maar toch. Ik was niet dom geweest met printen, ik had niet geblunderd. Dat had een ander al voor me gedaan.

Weet je wel dat ik me ontzettend opgelucht voelde hierbij. Ik was niet dom, behalve met die medicijnkar sleutel. Maar dat gebeurt me nooit meer.

Boos

boos

Hij moppert dat het een lieve lust is als ik hem naar bed help. Hij wil een dokter zien en spreken.

“Vanwege uw voet?”

“Ja, waarom anders? Die kut-dokter praat alleen maar met jullie terwijl ik met die poot zit. Stuurt ze me naar dat ziekenhuis in Harderwijk, nou daar was het een puinhoop.”

“Daar hadden ze u wel kunnen helpen, maar u wilde niet blijven.”

“Nee, niet in de rotzooi daar. Maar ik wil die kut-dokter nu wel eens zelf zien.”

“Die “kut-dokter”, zoals u haar noemt die werkt hier niet meer. We hebben nu een “meneer dokter” en die kan u niet zó noemen. Maandag is er artsenvisite, ik schrijf u op de lijst, meer kan ik u nu niet beloven. Soms praat een arts inderdaad met ons. Wij zijn de ogen van de arts, om het maar zo te noemen.”
“Nou, dan hebben jullie geen goede ogen.”
“Nee, ik had vast mijn verkeerde bril op.”

Gelukkig kan hij daar een klein beetje om lachen.

Ik denk er later nog eens over na en zie wel in dat hij gelijk heeft. Vaak zien onze bewoners helemaal geen arts en als er een arts komt herkennen ze die persoon vaak niet als arts. Geen witte jas en zo, meestal vrouwen en vaak ook nog eens heel jong. Nu hebben we een mannelijke arts die al wat ouder is.

Misschien moet een arts standaard een stethoscoop om zijn nek hangen. Dat deed de verpleeghuisarts in Purmerend en dat was vast niet omdat hij dat interessant vond staan.

Ik vertel het verhaal thuis aan mijn man die vervolgens in de lach schiet. Een kut-dokter is een gynaecoloog. Die heeft ook helemaal geen verstand van voeten.

Geen recht op

Net als in alle andere januari maanden trekt mijn ene ik ten strijde tegen mijn andere ik. Het komt ieder jaar terug en ik weet dat het ook weer wegtrekt. Soms al op 1 februari, en af en toe duurt het wat langer. Bah, wat heb ik een hekel aan die vervelende januari dip.

“Jij hebt helemaal geen recht op een januari dip. Moet je kijken wat er allemaal voor moois in je leven gebeurt. Je sloot het vorige jaar af met het spelen van de Aria van de Goldbergvariaties op een Steinway vleugel. Nota bene op een groot podium tijdens het pianotest”.

“Ja maar dat was vorig jaar. Dat telt dan toch niet mee? Maar eerlijk is eerlijk, ik vond het wel fantastisch om te doen. En het ging nog goed ook. En kerst was ook heel fijn. Wel wat jammer dat ik op kerstavond tot 23.15 uur moest werken, maar eerste kerstdag hebben we gewoon samen doorgebracht. Tweede kerstdag hebben we voor het eerst sinds jaren weer eens mijn (bijna) hele familie gevierd. Mijn lief heeft mijn  ouders Tweede Kerstdag opgehaald en ik bracht ze de volgende dag weer naar huis. Daarna begon die werkmarathon van vier dagen om 5.30 uur opstaan. Het weekend, oudejaarsdag en nieuwjaarsdag. Weet je wel dat ik er s’avonds als een vaatdoek bij hing op de bank?”

“Nu haal je zelf ook het laatste deel van vorig jaar er bij. Ben je nu al vergeten dat je op 2 januari naar het nieuwjaarsconcert van Wibi Soerjadi bent geweest. En ben je dan ook al kwijt hoe mooi je dat vond? Hij speelde o.a. Nocturne nr. 20 waar je zelf ook mee bezig bent. Je vijzelt ‘m weer mooi op nadat je er 7 jaar geleden ook aan begonnen was. Je hebt met gespitste oren zitten luisteren om op die manier iets van Wibi in jouw spel te kunnen leggen.”

“Ja ja, dat weet ik heus nog wel. En die nocturne begint al aardig vorm te krijgen. Alleen al die lange notenreeksen die heel snel moeten, die willen nog niet zo. Althans, ze klinken nog lang niet zoals bij Wibi.

“Jemig mens, dat hoeft toch ook niet. De meeste mensen kunnen dat stuk helemaal niet spelen. En dan heel iets anders. Na dat concert kreeg je de volgende dag die mail met het verzoek te exposeren in de Markehof in Marknesse. EEN VERZOEK! Je hoeft niet eens met je schilderwerk te lopen leuren. Je werd er voor gevraagd en 22 januari ga je de boel daar ophangen.”

“Ja, ik weet het nog. Ik las de mail en stoof naar beneden om het mijn lief te laten weten. Hartstikke blij werd ik er van. Geen idee waarom zo’n blijdschap daarna zomaar minder wordt.”

“Hé, trouwens, je schilderij van die mus, die op steigerhout, die heb je toch maar mooi in de etalage van boekhandel Marsman mogen laten plaatsen. Wie weet verkoop je ‘m wel.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Daar ben ik inderdaad zelf achteraan gegaan. Maar dat gedoe van een prijs bepalen vinden ik dan heel vervelend. Als ik het voor een prikkie te koop zet neem ik mezelf niet serieus en als ik het te duur maakt koopt niemand het. Trouwens, als het schilderij verkocht wordt vind ik dat ook weer lastig. Het is toch een beetje een kindje van me”.

“Jemig hé wat kan jij zeuren. Die schilderijen van de honden van Jan heb je toch ook niet meer?”

img_7157img_7765 - kopie

“Nee, maar die kan ik wel iedere week vanuit het raam bekijken als ik pianoles heb. Niet dat ik dat doe, maar het kan wel.”

“En dat schilderij en het portret van je ouders? Die heb je ook niet meer.”img_5880img_6385

“Nee, maar die zie ik als ik daar ben. En trouwens, het is heus niet allemaal rozengeur en maneschijn hoor. Je vergeet zeker dat ik me best zorgen maak om mijn oudste dochter en haar twee kinderen. Het heeft bijna een jaar geduurd voordat die scheiding er doorheen was, maar daarna leek de ellende alleen maar groter te worden voor haar. En dat ik al drie jaar geen contact meer heb met mijn zoon ben je zeker ook vergeten? Gek genoeg went dat ook nog en soms bedenk ik dat het zonder het contact met hem een stuk rustiger is. Het gevoel daar eigenlijk niet welkom te zijn en altijd net het verkeerde te zeggen was soms dodelijk. Spitsroeden lopen deed ik als ik daar was. En dat ik dat dan zo voel vind ik dan eigenlijk ook weer verkeerd.”

“Nee, dat ben ik niet vergeten. Maar ik dacht dat je dit aardig naast je neergelegd had.”

“Dat heb ik ook, maar soms springt er een laatje open in mijn hersenkast en floept dit naar buiten. Dan ben ik er toch weer even mee bezig.”

“Jeetje joh, dat weet ik dan toch niet?”

“En dan mijn moeders verjaardag. Ze heeft weet ik hoe vaak gevraagd wat mijn vrije weekend was, zodat ze het in dat weekend zou vieren. En wat doet ze? Gaat ze ineens zelf aan het rekenen met die weekenden en nu viert ze het dus in mijn werkweekend. Ik heb in ieder geval kunnen regelen dat ik eerder weg kan, zodat ik niet heel laat in de middag aankom, maar toch. Morgen ga ik nog proberen of er een flex-medewerker voor me wil werken. Dan ben ik die dag gewoon vrij.”

“Ja, ik hoor het al, jij hebt echt een januari-dip, want je maakt overal een probleem van op dit moment. Weet je, zo halverwege februari is het vast weer over, want zo gaat dat ieder jaar. Je moet gewoon nog een paar weken doorbijten.”

En zo zeurt het maar door in mijn hoofd. Het is net alsof mij ieder jaar overvalt dat het nieuwe jaar begonnen is en dat er eigenlijk niets verandert is. Eerlijk gezegd hoop ik, doordat ik het zo opgeschreven heb, dat het nu gewoon even rustig wordt in dat hoofd van mij. Ik heb de opname van het pianofest er bij gedaan en alle schilderijen die in mijn verhaal voorkwamen ook. En dan kom ik ook tot de conclusie dat ik toch echt geen recht heb op deze januari-dip. Maar helaas, ik heb er wel last van.

Huh?

huh

“Zuster, ligt mijn wandelstok in jullie keuken? Ik heb ‘m op tafel gelegd tijdens het eten en nu is ‘ie verdwenen. Zal wel gestolen zijn, gelijk met m’n portefeuille.”

“Als ik dit opgeruimd heb zal ik even voor u kijken.”

“Nee, uw wandelstok ligt niet in onze keuken.”

“Weet u het zeker, want tijdens het eten lag ‘ie nog op tafel”.

“Hij ligt er echt niet, maar ik wil straks wel even helpen zoeken hoor.”

“Nee, dat hoeft niet, want we hebben er vandaag al vier uur lang naar gezocht. Zelfs mijn zoon kon ‘m niet vinden.”

“Was u zoon vandaag bij u op bezoek. Wat fijn voor u.”

“Nee, hij was hier gisteren.”

“O.”

“De enige plek waar mijn stok zou kunnen liggen is onder het bed. Maar daar wilde niemand kijken.”

“Dan doe ik dat toch even”.

Ik zak op mijn knieën en ja hoor, helemaal tegen de muur lag de wandelstok. Nadat ik weer overeind was gekomen haalde ik het bed van de rem en reed het iets opzij zodat ik bij de wandelstok kon.

“Kijk, hier is uw wandelstok.”

“Waar heb je die gevonden?”

“Achter u bed. Hij was dus niet gestolen. Gelukkig maar.”

“Ik heb helemaal niet gezegd dat ‘ie gestolen was.”

Uh…………………………..en nee, een dank je wel voor mijn moeite kon er niet meer af.

Poepend rijk worden

Poepend rijk

Vooral moe was ik op nieuwjaarsdag. Het viel niet mee om na oudjaarsavond om 5.30 uur op te staan om vervolgens om 7.00 op mijn werk te beginnen.

Gelukkig hadden we een goede bezetting waardoor er gewoon aandacht aan de bewoners besteed kon worden. Na onze eigen lunch werd het tijd voor de warme maaltijd van de bewoners. Inmiddels was bij mij de “meligheid” toegeslagen. Gewoon doordat ik zo moe was. Vier dagen een vroege dienst en dan die jaarwisseling tussendoor hakten er bij mij goed in.

Ik zat bij de bewoners aan tafel toen zij aan hun toetje toe waren. Feestelijke toetjes met een laagje witte chocolade er om heen dat versierd was met en soort pareltjes. En juist die pareltjes gingen met mijn “meligheid” aan de haal.

“Wel die pareltjes opeten hoor. Dan groeit er een parelboom in onze buik en gaan we parteltjes poepen die we op de markt kunnen verkopen. Dan worden we poepend rijk.

Ook deze keer had ik eerst even opzij gekeken of haar mond wel leeg was, want een lachbui waarbij het toetje over tafel sproeit leek me wat rommelig worden. Haar mond was leefg en ze kreeg een enorme lachbui. De andere bewoners overigens ook. Kijk, daar is die “meligheid” dan weer goed voor.

Flauwekul

flauwekul

Er zijn van die momenten dat ik gewoon even melig moet doen op mijn werk. Gewoon om de lol er in te houden.

Hij had gisteren zijn bad-dag. Voor hem hoefde het niet zo nodig, ik mocht hem ook op bed wassen. Maar ja, hij begreep wel dat als hij in bad zat ik verder niet zo veel hoefde te doen. Ach tja, wat is “niet zo veel doen” in de zorg. Volgens mij moet dat nog uitgevonden worden.

We gingen op pad. Hij in het bed en ik er achter om het bed door de gang naar de grote badkamer te rijden. Daar liet ik het bad vollopen terwijl ik hem hielp met uitkleden. Vervolgens moest hij draaien zodat ik de tilmat voor de passieve lift onder hem kon schuiven. Toen hij eenmaal in de lift hing moest ik de lift verplaatsen tot boven het bad. Daarna kon ik hem laten zakken. Daar zat hij, prinsheerlijk in het schuim. Hij zou bellen als hij klaar was. Dat betekent dat ik dan terug moet snellen om de kraan dicht te draaien zodat er geen overstroming plaatsvindt.

Toen hij tien minuten later belde trok ik even een sprintje. Kraan dicht draaien, stop uit het bad halen anders schiet het nog niet op. De tilmat ergens onder hem vandaan halen om hem weer aan de passieve lift te kunnen vasthaken. Dan weer terug op bed en zorgen dat hij afgedroogd werd. Deken over hem heen en weer met het bed de gang over om hem vervolgens in zijn kamer aan te kleden.

(Hoe bedoelt u dat ik niks hoef te doen als hij in bad gaat?)

Tussen de middag aan tafel was ik melig van al het geren en gevlieg. Ik moest bij hem de insuline injecteren. Zo ergens rond de navel. Hij deed zijn overhemd omhoog en ik viste zijn onderhemd uit zijn lange broek. Nu is hij nogal omvangrijk dus riep ik quasi paniekerig: “Waar is je navel gebleven. O God nee toch? Niet te vinden. Waarschijnlijk weg gespoeld met het badwater. Dan moet ik straks het riool in om die navel van je te zoeken. O nee, toch niet, ik heb ‘m al gevonden.”

Voordat ik al deze onzin uitkraamde had ik wel even gekeken of zijn overbuurvrouw niet net haar mond vol eten had, want zij krijgt op dit soort momenten bijna de slappe lach. Ik zou toch niet willen dat zij zich door mijn meligheid verslikt.

Zomertijd – Wintertijd

zomertijd

Wat wil de Nederlandse bevolking, zomertijd of wintertijd afschaffen? Ieder jaar laait deze discussie weer op. Uiteindelijk wordt besloten het te laten zoals het is.

Maar kan je de wintertijd eigenlijk wel afschaffen? Bij mijn weten was dit toch ooit de Normale tijd. Volgens mij kan er in deze kwestie maar één vraag gesteld worden: “Schaffen we de zomertijd af?” Die werd namelijk in 1977 om puur economische redenen ingevoerd. Sinds 1973 was er de oliecrisis. Door de klok in het laatste weekend van maart een uur vooruit te zetten besparen we stroom, want de dag duurt in de zomermaanden daardoor een uur langer.

Zelf mag het van mij gewoon de Normale tijd blijven. Ik heb ieder jaar weer last van het verzetten van de klok. Zowel van het vooruit als van het achteruit zetten. Zo’n week of wat ben ik er wel mee zoet.

 

Zijn achterlijke zus

Niet aangeboren hersenletsel

Hij is een paar dagen naar een ander deel van het land geweest om de begrafenis van zijn moeder te regelen. Hondderddrie jaar is zij geworden.

Ik condoleer hem en vraag of het een mooie rouwplechtigheid is geweest. Hij knikt wat en vertelt dan dat hij een achterlijke zus heeft en dat het haar schuld is dat zijn moeder dood is.

Het valt mij op dat hij het heeft over zijn moeder, net alsof het niet de moeder van zijn zus is.

“Die achterlijke zus van mij vond het nodig dat mijn moeder naar een verpleeghuis ging. Dat is nu vier weken geleden. Ze ging daar hard achteruit en nu is ze dood.”

Hier weet ik niet goed op te reageren, dus hum ik alleen maar iets.

Wat vind ik hier nu eigenlijk van? Ooit werd mij door een familielid van mijzelf verweten dat ik het verkeerde beroep had gekozen omdat ik vind dat mensen ook de mogelijkheid moeten krijgen om waardig te sterven. Dat het leven niet altijd eindeloos gerekt hoeft te worden.

“Jullie in de zorg, moeten gewoon beter voor de mensen zorgen”  was vervolgens wat ik te horen kreeg.

Toch sta ik pal achter mijn mening. Zorgen voor een waardig einde is ook zorgen voor.